Fluitend de toekomst tegemoet!
Voor wie zich soms zorgen maakt over de toekomst is er goed nieuws, want we leven in de best mogelijke tijd ooit – en alles zal nog beter worden – toch als je Maarten Boudry mag geloven: “Milieuvervuiling en ontbossing dalen al decennia, hongersnoden zijn bijna verleden tijd”, al spreken krantenkoppen als ‘Recordaantal mensen leed honger in 2024 (DM, 17-05-2025) dat enigszins tegen. Bovendien “Zelfs voor dat opwarmende klimaat ontwikkelen we volop oplossingen” en “Indirect faciliteert groei ook morele vooruitgang. Geef die groei nog een paar decennia en we kunnen al het overblijvende leed van mensen en dieren lenigen.”
Voorwaarde is dan wel dat we die vooruitgang ook willen, en daar loopt het volgens hem tegenwoordig fout want de huidige westerse (afvallige) ‘progressieven’ houden de vooruitgang tegen. Het beloofde land is nabij, maar Greta Thurnberg en Anuna De Wever gunnen het ons niet met hun theorieën over degrowth: “Zelfverklaarde progressieven gaan de straat op voor achteruitgang en collectieve verarming.”
Het boek bestaat uit 5 hoofdstukken waarvan er een aantal voor Meander niet relevant zijn. Het hoofdstuk ‘De groene aanval op de moderniteit. Hoe progressieven zich afkeerden van groei en welvaart’ leunt meer aan bij onze interesse. Daarin onder andere een historisch overzicht van hoe volgens Boudry het vroegere progressieve, linkse denken sinds het begin van de vorige eeuw omgeslagen is. Daardoor zijn de huidige ‘progressieven’ tegen de (materiële) vooruitgang, daar waar een eeuw geleden het vooral de conservatieven waren die afkerig stonden tegen vooruitgang en verandering uit vrees voor hun positie. Boudry besteedt in het historisch overzicht onder andere aandacht aan publicaties zoals Silent Spring (Rachel Carson), het rapport van de Club van Rome, het boek Small is beautifull (Schumacher) en stelt: “Het beeld van milieuvervuiling als een zaak van gewetenloze kapitalisten die zichzelf verrijken ten koste van de natuur kreeg langzaamaan gestalte.”
In het boek passeren een aantal religies de revue, maar het geloof in de technologische vooruitgang lijkt bijna zelf een religie. Een religie die voor iedereen een nagenoeg ongebreidelde welvaart belooft, met als stuwende motor de economische groei en met als voorwaarde een onvoorwaardelijk geloof in de vooruitgang, enkel op die manier is het beloofde land in zicht. De structurele ongelijkheden, ecologische grenzen en irrationele krachten die deze moderniteit zelf voortbrengt, worden grotendeels genegeerd
Volgens Boudry is groei ook goed voor de natuur, ook in de landbouw, want “de oogsten per hectare stijgen nog steeds elk jaar, waardoor we steeds minder natuur hoeven in te palmen.” Nergens in het boek wordt duidelijk wat Boudry met natuur bedoelt, en over de desastreuze invloed van het hedendaagse landbouwsysteem op de gezondheid, natuur en biodiversiteit rept hij met geen woord. Voor Boudry “stellen moderne gewasbeschermingsmiddelen nauwelijks een probleem voor de volksgezondheid, omdat ze snel worden afgebroken en omdat de aanwezige restanten ver onder de superveilige drempels van voedselagentschappen liggen.” Ondertussen is in Frankrijk de ziekte van Parkinson erkend als beroepsziekte bij landbouwers en toonde recent onderzoek aan dat glyfosaat kankerverwekkend is bij ratten. Bovendien zijn er tientallen studies die de pesticiden aanwijzen als één van de voornaamste redenen van de achteruitgang van de biodiversiteit. Die literatuur schijnt Boudry ofwel niet te kennen, ofwel bewust te negeren.
Voor de schrijver lijken er twee soorten wetenschappers te bestaan. Je hebt enerzijds de ‘nuttige’, die onderzoek doen in functie van de vooruitgang en bv. nieuwe gewassen of gewasbeschermingsmiddelen ontwikkelen. Daartegenover staan de vervuilers van het eigen nest, die onder andere onderzoek doen naar de mogelijke gevolgen van deze producten en menen ons zo nu en dan te moeten waarschuwen voor de mogelijke gevaren voor mens en natuur. “De meeste academici zijn nu eenmaal eerder links, en net zoals vele linkse mensen zijn ze argwanend over het hele idee van vooruitgang.” Het is een zin die zo uit de mond van Trump, of Bart De Wever, had kunnen komen.
Boudry loopt ook niet hoog op met het voorzorgsprincipe: “We moeten eindelijk het conservatieve voorzorgsbeginsel begraven.” Het zet een rem op technologische innovatie en bovendien “is het nagenoeg onmogelijk om ooit met zekerheid te bewijzen dat iets veilig is”, wat flagrant in tegenstelling is met zijn vorige stelling dat alles veilig is (?). Anderzijds zegt hij dan weer dat “hoe krachtiger en beloftevoller de technologie, hoe groter de potentiële risico’s. Hals over kop vooruit rennen is dan niet verstandig.”
Waar Boudry wel gelijk heeft, is als hij onze Westerse hypocrisie tegenover de derde wereld aanklaagt: “Wie zijn wij, bosloze Europeanen, om tropische ontwikkelingslanden te vermanen dat ze hun oerwoud wel moeten laten staan.” Jammer genoeg verbindt hij daar niet de conclusie aan om hier voor meer natuur te pleiten. Boudry betoogt dat je de rijkdom van de armere landen niet verhoogt door zelf een kleiner deel van de bestaande taart te eten, maar door de hele taart te vergroten, waardoor je natuurlijk meteen je eigen stuk nog kan vergroten. En volgens hem kan het, want de grondstoffen zijn onuitputbaar.
Als het over energie gaat, is Boudry een fervent voorstander van kernenergie als enige haalbare schone energie. Kernafval is daarbij geen probleem, want “kernafval is minuscuul in omvang, supermakkelijk om veilig te bewaren, en heeft nog nooit een vlieg kwaad gedaan.” Hoe het kernafval dan wel moet worden opgeslagen, wordt niet uitgelegd. Na decennia onderzoek is daar dan ook nog steeds geen oplossing voor. Ter herinnering: kernafval blijft langdurig radioactief en gevaarlijk, variërend van honderden tot honderdduizenden jaren, afhankelijk van de samenstelling en de halveringstijd van de radioactieve stoffen.
Over mensen die kritiek hebben op het huidige systeem merkt Boudry schamper op dat ze “bijten in de hand die ze voedt”. Ze profiteren van het systeem waar ze tegelijk kritiek op hebben: “Degrowth is een luchtkasteel van witte westerlingen die zo vervreemd zijn van hun eigen welvaart dat ze hun westerse decadentie aan de rest van de wereld willen opdringen.” Blijkbaar is iedereen die het huidige systeem in vraag durft te stellen een verwend nest. Soms verdenk je hem ervan dat hij vindt dat die mensen hier dan ook maar moeten ophoepelen; niet toevallig pleit hij ook voor een streng migratiebeleid. En over verwend gesproken: enkel “omdat we een aantal paradepaardjes van de vooruitgang hebben afgeslankt”, zijn “er nog steeds geen vakanties naar de maan”, stel je voor!
Als je met een luxueuze bus zonder remmen een berg afdondert, kan je hopen dat de chauffeur vindingrijk genoeg is om er iets op te vinden. Doorgaans is dat enkel in actiefilms het geval, maar misschien waant Boudry zich wel Superman die uiteindelijk, Clark Kent-gewijs, vuist vooruit, de chauffeur heldhaftig tegemoetvliegt? En als het niet lukt? Jammer, volgende keer beter.
Karikaturaal? Inderdaad, maar dat is het boek op veel punten ook …
Het verraad van de verlichting, Maarten Boudry, 2025, Prometheus, ISBN 978 90 445 54356, € 27,5