Of het nog helemaal correct is, valt te betwijfelen, maar wie een verleden heeft in de jeugdbeweging of jeugdbond kent ongetwijfeld deze zin uit het liedje ‘ik heb mijn wagen volgeladen’. De bedenker van het lied heeft zich bij zijn keuze van de vogelsoort waarschijnlijk eerder laten leiden door het feit dat het woord rijmt op meisjes, want er bestaan vogels met een mooiere zang.

Mannetjes sijzen zijn opvallend geelgroen gekleurd met zwarte kruin, kin en vleugelstrepen. Het vrouwtje is meer grijsgroen en gestreept. Van  beide zijn de vleugels zwart met contrasterende gele vleugelstreep. De sijs heeft een korte, golvende vlucht waarbij de gevorkte staart opvalt. De spitse, kegelvormige snavel is bij uitstek geschikt om zaden uit sparappels, elzenproppen en berkenkatjes te peuteren. Soms zijn ze ook in lorken terug te vinden, niet zelden in gezelschap van distelvinken. Sijsjes halen acrobatische toeren uit om de zaden uit de elzenproppen te peuteren. Meestal foerageren ze in groepen en laten daarbij een gezellig gekwetter horen. In de vlucht is een typerend ‘tsiuu’ te horen.

Ze broeden voornamelijk in de boreale naaldbossen van Noord-Europa en in naaldbossen op berghellingen in Midden- en Zuid-Europa. Ook in Nederland zijn er elk jaar een aantal broedgevallen. Volgens de voorlopige Vlaamse vogelatlas is de soort in de broedtijd vooral in de provincies Antwerpen en Limburg hier en daar aanwezig.

De eerste sijzen arriveren hier meestal in september en ze blijven tot maart – april. De aantallen die overwinteren schommelen nogal met de jaren (zie grafiek). Volgens onderzoek1 in Noorwegen en Zweden is de trek eerder afhankelijk van de populatiegrootte in de broedgebieden dan een reactie op voedseltekort.

Afgeleid van hun Franse naam Tarin des aulnes is de soort bij ons vaak bekend onder de naam tierijntje. Omdat het nogal tamme vogels zijn, waren sijsjes van oudsher populair als kooivogel. Ze werden onder andere gevangen met lijmstokken, waarbij de lijm gemaakt werd van lijnolie, of met speciale slagkooitjes. Net zoals distelvinken konden ze een aantal trucjes leren. Het is dan ook geen toeval dat Mathias Depoorter de soort vermeldt in zijn schitterende boek ‘Vliegwerk’. Op ‘Diptiek van Madonna en kind’, een schilderij dat dateert van circa 1500 – 1520, houdt het kindje Jezus een mannetje sijs in zijn hand.

1 DALE S., EKEBOM A. & DAHL Å. (2025) – Breeding population size, migration, and wintering of the Eurasian Siskin Spinus spinus in relation to seed crop sizes of food trees – Ornis Svecica 35: 26–41, doi.org/10.34080/os.v35.26266.

DEPOORTER M. (2015) – Vliegwerk. Vogels in de kunst – Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam

Het aantal waargenomen sijzen (bron: waarnemingen.be)