We hebben het in Meander al meerdere keren gehad over het shifting baseline syndrome waarbij mensen gewend zijn geraakt aan verarmde natuur. “Omdat we ons de massa aan ander leven niet herinneren, nemen we aan dat de uitgedunde aantallen die we kennen normaal zijn.” Anderen spreken van landschapspijn of natuuramnesie. Niet alleen zeldzame soorten leggen het loodje. Wat ooit gewoon was, wordt steeds zeldzamer en omdat we het nooit meemaakten, dreigen we ook te vergeten hoe overvloedig al het andere leven niet eens zo lang geleden was. Journaliste en auteur Tine Hens dook in haar eigen natuurgeheugen en schreef een boek over de planten, dieren en natuurfenomenen die op het punt staan te verdwijnen. In ‘Archief van mogelijk verlies’ vertelt ze in twaalf hoofdstukken, in een mengeling van fictie en non-fictie, over gletsjers, kieviten, palingen, korenbloemen, spreeuwen (en vogelvangers), olmen, vroedmeesterpadden, sneeuw (en handelaars in kunstsneeuw), duisternis (en de tevergeefse strijd om een straatlamp voor haar deur kwijt te geraken), stilte, vuurvliegen (en verzet) … Ze zoekt in haar boek naar antwoorden op vragen als: wat doet dat verlies met onze natuurbeleving? En wat is er nodig voor herstel? Uit het boek spreekt verdriet en verwondering en het roept op tot actie. Maar het voedt vooral de liefde voor het leven dat ons omringt. Dat is ook de taak van Natuurpunt.
Componiste Ellen Jacobs maakte op basis van de geluiden die bij de twaalf hoofdstukken horen, een unieke soundtrack en het boek is geïllustreerd met houtsneden van illustrator Jan De Kinder
“Dit boek is een recept
voor verwondering en een
dam tegen geheugenverlies.
Het voedt de liefde voor
het leven dat ons omringt.”
Archief van een mogelijk verlies, Tine Hens. Uitgeverij ISBN 9789462675445, € 29,90
Het is ondertussen genoegzaam bekend dat de landbouw de voornaamste oorzaak is van de achteruitgang van de biodiversiteit. Het massale gebruik van pesticiden speelt daarbij een belangrijke rol. Pesticiden zijn niet alleen terug te vinden in de bodem, het grond- en oppervlaktewater, maar ook in de lucht.
Bij onderzoek1 in Europa werden in totaal 58 pesticiden waargenomen in de atmosfeer. Op basis van de concentraties in de vrije troposfeer, dat is de onderste laag van de atmosfeer, en op locaties in het Noordpoolgebied werden daarbij 22 pesticiden geïdentificeerd die vatbaar zijn voor langeafstandstransport in de atmosfeer. Daarbij waren er 15 stoffen die zijn goedgekeurd voor gebruik in de landbouw in Europa, maar ook 7 verboden stoffen. Opvallend is dat vanwege zijn persistentie atrazine in de lucht blijft circuleren, zelfs 25 jaar na het verbod in Europa. Het potentiële risico voor het milieu en de menselijke gezondheid blijkt ook uit het feit dat van de pesticiden die zijn aangemerkt als vatbaar voor transport op lange afstand er 2 kankerverwekkend zijn, 6 genotoxisch, 10 hormoonontregelend en 9 schadelijk voor voortplanting of nageslacht. De wetenschappers wijzen erop dat het atmosferische transport en de persistentie van pesticiden zijn onderschat en dat de risicobeoordeling ervan moet worden verbeterd.
Ook naar pesticiden in de waterdruppels in de wolken deed men onderzoek. Op de top van de Puy de Dôme in de Auvergne (Frankrijk) hebben wetenschappers gedurende twee jaar en in verschillende seizoenen letterlijk wolken ‘opgezogen’ met behulp van een apparaat dat het water uit de wolken kan opvangen. De resultaten2 tonen de aanwezigheid aan van tweeëndertig stoffen, waaronder herbiciden, insecticiden, fungiciden, additieven, biociden en hun transformatieproducten. De helft van de monsters vertoonde bovendien totale concentraties van pesticiden die hoger waren dan de Europese normen voor drinkwater. Volgens schattingen van de onderzoekers zouden de wolken op lage en gemiddelde hoogte boven Frankrijk tussen de zes en honderdveertig ton pesticiden kunnen bevatten.
Sommige van de pesticiden die in de wolken zijn aangetroffen, zijn niet meer toegestaan in Europa. Dit betekent dat pesticiden vanuit landen waar ze nog steeds worden gebruikt en zijn toegestaan, in de atmosfeer en in de wolken terecht kunnen komen. Ook deze resultaten lijken dus te bevestigen dat pesticiden over lange afstanden door de atmosfeer worden getransporteerd. Bovendien zou er ook een verband kunnen bestaan met het gebruik van grondwater voor irrigatie in de land- en tuinbouw. De verontreiniging van het grondwater met verboden, maar persistente pesticiden is algemeen bekend en het feit dat deze door irrigatiepraktijken weer aan de oppervlakte komen, zou ook de verklaring kunnen zijn van hun aanwezigheid in de atmosfeer en in de wolken.
1 MAYER L. et al., (2024) – Widespread Pesticide Distribution in the European Atmosphere Questions their Degradability in Air – Environmental Science & Technology: 58(7), 3342-3352
Voor wie zich soms zorgen maakt over de toekomst is er goed nieuws, want we leven in de best mogelijke tijd ooit – en alles zal nog beter worden – toch als je Maarten Boudry mag geloven: “Milieuvervuiling en ontbossing dalen al decennia, hongersnoden zijn bijna verleden tijd”, al spreken krantenkoppen als ‘Recordaantal mensen leed honger in 2024 (DM, 17-05-2025) dat enigszins tegen. Bovendien “Zelfs voor dat opwarmende klimaat ontwikkelen we volop oplossingen” en “Indirect faciliteert groei ook morele vooruitgang. Geef die groei nog een paar decennia en we kunnen al het overblijvende leed van mensen en dieren lenigen.”
Voorwaarde is dan wel dat we die vooruitgang ook willen, en daar loopt het volgens hem tegenwoordig fout want de huidige westerse (afvallige) ‘progressieven’ houden de vooruitgang tegen. Het beloofde land is nabij, maar Greta Thurnberg en Anuna De Wever gunnen het ons niet met hun theorieën over degrowth: “Zelfverklaarde progressieven gaan de straat op voor achteruitgang en collectieve verarming.”
Het boek bestaat uit 5 hoofdstukken waarvan er een aantal voor Meander niet relevant zijn. Het hoofdstuk ‘De groene aanval op de moderniteit. Hoe progressieven zich afkeerden van groei en welvaart’ leunt meer aan bij onze interesse. Daarin onder andere een historisch overzicht van hoe volgens Boudry het vroegere progressieve, linkse denken sinds het begin van de vorige eeuw omgeslagen is. Daardoor zijn de huidige ‘progressieven’ tegen de (materiële) vooruitgang, daar waar een eeuw geleden het vooral de conservatieven waren die afkerig stonden tegen vooruitgang en verandering uit vrees voor hun positie. Boudry besteedt in het historisch overzicht onder andere aandacht aan publicaties zoals Silent Spring (Rachel Carson), het rapport van de Club van Rome, het boek Small is beautifull (Schumacher) en stelt: “Het beeld van milieuvervuiling als een zaak van gewetenloze kapitalisten die zichzelf verrijken ten koste van de natuur kreeg langzaamaan gestalte.”
In het boek passeren een aantal religies de revue, maar het geloof in de technologische vooruitgang lijkt bijna zelf een religie. Een religie die voor iedereen een nagenoeg ongebreidelde welvaart belooft, met als stuwende motor de economische groei en met als voorwaarde een onvoorwaardelijk geloof in de vooruitgang, enkel op die manier is het beloofde land in zicht. De structurele ongelijkheden, ecologische grenzen en irrationele krachten die deze moderniteit zelf voortbrengt, worden grotendeels genegeerd
Volgens Boudry is groei ook goed voor de natuur, ook in de landbouw, want “de oogsten per hectare stijgen nog steeds elk jaar, waardoor we steeds minder natuur hoeven in te palmen.” Nergens in het boek wordt duidelijk wat Boudry met natuur bedoelt, en over de desastreuze invloed van het hedendaagse landbouwsysteem op de gezondheid, natuur en biodiversiteit rept hij met geen woord. Voor Boudry “stellen moderne gewasbeschermingsmiddelen nauwelijks een probleem voor de volksgezondheid, omdat ze snel worden afgebroken en omdat de aanwezige restanten ver onder de superveilige drempels van voedselagentschappen liggen.” Ondertussen is in Frankrijk de ziekte van Parkinson erkend als beroepsziekte bij landbouwers en toonde recent onderzoek aan dat glyfosaat kankerverwekkend is bij ratten. Bovendien zijn er tientallen studies die de pesticiden aanwijzen als één van de voornaamste redenen van de achteruitgang van de biodiversiteit. Die literatuur schijnt Boudry ofwel niet te kennen, ofwel bewust te negeren.
Voor de schrijver lijken er twee soorten wetenschappers te bestaan. Je hebt enerzijds de ‘nuttige’, die onderzoek doen in functie van de vooruitgang en bv. nieuwe gewassen of gewasbeschermingsmiddelen ontwikkelen. Daartegenover staan de vervuilers van het eigen nest, die onder andere onderzoek doen naar de mogelijke gevolgen van deze producten en menen ons zo nu en dan te moeten waarschuwen voor de mogelijke gevaren voor mens en natuur. “De meeste academici zijn nu eenmaal eerder links, en net zoals vele linkse mensen zijn ze argwanend over het hele idee van vooruitgang.” Het is een zin die zo uit de mond van Trump, of Bart De Wever, had kunnen komen.
Boudry loopt ook niet hoog op met het voorzorgsprincipe: “We moeten eindelijk het conservatieve voorzorgsbeginsel begraven.” Het zet een rem op technologische innovatie en bovendien “is het nagenoeg onmogelijk om ooit met zekerheid te bewijzen dat iets veilig is”, wat flagrant in tegenstelling is met zijn vorige stelling dat alles veilig is (?). Anderzijds zegt hij dan weer dat “hoe krachtiger en beloftevoller de technologie, hoe groter de potentiële risico’s. Hals over kop vooruit rennen is dan niet verstandig.”
Waar Boudry wel gelijk heeft, is als hij onze Westerse hypocrisie tegenover de derde wereld aanklaagt: “Wie zijn wij, bosloze Europeanen, om tropische ontwikkelingslanden te vermanen dat ze hun oerwoud wel moeten laten staan.” Jammer genoeg verbindt hij daar niet de conclusie aan omhier voor meer natuur te pleiten. Boudry betoogt dat je de rijkdom van de armere landen niet verhoogt door zelf een kleiner deel van de bestaande taart te eten, maar door de hele taart te vergroten, waardoor je natuurlijk meteen je eigen stuk nog kan vergroten. En volgens hem kan het, want de grondstoffen zijn onuitputbaar.
Als het over energie gaat, is Boudry een fervent voorstander van kernenergie als enige haalbare schone energie. Kernafval is daarbij geen probleem, want “kernafval is minuscuul in omvang, supermakkelijk om veilig te bewaren, en heeft nog nooit een vlieg kwaad gedaan.” Hoe het kernafval dan wel moet worden opgeslagen, wordt niet uitgelegd. Na decennia onderzoek is daar dan ook nog steeds geen oplossing voor. Ter herinnering: kernafval blijft langdurig radioactief en gevaarlijk, variërend van honderden tot honderdduizenden jaren, afhankelijk van de samenstelling en de halveringstijd van de radioactieve stoffen.
Over mensen die kritiek hebben op het huidige systeem merkt Boudry schamper op dat ze “bijten in de hand die ze voedt”. Ze profiteren van het systeem waar ze tegelijk kritiek op hebben: “Degrowth is een luchtkasteel van witte westerlingen die zo vervreemd zijn van hun eigen welvaart dat ze hun westerse decadentie aan de rest van de wereld willen opdringen.” Blijkbaar is iedereen die het huidige systeem in vraag durft te stellen een verwend nest. Soms verdenk je hem ervan dat hij vindt dat die mensen hier dan ook maar moeten ophoepelen; niet toevallig pleit hij ook voor een streng migratiebeleid. En over verwend gesproken: enkel “omdat we een aantal paradepaardjes van de vooruitgang hebben afgeslankt”, zijn “er nog steeds geen vakanties naar de maan”, stel je voor!
Als je met een luxueuze bus zonder remmen een berg afdondert, kan je hopen dat de chauffeur vindingrijk genoeg is om er iets op te vinden. Doorgaans is dat enkel in actiefilms het geval, maar misschien waant Boudry zich wel Superman die uiteindelijk, Clark Kent-gewijs, vuist vooruit, de chauffeur heldhaftig tegemoetvliegt? En als het niet lukt? Jammer, volgende keer beter.
Karikaturaal? Inderdaad, maar dat is het boek op veel punten ook …
Het verraad van de verlichting, Maarten Boudry, 2025, Prometheus, ISBN 978 90 445 54356, € 27,5
Op 22 september kwamen vertegenwoordigers van het Landschapspark Vlaamse Ardennen en het Parc naturel du Pays des Collines samen in Kluisbergen voor een overleg over een duurzame en grensoverschrijdende samenwerking. Beide regio’s delen namelijk een gemeenschappelijk landschap en maatschappelijke uitdagingen en willen via gezamenlijke projecten en beleidsafstemming hun krachten bundelen.
Beide regio’s kampen met gelijkaardige uitdagingen, zoals het verlies aan open ruimte door versnippering en verstedelijking, beperkte vervoersalternatieven voor bewoners en bezoekers in landelijke gebieden, de nood aan kwalitatieve jeugdverblijven en educatieve natuurprogramma’s, de fragmentatie van toeristische informatie en onthaalstructuren, …
Daarnaast zijn er echter ook sterke opportuniteiten, zoals de uitbouw van een grensoverschrijdend fiets- en wandelnetwerk, de versterking van onthaalpoorten zoals La Salettekerk in Maarkedal en Maison du Pays des Collines in Ellezelles als toegangspoorten tot het landschap, de ontwikkeling van gezamenlijke educatieve trajecten voor scholen en jeugdgroepen, gekoppeld aan natuurbeleving en erfgoed, …
Tijdens de vergadering werd een engagementsverklaring opgesteld waarin beide regio’s zich verbinden tot het opstarten van een gezamenlijk projectteam dat de samenwerking coördineert en concrete acties uitwerkt.
De egel, stekelig sympathiek Libellen na de zomer, ook bij u? Cijfers zeggen (soms) niet alles Vleermuizenkolonie vestigt zich in Faunahuis Brakel De hoornaars van 2025 Op een grote paddenstoel Waar moet de koninginnenpage heen? Veranderingen in de moestuin Slankpootvliegen De Everbeekse Bossen, voor fijnproevers en rustzoekers Bijzondere vogelwaarnemingen zomer 2025