Aaien kan gevaarlijk zijn!

Aaien kan gevaarlijk zijn!

Je kan tegenwoordig bijna geen televisie meer kijken zonder dat je een reclame voor een antiparasietenmiddel voor huisdieren te zien krijgt. Beestje en baasje lijken in die reclames altijd vrolijk en gelukkig, maar er zit aan het gebruik van die middelen toch een duister kantje.

In Nederland houdt documentair fotograaf Marlonneke Willemsen zich bezig met de groei en ontwikkeling van verschillende diersoorten. Zo voerde ze op een bepaald ogenblik rupsen van de nachtvlinder grote beer met de blaadjes van paardenbloemen die ze uit het stadspark haalde. De rupsen groeiden normaal, maar bij het uit de pop komen bleken de vlinders ernstig misvormd. Vele vlinders konden helemaal niet meer uit de pop komen. Bij analyse van de paardenbloemen werden grote concentraties en aantallen van insecticiden en andere bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Dat was aanleiding voor verder onderzoek (2023): in paardenbloemen van 15 openbare parken in 7 Nederlandse provincies werden overal middelen tegen vlooien, teken en luizen aangetroffen. In alle paardenbloemenmonsters waren tevens bestrijdingsmiddelen aanwezig, afkomstig uit de landbouw.

In zijn boek ‘Het pesticidenparadijs’1 geeft Dirk de Bekker daar meer duiding over.

Veel van de gebruikte middelen die men vrij kan kopen, bevatten gevaarlijke stoffen die in de landbouw sinds 2018 verboden zijn, zoals fipronil, een PFAS forever chemical, en imidacloprid. In 2017 werden in Nederland en België tientallen pluimveebedrijven geblokkeerd, omdat men er te hoge gehaltes aan fipronil had vastgesteld. Het product was er gebruikt om bloedluis te bestrijden. Veel mensen beschouwen deze producten, omdat ze vrij te koop zijn, niet als potentieel gevaarlijk. Dat geldt trouwens ook voor alle middeltjes tegen mieren, vliegen, wespen, … Plantencentra verkopen ‘bij-vriendelijke’ planten, terwijl een rayon verder onschuldig ogende producten, maar gevaarlijk voor bijen, verkocht worden. De bij-vriendelijke planten zijn bovendien vaak zelf met pesticiden opgekweekt.

Bij een ‘aai-experiment’ bleek dat zelfs een maand na het toedienen van het product, met daarbij het ook ons bekende Frontline, de eigenaren nog fipronil en imidacloprid mee-aaiden. Via zwemmende, plassende, ruiende … honden (en katten, maar die zwemmen niet) komen zo veel pesticiden in het milieu terecht. Ook via het wassen van dekens en manden komen deze producten via het afvalwater in het water terecht. En hoe dan ook horen de gekamde haren thuis in de vuilbak, of bij het Klein Gevaarlijk Afval.

Uit onderzoek2 blijkt dat fipronil en imidacloprid in verband kunnen worden gebracht met lagere scores op het gebied van cognitieve en adaptieve vaardigheden bij kinderen met autisme.

In de natuur is één pipetje imidacloprid voor een middelgrote hond al in staat 25 miljoen bijen te doden. Als hondenbezitters hun huisdier buiten in de tuin kammen, of ergens in een natuurgebied (om het thuis ‘proper’ te houden), kunnen deze haren door vogels gebruikt worden als nestmateriaal. De jongen komen dan via hun blote huid in contact met de pesticiden. Bij een studie3 naar haren in 103 nesten van mezen, werd er in elk nest fipronil aangetroffen; in bijna 90% vond men ook imidacloprid. Over het algemeen werd een groter aantal dode jongen of niet-uitgekomen eieren aangetroffen in nesten met een grotere hoeveelheid insecticiden, een hogere totale concentratie aan insecticiden of een hogere concentratie aan fipronil, imidacloprid of permethrin. Dit wijst erop dat de blootstelling van eieren aan insecticiden in de nestbekleding kan leiden tot sterfte en een lager voortplantingssucces. Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie vond het nodig om op haar website4 de studie in twijfel te trekken, onder andere door te stellen dat “de waargenomen trends correlaties zijn, en geen oorzakelijke verbanden”. En dat bovendien “de haren evengoed gecontamineerd zouden kunnen zijn door de omgeving.” (hoe de, in de landbouw verboden, fipronil daar dan terechtkwam, wordt niet uitgelegd)

In 2025 bedroeg het aantal geregistreerde honden5 in Vlaanderen 1.385.033, het aantal geregistreerde katten (en dat zijn ze niet allemaal) 673.038.

De reden dat deze, in de landbouw verboden, producten zo gemakkelijk gebruikt kunnen worden, komt door het feit dat het gaat om twee verschillende wetgevingen. Omdat ze toegepast worden op een dier, zijn het geen bestrijdingsmiddelen, maar diergeneesmiddelen. Daardoor ontsnappen ze aan de controle van de EFSA, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, maar vallen ze onder de controle van het EMA, het Europees Geneesmiddelenbureau. En een milieubeoordeling voor middelen voor huisdieren bestaat er blijkbaar niet. Het EFSA kan dus bepaalde pesticiden verbieden wegens te gevaarlijk, terwijl het EMA ze gewoon toestaat. Het EMA heeft ondertussen wel toegezegd om met richtlijnen te komen … tegen 2029.

Voor wie zich verder wil verdiepen in dit onderwerp verscheen recent in Groot-Brittannië de uitgebreide (212 p.!) review6 ‘Flea Pollution Treatment Crisis – an Independent Review’. We citeren enkele zaken uit de synopsis en samenvatting van dit document.

Fipronil en imidacloprid brengen ernstige en mogelijk onomkeerbare schade toe aan het waterleven, hebben waarschijnlijk gevolgen voor de vogelpopulaties, leiden tot een afname van de bestuiverspopulaties in openbare parken, en hopen zich op in vissen.

Uit nieuw bewijsmateriaal blijkt dat er aanzienlijke hoeveelheden voorheen onopgemerkte giftige afbraakproducten van fipronil en imidacloprid in het rioolwater zijn aangetroffen. Aangezien er in het Verenigd Koninkrijk niet naar deze stoffen is gezocht, bestaat de vrees dat we de hoeveelheid giftige chemicaliën die als gevolg van het gebruik van beide oorspronkelijke stoffen in rivieren terechtkomt, aanzienlijk onderschatten.

Een concentratie van 0,02 μg/l imidacloprid in het oppervlaktewater leidde in Nederland tot een afname van 30% van het aantal vogels over een periode van tien jaar.

Uit een onderzoek naar pesticiden en populaties van ongewervelde dieren in 13 beken in natuurreservaten in Duitsland bleek dat de hoogste niveaus van giftigheid werden veroorzaakt door overschrijdingen van de ecologische grenswaarden voor fipronil. Deze waren de belangrijkste oorzaak van de lagere aantallen vervuilingsgevoelige soorten (zoals libellen, eendagsvliegen en kokerjuffers). Er was geen lozing vanuit de landbouw of rioolwaterzuiveringsinstallaties in de beken; honden op wandelpaden naast de verontreinigde beken waren waarschijnlijk de oorzaak van de vervuiling.

Tussen 2013 en 2022 leidde de vervuiling door imidacloprid tot een afname van de populaties van insectenetende vogels in Frankrijk met 12,7% vóór 2018; deze afname hield jarenlang aan, waarbij de populaties zelfs na het verbod van gebruik in de landbouw van 2018 nog steeds met 9% waren afgenomen.

Veel bedenkingen voor het geval je bij een volgende ontmoeting een hondeneigenaar hoort zeggen: “Hij doet niets hoor …”

Referenties

  1. DE BEKKER D (2026) – Het pesticidenparadijs: over de impact van bestrijdingsmiddelen, verstrengelde belangen en misbruikte wetenschap – de arbeiderspers ↩
  2. GOODRICH A.J., TANCREDI D.J., LUDENA Y.L., ROUDNEVA E., SCHMIDT R.J., HERTZ-PICCIOTTO I. & BENNETT D.H. (2025) – Pet Flea and Tick Control Exposure During Pregnancy and Early Life Associated with Decreased Cognitive and Adaptive Behaviors in Children with Developmental Delay and Autism Spectrum Disorder – Int. J. Environ. Res. Public Health 2025, 22, 1149, doi.org/10.3390/ijerph22071149 ↩
  3. TASSIN DE MONTAIGU C., GLAUSER G., GUINCHARD S. & GOULSON D. (2025) – High prevalence of veterinary drugs in bird’s nests – Science of the total environment https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0048969725000737 ↩
  4. https://www.vetcompendium.be/nl/node/6321 ↩
  5. https://www.vlaanderen.be/dierenwelzijn/werking-en-beleid/cijfers-dierenwelzijn ↩
  6. SHARDLOW M.E.A. (2026) – Flea Pollution Treatment Crisis – an Independent Review. – Wildlife and Countryside Link, London. https://www.wcl.org.uk/docs/2026/Flea%20Treatment%20Crisis%20-%20Independent%20Review%20final.pdf ↩

Cursus Natuurverkenner in de Vlaamse Ardennen

Natuurverkenner in de Vlaamse Ardennen is een interactieve en wervelende instapcursus voor natuurliefhebbers. Gedurende vijf dagen laten de lokale gidsen al hun enthousiasme op je los. Je trekt eropuit. In en tussen de natuur.

Via vijf verschillende thema’s maak je kennis met de hotspots in de Vlaamse Ardennen en wat ze betekenen voor de plaatselijke natuur. Je beleeft de natuur in zijn rijke verscheidenheid aan aspecten en je komt in contact met de enorme diversiteit aan natuurgebieden in de Vlaamse Ardennen.

Laat deze boeiende kennismaking niet aan je neus voorbijgaan en nodig geïnteresseerde buren, vrienden en familie ook uit!

→ Praktische informatie, het volledige programma en inschrijvingen

Vervolgcursus Insecten

Insecten zijn de olie die onze natuur gesmeerd doet lopen. Ieder plekje op aarde hebben ze weten te veroveren en dat heeft geleid tot een onmetelijke diversiteit van kleuren, vormen en levensstrategieën.

Deze cursus is een vervolg op de insectencursus van 2025 in het Bezoekerscentrum Boembekemolen. Deze keer gaat de cursus door in het Faunahuis. Het Faunahuis en het omliggende natuurgebied zijn een inspirerende plek op het gebied van faunavoorzieningen in en rond de woning. Het is een ruimte voor experiment en onderzoek, voor creatieve en innovatieve ideeën rond de samenleving van mens en dier. Lesgever Joeri Cortens verzorgt deze vervolgcursus en gaat dieper in op het insectenleven dat zich in een onvoorspelbare rijkdom ontplooit.

→ Praktische informatie, het volledige programma en inschrijvingen

Biodiversiteitsportaal:een schat aan informatie!

Biodiversiteitsportaal:een schat aan informatie!

Op 10 februari ging het Vlaams Biodiversiteitsportaal (VBP) online. Dit nieuwe platform werd ontwikkeld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en ontsluit in één klap meer dan 30 miljoen waarnemingen uit meer dan 300 datasets.

Het biedt beleidsmakers en onderzoekers een gecentraliseerde tool voor analyses, monitoring van natuurdoelen en de bescherming van kwetsbare soorten. De kern van de data bestaat uit soortwaarnemingen afkomstig uit gestandaardiseerde meetnetten, onderzoeksprojecten en citizen-­science-initiatieven. Ook historische data zijn verwerkt.

Het portaal richt zich in de eerste plaats op gegevens uit Vlaanderen, waardoor het een zo volledig mogelijk beeld geeft van de biodiversiteit in onze regio. Daarnaast worden ook andere relevante waarnemingen meegenomen wanneer ze bijdragen aan het begrijpen van Vlaamse soorten en ecosystemen.

Op de site kan je bijvoorbeeld zoeken naar een soort en je krijgt dan een uitgebreide beschrijving en een kaart met de waarnemingen. Bij vogels horen daar ook de geluiden bij. Te raadplegen op https://natuurdata.inbo.be, goed voor een paar uurtjes snuisteren!

Familiale staartmezen

Familiale staartmezen

Het leven van de koolmees is de laatste decennia door verschillende wetenschappers al tot in het kleinste detail onderzocht, maar ook staartmezen ontsnappen niet aan de inbreuk op hun privacy.

In de winter leven de gezellig kwetterende staartmezen in groepjes van 10 à 20 dieren. De groepen bestaan meestal uit jonge en volwassen dieren van beide geslachten die al dan niet met elkaar verwant zijn. Familieleden kunnen elkaar aan de roep herkennen, maar mogelijk spelen nog andere factoren mee. De samenstelling is veranderlijk, waarbij vogels van groep wisselen en er af toe groepen versmelten. Om energie te besparen overnachten ze dicht bijeen. Toch verliezen ze daarbij gemiddeld in de nacht 9% lichaamsgewicht. Degene aan de buitenkant – meestal dezelfde vogels – zijn de pineut en verliezen meer gewicht. Eigenaardig genoeg is het verlies het grootst bij een temperatuur van 4 °C. Bij lagere temperaturen slagen ze er blijkbaar in om gewichtsverlies te beperken, mogelijk omdat hun lichaamstemperatuur zakt.

In februari-maart vallen deze groepen uiteen en zoeken paartjes een plaats om te broeden. Vooral mannetjes blijven daarbij dicht bij de plaats waar ze geboren zijn. Als ze zich toch verder weg vestigen, doen ze dat samen met hun zussen en broers, waardoor ze hun familiebanden behouden terwijl ze verhuizen.

Het bouwen van het nest, het leggen van de 9 tot 11 eieren, het uitbroeden en voederen van de jongen, neemt heel wat tijd in beslag. Het kunstige, koepelvormige nest is gebouwd van mos dat met spinnenzijde aan elkaar is gebonden, bedekt met duizenden stukjes korstmos en binnenin bekleed met veren. In de tuin is een paartje ondertussen al meer dan twee weken aan het werk, en het nest is nog niet af.

Tot 70% van de nesten wordt echter gepredeerd en dan rest er hoogstens tijd voor één vervanglegsel. Grote legsels zijn trouwens typisch voor soorten die onder een hoge predatiedruk leven. Vanaf begin mei is het echter te laat om nog opnieuw te beginnen. Van de vogels die er niet in geslaagd zijn om te broeden, verhuist ongeveer één vierde – overwegend mannetjes – naar een ander nest om een paar dat meer geluk had te helpen bij het grootbrengen van hun nakomelingen. Ongeveer de helft van alle broedsels heeft helpers, meestal slechts één of twee, maar soms wel acht. Het extra voedsel dat de helpers verstrekken, vergroot de overlevingskansen van de jongen. Helpers kiezen meestal het nest van familieleden, waardoor het aantal vogels dat hun genen draagt in de volgende generatie toeneemt.

Deze tekst is gebaseerd op:

  • MORINAY J., WOODWARD B.K., RUSSELL A.F., SHARP S.P. & HATCHWELL B.J. (2025) – Ecological and demographic drivers of kin-directed cooperation in a social bird: Insights from a long-term study – J Anim Ecol.: 94:485–500, DOI: 10.1111/1365-2656.14237
  • HATCHWELL B.J., SHARP S.P., SIMEONI M. & MCGOWAN A. (2009) – Factors influencing overnight loss of body mass in the communal roosts of a social bird – Functional Ecology 23: 367–372, doi: 10.1111/j.1365-2435.2008.01511.x
Staartmees © Gould, 1873
Staartmees © Gould, 1873