Tijdens de ijstijden was de wolharige neushoorn een van de imposante bewoners van de toendra in Europa en Azië. Toen het veranderende klimaat ook hun biotoop veranderde, verdwenen ze rond 14.000 jaar geleden.
Omdat men dacht dat het uitsterven van de wolharige neushoorn een langdurig proces was, gingen wetenschappers ervan uit dat individuen die 15.000 jaar geleden leefden genetische kenmerken van inteelt zouden vertonen, waardoor de soort uiteindelijk zwakker werd.
De vondst van een stuk diepgevroren neushoornvlees1 in de maag van een jonge wolf uit de ijstijd, 14.400 jaar oud, wierp een ander licht op die theorie. Uit de analyse van het genetisch materiaal bleek dat er geen sprake was van inteelt. Bovendien bleek dat de populatie nog groot genoeg was om de genetische variatie te vrijwaren. Het lijkt er dus op dat de wolharige neushoorn op korte tijd uitstierf tijdens het Bølling-Allerød-interstadiaal; dat is een relatief korte warme periode binnen een ijstijd. Dat een soort in een korte periode van klimaatverandering kan uitsterven, kan een les zijn voor de huidige klimaatverstoring. Te meer daar er in die periode nog geen kunstmatige barrières in het landschap waren, die soorten verhinderden het veranderende klimaat noordwaarts te volgen.
GUÐJÓNSDÓTTIR S.M., LORD E., POCHON Z;, LEMEŽ S., DUSSEX N., STANTON D W.G., SINDING M-H S., FEDOROV S., DALÉN L. & CHACÓN-DUQUE J. C. (2026) – Genome Shows no Recent Inbreeding in Near-Extinction Woolly Rhinoceros Sample Found in Ancient Wolf’s Stomach – Genome Biol. Evol. 18(1), doi.org/10.1093/gbe/evaf239 ↩︎
Eind januari werden er in de tuinen weer vogels geteld. In vergelijking met 2025 namen in Vlaanderen 33% meer mensen deel, maar het aantal getelde vogels per tuin is gedaald tot een nieuw dieptepunt.
Voor het eerst duikt de pimpelmees met een tweede plaats op in de top drie. De koolmees staat op één en de huismus op drie. Huismussen en merels gaan terug sterk achteruit.
Ook in Nederland gaat de huismus verder achteruit en staat deze niet langer op de eerste plaats. Op plaats één staat daar nu de koolmees, op twee de huismus en op drie de pimpelmees. De opmars van de pimpelmees is niet verwonderlijk, want in oktober 2025 werd tijdens de najaarstrek een invasie waargenomen van ongewoon grote aantallen pimpelmezen.
In Wallonië en Brussel bekleden de koolmees, de merel en het roodborstje de eerste drie plaatsen, met ook hier een achteruitgang voor de huismus. Ook groenling en Turkse tortel gaan achteruit, terwijl ekster en kauw recordaantallen lieten optekenen.
Voor wie geïnteresseerd is in natuur en milieu is het volgen van het nieuws tegenwoordig geen pretje. Zo was er op 19 januari in De Afspraak een opmerkelijke uitspraak van econoom Peter De Keyser, die stelde dat het volgens hem simpel is: “Het is of kiezen voor minder koolstofdioxide, of kiezen voor meer militairen.” De klimaatcrisis wordt door velen nog steeds als een ondergeschikt probleem gezien en bestrijding ervan als een overbodige luxe. Opvallend was de lauwe reactie van de andere gasten, die wel iets mompelden als “dat is niet waar”, en moderator Bart Schols ging er al helemaal niet op in.
Uit een studie van de Christelijke Mutualiteiten, CM1, blijkt dat heel wat jongeren zich angstig, boos of wanhopig voelen over de gevolgen van de klimaatverandering. Het gebrek aan daadkracht voedt bij hen het wantrouwen in de politiek. Dat is dan ook een van de redenen dat een groot deel van de jongeren bij de vorige verkiezingen thuisbleef of blanco stemde (De Morgen, 15-01-20262). Sommige politici zien in de jeugd blijkbaar vooral toekomstige militairen. Die militairen kunnen later misschien ingezet worden als er na een volgende klimaatramp opnieuw moet opgeruimd worden …
Over het erg warme en extreem droge 2025 nog deze cijfers: in Europa vielen er naar schatting 16.500 doden door de klimaatopwarming3 en het leidde tot 43 miljard4 euro aan verliezen voor de Europese economie.
In het debat rond de Mercosur-handelsovereenkomst wordt door de landbouw steeds opnieuw verwezen naar het ‘ongelijk speelveld’, waarbij de landbouwers in de Mercosur landen aan minder controle onderworpen zijn dan hier. Aangezien de landbouw zich een duurzaam imago aanmeet, én omdat ze schermen met de volksgezondheid, zou je verwachten dat de landbouworganisaties dan voor de productie in die landen dezelfde voorwaarden als hier vragen. In plaats daarvan eisen ze echter een versoepeling van de regels in Europa. Eerder werd reeds het EU-voorstel om het gebruik van pesticiden tegen 2030 te halveren, ingetrokken. Bovendien wil de EU-Commissie ook nog de toelatingsregels voor bestrijdingsmiddelen vereenvoudigen, met uitzondering van de gevaarlijkste. Momenteel worden bestrijdingsmiddelen in Europa toegelaten op basis van wetenschappelijk onderbouwde risicobeoordelingen, met meestal een herziening elke tien jaar. Deze herbeoordelingen zijn cruciaal om nieuwe wetenschappelijke inzichten mee te nemen. Het voorgestelde afschaffen van die herbeoordeling vormt een ernstig risico voor mens en milieu. Zonder automatische toetsing kunnen potentieel schadelijke stoffen onbeperkt op de markt blijven, terwijl negatieve gezondheidseffecten vaak pas na langdurig gebruik zichtbaar worden.
Een analyse5 van 1705 studies wereldwijd erkende dat een vermindering van het gebruik van pesticiden invloed heeft op de voedselproductie, maar concludeerde tevens “dat hun universele impact op verschillende taxa betekent dat het huidige gebruik ervan waarschijnlijk niet duurzaam is voor de moderne landbouw. Tenzij er veranderingen plaatsvinden, blijft het risico van ernstige, onverwachte en langdurige gevolgen voor de biodiversiteit en het functioneren van ecosystemen onaanvaardbaar hoog.” Een onderzoek6 naar de Nederlandse landbouw leert dat hoewel het huidige Nederlandse landbouwsysteem grote economische voordelen oplevert (€ 13,3 miljard), het ook hoge kosten met zich meebrengt voor de samenleving (€ 18,6 miljard), wat resulteert in een netto negatief effect. Die kosten – de uitstoot van broeikasgassen, stikstof, negatieve effecten op biodiversiteit en volksgezondheid, waterverbruik, … – worden afgewenteld op de maatschappij. Belangrijke opmerking hierbij is dat het niet de landbouwers zijn die de grootste winst opstrijken.
Als klap op de vuurpijl plant de Europese Commissie een stresstest van de Vogel- en Habitatrichtlijn – van fundamenteel belang voor de natuurbescherming – en een evaluatie van de Kaderrichtlijn Water in 2027. Als de evaluatie aantoont dat de huidige regels de ontwikkeling van landbouw en ondernemingen te sterk afremmen, moet Europa volgens Wouter Beke (CD&V) bereid zijn om “bij te sturen en de wetgeving werkbaarder te maken”.
In De Afspraak van 23 januari pleitte ook CD&V-voorzitter Mahdi voor een ‘versoepeling’ van de regels in verband met de habitatrichtlijn. En wat hem betreft, mag meteen ook het stikstofakkoord op de schop. Dat hij ook Mexico verkeerdelijk tot de Mercosur-landen rekende, is bij deze een detail. Ook zijn partijgenoot Bart Dochy etaleerde de CD&V-(mis)kennis van natuur door te stellen dat “Als natuurgebieden echt zo gevoelig waren, dan waren ze al lang verdwenen” (Het Nieuwsblad, 8-02-20267). Als de landbouw het echt zo moeilijk heeft, was die dan ook al …? Dat Mahdi vindt dat uitgerekend zijn partij staat voor het klimaat en het milieu (De Morgen, 14-2-20268) “met de overtuiging dat wij de wereld in een minstens even goede staat aan de volgende generaties moeten doorgeven” klinkt bij deze nogal wrang.
Nog opmerkelijk inzake Mercosur is dat de landbouw het gelijke speelveld tot nu niet eiste voor soja. Soja is levensnoodzakelijk voor onze vervuilende vleesindustrie en wordt al jaren nagenoeg importvrij ingevoerd uit onder andere Brazilië, een van de Mercosur-landen. Een deel van die soja is zodanig genetisch gemanipuleerd dat het bestand is tegen het massale gebruik van de onkruidverdelger glyfosaat. Bovendien veroorzaakt de teelt van soja op grote schaal ontbossing. Bij die invoer worden dus blijkbaar geen vragen gesteld … Selectieve verontwaardiging, als het maar goedkoop is.
Over pesticiden valt er overigens altijd wel iets nieuws te vertellen. Een uitgebreide statistische studie in Frankrijk9 onderzocht het verband tussen pesticiden en de aantallen vogels. In Frankrijk kan je per postcode opzoeken hoeveel pesticiden er verkocht werden. In de studie brachten de onderzoekers de aankoop van 242 werkzame stoffen in verband met de aantallen van 64 veelvoorkomende vogelsoorten in landbouwgebieden. Voor 84,4% van de soorten was er een negatief verband met de hoeveelheid pesticiden. Dit resultaat wijst op een wijdverbreide negatieve impact van milieuverontreiniging, die ook gewone vogelsoorten treft die in landbouwgebieden foerageren.
In Frankrijk bestaat er sinds 2020 het ‘Fonds d’idemnisation des victimes de pesticides’ (FIVP). Het fonds haalt zijn inkomsten uit belastingen op pesticiden. In 2024 betaalde dit fonds een totaal van 18,7 miljoen euro aan schadevergoedingen uit. De aanvragen voor directe blootstelling aan pesticiden stegen met 42,8%, die voor prenatale blootstelling met 100%. In de lijst met beroepsziekten gelieerd aan de landbouw staan onder andere de ziekte van Parkinson, twee soorten prostaatkanker en bloedkanker. In de VS trekt Bayer 8,29 miljard euro uit om rechtszaken van kankerpatiënten rond de onkruidverdelger Roundup met glyfosaat te schikken. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: na deze bekendmaking steeg het aandeel van Bayer op de beurs met 7,6%. (Vilt Nieuwsbrief, 19-02-2026).
Bij ons antwoordde minister van Omgeving voor Landbouw Brouns op een parlementaire vraag van 24-10-2025 in dat verband als volgt: “Wat betreft Parkinson is de conclusie van deze studie10 dat het beschikbare bewijsmateriaal op een gering, maar vrij consistent verband wijst tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson.”
Volgens de rechtbank van Brussel heeft Vlaanderen bepaalde Europese verplichtingen over gewasbeschermingsmiddelen dan weer niet volledig omgezet in de eigen wetgeving. Bij een correcte omzetting zouden landbouwers die mest of gewasbescherming gebruiken nabij een Natura 2000-gebied moeten aantonen dat dit geen schadelijke impact heeft.
Zoals de auteurs van de eerdere studie11 het stelden: “Onze bevindingen wijzen erop dat de lage kosten van pesticiden geen rekening houden met de verborgen kosten voor wilde diersoorten en ecosystemen. Dit maakt duurzame praktijken financieel minder aantrekkelijk voor boeren, die mogelijk pesticiden blijven gebruiken als preventieve maatregel.”
Voor wie meer wil weten over alles wat met pesticiden te maken heeft, is er het boek ‘Het pesticidenparadijs, Over de impact van bestrijdingsmiddelen, verstrengelde belangen en misbruikte wetenschap’ van Dirk de Bekker, uitgeverij De Arbeidspers, ISBN 978 90 295 5343 8/NUR 32, € 22,99
WAN N-F., FU L., DAINESE M., PØDENPHANT KIÆR L., HU Y-Q., XIN F., GOULSON D., WOODCOCK B.A., VANBERGEN A.J., SPURGEON D.J., SHEN S. & SCHERBER C. (2025) – Pesticides have negative effects on nontarget organisms – Nature Communications, doi.org/10.1038/s41467-025-56732-x ↩︎
DELOITTE (2025) – The Hidden Bill: An analysis of the societal costs of Dutch agriculture today versus alternative systems – rapport ↩︎
MONNET A-C., CAIRO M., DEGUINES N., JIGUET F., VIMONT M., FONTAINE C. & PORCHER E. (2026) – Common birds have higher abundances in croplands with lower pesticide purchases – Proc. R. Soc. B 293: 20252370, doi.org/10.1098/rspb.2025.2370 ↩︎
Federaal Reductieplan voor Gewasbeschermingsmiddelen (2021) – Monitoring of the chronic health effects from the use of Plant Protection Products (PPP) ↩︎
WAN N-F., FU L., DAINESE M., PØDENPHANT KIÆR L., HU Y-Q., XIN F., GOULSON D., WOODCOCK B.A., VANBERGEN A.J., SPURGEON D.J., SHEN S. & SCHERBER C. (2025) – Pesticides have negative effects on nontarget organisms – Nature Communications, doi.org/10.1038/s41467-025-56732-x ↩︎
Of het nog helemaal correct is, valt te betwijfelen, maar wie een verleden heeft in de jeugdbeweging of jeugdbond kent ongetwijfeld deze zin uit het liedje ‘ik heb mijn wagen volgeladen’. De bedenker van het lied heeft zich bij zijn keuze van de vogelsoort waarschijnlijk eerder laten leiden door het feit dat het woord rijmt op meisjes, want er bestaan vogels met een mooiere zang.
Mannetjes sijzen zijn opvallend geelgroen gekleurd met zwarte kruin, kin en vleugelstrepen. Het vrouwtje is meer grijsgroen en gestreept. Van beide zijn de vleugels zwart met contrasterende gele vleugelstreep. De sijs heeft een korte, golvende vlucht waarbij de gevorkte staart opvalt. De spitse, kegelvormige snavel is bij uitstek geschikt om zaden uit sparappels, elzenproppen en berkenkatjes te peuteren. Soms zijn ze ook in lorken terug te vinden, niet zelden in gezelschap van distelvinken. Sijsjes halen acrobatische toeren uit om de zaden uit de elzenproppen te peuteren. Meestal foerageren ze in groepen en laten daarbij een gezellig gekwetter horen. In de vlucht is een typerend ‘tsiuu’ te horen.
Ze broeden voornamelijk in de boreale naaldbossen van Noord-Europa en in naaldbossen op berghellingen in Midden- en Zuid-Europa. Ook in Nederland zijn er elk jaar een aantal broedgevallen. Volgens de voorlopige Vlaamse vogelatlas is de soort in de broedtijd vooral in de provincies Antwerpen en Limburg hier en daar aanwezig.
De eerste sijzen arriveren hier meestal in september en ze blijven tot maart – april. De aantallen die overwinteren schommelen nogal met de jaren (zie grafiek). Volgens onderzoek1 in Noorwegen en Zweden is de trek eerder afhankelijk van de populatiegrootte in de broedgebieden dan een reactie op voedseltekort.
Afgeleid van hun Franse naam Tarin des aulnes is de soort bij ons vaak bekend onder de naam tierijntje. Omdat het nogal tamme vogels zijn, waren sijsjes van oudsher populair als kooivogel. Ze werden onder andere gevangen met lijmstokken, waarbij de lijm gemaakt werd van lijnolie, of met speciale slagkooitjes. Net zoals distelvinken konden ze een aantal trucjes leren. Het is dan ook geen toeval dat Mathias Depoorter de soort vermeldt in zijn schitterende boek ‘Vliegwerk’. Op ‘Diptiek van Madonna en kind’, een schilderij dat dateert van circa 1500 – 1520, houdt het kindje Jezus een mannetje sijs in zijn hand.
1 DALE S., EKEBOM A. & DAHL Å. (2025) – Breeding population size, migration, and wintering of the Eurasian Siskin Spinus spinus in relation to seed crop sizes of food trees – Ornis Svecica 35: 26–41, doi.org/10.34080/os.v35.26266.
DEPOORTER M. (2015) – Vliegwerk. Vogels in de kunst – Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam
Het aantal waargenomen sijzen (bron: waarnemingen.be)
De laatste maanden verschenen verschillende artikelen die nogmaals de aantasting van de open ruimte aankaarten.
Uit cijfers van het Departement Omgeving1 van het Vlaamse Gewest blijkt dat in 2023 de verharde oppervlakte in Vlaanderen gestegen is van 15,3 naar 15,7%. Dat betekent een verharding met minstens 10 hectare per dag. De toename ligt weer in lijn met de trend voor 2020, terwijl er tussen 2020 en 2022 een stabilisatie was. Het grootste aandeel van de bijgekomen verharding betreft geen nieuwe gebouwen, wel verharding als wegen, opritten, terrassen of parkeerterreinen.
Verharding is in vele opzichten een probleem. Het regenwater kan niet meer infiltreren, met als gevolg een groter risico op overstromingen en droogteproblemen, hitte in stads- en dorpskernen, minder CO2-opslag door planten en bodem en een verlies aan biodiversiteit. Verhoudingsgewijs is Vlaanderen na Nederland de grootste verharder. Ontharding en het vermijden van bijkomende verharding vormen daarom een belangrijk onderdeel binnen de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (zie https://omgeving.vlaanderen.be/nl/BRV).
Uit een Europese studie2 blijkt dat er in Europa elk jaar 1 500 km² verloren gaat aan bouwprojecten. Daarvan is 900 km² natuur; bij de overige 600 km² gaat het om landbouwgrond. Tussen januari 2018 en december 2023 ging ongeveer 9 000 km² verloren, dat is zo wat 1/3 van de oppervlakte van België. Europa verandert van groen naar grijs. Beetje bij beetje raken we groene ruimtes kwijt die ooit onderdak boden aan natuur, voedsel leverden en koolstof uit de atmosfeer verwijderden.
Woningen en wegen zijn de grootste oorzaken, maar ook voor commerciële activiteiten, luxewoningen en toerisme moeten natuur en landbouw vaak wijken. Meerdere kleine ingrepen dienen om aan de wensen van toeristen tegemoet te komen, elke ingreep tast de ongerepte natuur aan die diezelfde toeristen juist komen bekijken.
Uit een grootschalige analyse van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, waarover Apache bericht, blijkt dat bijna een kwart van de landbouwgrond in Vlaanderen vandaag niet meer gebruikt wordt voor landbouw. De nieuwswebsite stelt dat landbouworganisaties en een deel van politiek Vlaanderen in het verleden Natuurpunt aanvielen, omdat de vereniging ‘gesubsidieerd’ landbouwgrond aankoopt om er natuur van te maken. Maar uit de berekening op basis van de ruimteboekhouding blijkt dat amper twee procent van het landbouwgebied voor natuur gebruikt wordt en 4,5 procent bebost is. Een groter probleem zijn de kapitaalkrachtige Vlamingen die graag akker- en weilanden kopen om paarden en andere hobbydieren te houden of hun tuinen te vergroten. Blijkbaar roept dit minder weerstand op. Ook ruim wonen in oude hoeves op het platteland is in trek, net als het verbouwen van loodsen en stallen voor allerlei andere activiteiten dan landbouw. Dat zorgt ervoor dat de prijzen voor landbouwgrond vandaag vaak de landbouwkundige waarde overstijgen, waardoor landbouwers moeilijk kunnen concurreren met kapitaalkrachtige kopers die grond gebruiken voor niet-landbouw gerelateerde activiteiten. In het Apache-artikel krijgt Stad Deinze trouwens een pluim, omdat ze een leegstaand varkensbedrijf lieten afbreken om er terug landbouwgrond van te maken.
Op de twee luchtfoto’s zie je de situatie rond de Callemoeie-vijver (Nazareth) in 1971, toen nog in aanleg, en nu.