De eikelmuis was ooit een vaak geziene gast in de Vlaamse Ardennen. Sommigen kennen het diertje nog onder de naam ‘fruitratje’ of ‘fruitdiefje’, omdat het zich vaak vertoonde op zolders, schuren of kelders waar fruit en noten werden bewaard voor de winter. Omwille van zijn zwartomrande ogen wordt hij ook wel ‘Zorro’ genoemd. Dankzij zijn opvallende pluimstaart is deze muis tot uitzonderlijke klimkunsten in staat en vertoont hij gelijkenissen met de eekhoorn. De soort houdt een jaarlijkse winterslaap en behoort tot de familie van de slaapmuizen. Maar ondanks zijn acrobatische kunsten en gemaskerde heldenstatus bengelt de eikelmuis aan de rand van de afgrond; in sommige Europese landen al volledig uitgestorven, in België nog aanwezig, maar actie is dringend nodig.
Natuurpunt Vlaamse Ardennen plus schiet de eikelmuis ter hulp met de steun van het Europees plattelandsfonds LEADER door in kaart te brengen waar en onder welke omstandigheden er nog eikelmuizen voorkomen in de Vlaamse Ardennen. Op deze manier kunnen er gerichte beschermingsmaatregelen genomen worden. De betrokken gemeenten bij dit project zijn: Ronse, Zottegem, Zwalm, Brakel, Horebeke, Maarkedal, Kluisbergen en Oudenaarde.
De favoriete plekken van de eikelmuis
Op basis van geregistreerde waarnemingen, die tot jaren teruggaan, is de (mogelijke) aanwezigheid van de eikelmuis in kaart gebracht. Rond deze plekken worden bewoners opgeroepen om extra alert te zijn en nieuwe waarnemingen door te geven. Ook op plaatsen waar nog geen waarnemingen geregistreerd zijn, maar die een potentieel geschikte habitat bieden, worden mensen opgeroepen om uit te kijken naar deze bijzondere bezoeker.
Voederplaatsen, nestkasten en/of wildcamera’s worden op beloftevolle locaties geplaatst en gecontroleerd.
De eikelmuis houdt zich graag op in en om gebouwen met rommelige plekken en holle ruimten en spleten. Vooral waar er aansluiting is met gevarieerde tuinen met dichte hagen, bosjes, fruitbomen en andere structuurrijke groenelementen, vinden ze een onderkomen. Om zich van de ene plek naar de andere te verplaatsen, maken ze gebruik van langgerekte houtige landschapselementen zoals heggen en houtkanten – al dan niet gelieerd aan spoorwegen, taluds en bermen. Eikelmuizen zijn vooral ’s nachts actief. Het zijn de keutels die vaak een herkenbaar spoor nalaten: 8 tot 15 mm lang, donkerbruin tot zwart, een licht gedraaide vorm met vaak restjes van insectenpantsers, zaden of vruchtenschillen.
De ene holte is de andere niet
Holtes zijn voor eikelmuizen van levensbelang. Ze doen dienst als nestplaats en slaapplaats tijdens de winterslaap. Eind juni demonstreerde de Schotse boom- en slaapmuizenkenner Will Robertson aan professionele boomverzorgers en enkele natuurliefhebbers hoe je een geschikte holte in een boom maakt. Bij deze klus komen wel wat vaardigheden en kennis kijken. Je hebt niet alleen armkracht, goed materiaal en een gebrek aan hoogtevrees nodig, maar ook kennis en zin voor precisie. De holte moet hoog genoeg zijn om predatoren zoals marters en katten weg te houden en tegelijk veiligheid te bieden tegen predatoren vanuit de lucht, bijvoorbeeld niet vlak onder een tak waar een bosuil kan zitten. De ideale afmeting voor de eikelmuis is een holte met een 200 mm brede nestruimte die loopt over de volledige lengte van een 20 tot 22 mm brede ingang. Will baseert zich hiervoor op het onderzoek van zoogdierexperte en Natuurpunter Goedele Verbeylen. Haar onderzoek toonde ook aan dat er voor één eikelmuizenfamilie zo’n 15 tot 20 holen nodig zijn. Will maakte tijdens de zomermaanden heel wat geschikte holtes in onze natuurgebieden die binnen het project vallen.
OPROEP
Willen we de eikelmuis in de Vlaamse Ardennen reanimeren, dan hebben we de hulp nodig van de streekbewoners.
Spiedende ogen:
Heb je een eikelmuis gezien in een gebied dat binnen het project valt? Meld het via waarnemingen.be – vergeet zeker je gegevens niet te vermelden, zodat we je kunnen contacteren.
Heb je vermoedens van de aanwezigheid en/of woon je in een gebied met geschikte habitats? Mail naar zoogdierenwerkgroep@natuurpuntvlaamseardennenplus.be.
Helpende handen:
Wil je ons helpen met het plaatsen en controleren van nest- en voederkasten en wildcamera’s? Mail naar zoogdierenwerkgroep@natuurpuntvlaamseardennenplus.be.
Enthousiasmerende monden:
Vertel mensen over deze bijzondere muis en hoe zij hun steentje kunnen bijdragen.
Interview met boomverzorger en slaapmuizenexpert Will Robertson
Wat is je achtergrond en drijfveer, Will?
Mijn universitaire opleiding is fysica, maar mijn belangrijkste bijdrage aan de wereld tot nu toe is het opzetten van het standaardwoordenboek Schots-Gaelisch samen met Michael Bauer en mijn samenwerking met Goedele Verbeylen rond de technieken voor het uitkerven van nestholtes en de praktische bescherming van eikelmuizen, hazelmuizen, vleermuizen en eekhoorns.
Mijn moeder stierf vrij jong aan pancreaskanker. In haar laatste dagen zei ze tegen me: “Je zult de wereld beter achterlaten dan je hem hebt gevonden.” Dat is wat ik probeer te doen.
Hoe is je fascinatie voor de slaapmuis ontstaan?
Misschien heb ik van nature wel een bijzondere affiniteit met eikelmuizen (Eliomys quercinus). Groepen vrouwelijke eikelmuizen brengen hun jongen samen groot in familiegroepen; mannetjes jagen tijdens de paartijd vrouwtjes na, maar daarbuiten kruipen mannelijke eikelmuizen gezellig bij andere mannetjes tegen elkaar aan. Een idee dat ik wel kan waarderen.
De eerste keer dat ik een hazelmuis (Muscardinus avellanarius) ontmoette, was een betoverende ervaring. Ik dacht dat de twee prachtige, glanzende ogen die me aankeken van een jonge eekhoorn waren, maar niets was minder waar. Kort daarna begon een andere slaapmuis, de relmuis (Glis glis), te eten van de havervlokken die ik voor de vogels had buitengezet. Dit deed me beseffen dat er in Europa meer soorten slaapmuizen zijn – in totaal vier soorten – waarvan er drie bedreigd zijn en dat zij onze hulp nodig hebben.
Dus ben je op zoek gegaan naar hoe je de slaapmuis kan helpen?
Inderdaad. De meeste literatuur die ik vond, ging ervan uit dat slaapmuizen vooral in struiken leefden, maar als boomverzorger zag ik dat deze dieren sterk aangepast zijn aan het leven in bomen met hun behendige klimhandjes en nauwere verwantschap aan de eekhoorn dan aan de muis. Bosbeheer- en boomverzorgingspraktijken uit het verleden, waarbij oude en dode bomen werden verwijderd, hadden hen beroofd van de nestholtes die hun veiligheid boden. Het ontstaan van nieuwe nestholtes op natuurlijke wijze duurt 50 tot 100 jaar, terwijl deze dieren in veel delen van Europa al binnen een fractie van die tijd met uitsterven worden bedreigd.
Daarom begon ik technieken te ontwikkelen om nestholtes uit te houwen. Na maandenlang zoeken in de wetenschappelijke literatuur vond ik een publicatie van Goedele Verbeylen, onderzoekster bij Natuurpunt, waarin zij precies had gemeten welke breedte en vorm van de ingang optimaal waren – rechthoekig of ovaal, niet rond – zodat hazelmuizen en eikelmuizen naar binnen konden, terwijl ze tegelijkertijd beschermd waren tegen roofdieren en slecht weer.
In die tijd werd gedacht dat het technisch onmogelijk was om een kettingzaag met de millimeterprecisie te bedienen die Goedele’s specificaties vereisten, laat staan om binnenin nestholtes uit te houwen die tien keer groter zijn dan de opening aan de ingang. Gedurende meer dan drie jaar ontwikkelde ik deze technieken: snelle en precieze vaardigheden om met een kettingzaag te zagen voor klimmende boomverzorgers en bosbeheerders, wat heel wat kracht, vaardigheid en zelfvertrouwen vergt, en tragere, veiligere manieren met een roterende boor voor mensen zonder ervaring met een kettingzaag of klimkunsten.
Goedele en ik begonnen in 2024 samen met onze eerste veldstudie en de resultaten waren geweldig: een moeder verhuisde met haar gezin van vier jonge hazelmuizen naar een van de uitgeholde nestholtes, en ook gezinnen van eikelmuizen namen andere nestholtes in.
Wat zijn de grootste bedreigingen voor de slaapmuizen en valt er iets aan te doen?
Onderzoek wijst op vijf fundamentele bedreigingen: het verlies van voedselplanten, vergiftiging door rodenticiden (middelen tegen knaagdieren), de achteruitgang van insectenpopulaties, predatie en het verlies van nestholtes.
Het belangrijkste is dat we al deze ontwikkelingen kunnen omkeren.
We weten dat slaapmuizen behoefte hebben aan een grote variatie voedselplanten die met elkaar in verbinding staan en die opeenvolgend in het seizoen voedsel leveren via bloesems, knoppen, bessen en noten. Deze kunnen we dus aanplanten en bevorderen. Denk aan fruitbomen, hazelaar, mei- en sleedoorn, klimop, sporkehout, …
In Europa worden bij wilde dieren hoge concentraties van anticoagulante rodenticiden gemeten. Nu we de gevaren ervan beter begrijpen, kunnen we het gebruik van rodenticiden verminderen.
Intensieve landbouw veroorzaakt op grote schaal habitatverlies, dus we kunnen allemaal een verschil maken door landbouwers te steunen die duurzaam werken.
Nestkasten en nestholtes bieden beschutting tegen weersomstandigheden en grotere roofdieren. De thermische stabiliteit van de holtes maakt ze zowel geschikt voor de winterslaap als voor gebruik tijdens het actieve seizoen. Bovendien trekken nestholtes insecten aan die zowel voor slaapmuizen als voor vleermuizen belangrijke mineralen en eiwitten leveren.
We hebben tijdens de zomer meer dan 100 nestholtes kunnen uithouwen in de Vlaamse Ardennen, met enorme snelheid en precisie, en zonder tekenen van stress in de vasculaire of endocriene systemen van de bomen. Dit is geen greenwashing en geen symbolisch gebaar, maar iets wat op grote schaal met de financiële steun van particulieren, overheden en bedrijven kan worden toegepast om daadwerkelijk een verschil te maken.
Wat kan de mensheid leren van de slaapmuis?
Ik denk boven alles: moed. Als we de toekomst tegemoet kunnen treden met dezelfde moed als deze kleine dieren, dan hebben zowel wij als zij een toekomst.
De Natuurboerderij te midden van Bos t’Ename is niet zomaar een boerderij met aandacht voor de natuur. Meer dan zeshonderd vrijwilligers uit Ename en omstreken bouwden een mistroostige plek om tot een bezield en bevlogen kruispunt van en voor mens, dier en natuur. Pieter Blondé, die samen met Guido Tack het vuur aan de lont van deze splinterbom aan positiviteit stak, neemt ons mee in het bijzondere verhaal van Natuurboerderij Bos t’Ename.
Interview met Pieter Blondé, door Soetkin Van Rossem
Kan je kort schetsen hoe het allemaal begon?
Voor het prilste begin moeten we terug naar Guido, die ooit het beheer en de bescherming van het reservaat Bos t’Ename tot missie maakte. In 2002 werd de boerderij, wat toen een afgeleefde koeienstal was, aangekocht via een LIFE-project. Lokale vrijwilligers van Werkgroep Bos t’Ename deden toen al een verbouwing in functie van de werking. Gaandeweg voldeed het gebouw niet meer aan de noden die er waren, maar we redden ons. De grote sprong kwam er rond 2020, toen er een plek werd gezocht voor het sociale-economiebedrijf van Natuur en Landschapszorg, dat gevestigd was in Ronse. Werkgroep Bos t’Ename had dan zelf ook al een project lopen binnen de sociale economie en het was een logische stap om de twee ploegen samen te voegen. Omdat er geen geschikte locatie gevonden werd om onderdak te kunnen bieden aan deze ploeg van twaalf arbeiders, vier ploegbazen en heel wat materiaal, dienden wij bij de gemeente een aanvraag in om de boerderij in functie daarvan te verbouwen. We gingen uit van een ‘neen’, omdat we in beschermd gebied liggen, maar kregen toch de toestemming.
Wat maakt dat jullie de toestemming kregen?
Van bij de start stonden er drie grote pijlers voorop: het tegemoetkomen aan diverse sociale en educatieve noden, het maximaal gebruikmaken van de lokale context en bouwmaterialen én een resoluut fauna-inclusief ontwerp. Bij de plannen die we indienden, hielden we ook rekening met de noden en behoeftes van een veertigtal organisaties waarmee we samenwerken. Door de stevig onderbouwde visie met oog voor mens, dier en natuur én het grote draagvlak hebben we de vergunningen gekregen.
De toestemming krijgen is één ding, de realisatie nog iets anders. Hoe zijn jullie eraan begonnen?
Wel, wat we niet hadden was geld, maar wat we wel hadden was: tijd, een sterk netwerk, beschikbaarheid van natuurlijke materialen en een duidelijke visie en doel. We zijn meteen gestart met het gericht samenstellen van een vrijwilligersploeg en het op poten zetten van verschillende financiële acties. Dit lukte vrij vlot, mensen waren meteen mee met het verhaal. Mochten we alles uitbesteed hebben en met de standaard materialen hebben gewerkt, zou de bouw ongeveer een miljoen euro hebben gekost. Nu is het de helft daarvan. We hadden twee jaar vooropgesteld; het zijn er drie geworden. Met de hulp van zo’n zeshonderd vrijwilligers.
Hoe zijn jullie erin geslaagd om al deze mensen te engageren en gemotiveerd te houden?
De sleutel is: co-creatie. Co-creatie zorgt ervoor dat de intrinsieke motivatie stijgt. Dat gaat om eigenaarschap en betrokkenheid. Je creativiteit kunnen inzetten en leren van elkaar binnen een veilige en plezante omgeving. Samenwerken naar een concreet einddoel toe geeft voldoening, omdat je resultaat ziet. De hele bouw was eigenlijk het tegenvoorbeeld van de individualistische maatschappij waarin we meer en meer lijken te leven.
Het is uiteraard ook belangrijk om de juiste profielen binnen de ploeg te hebben. We hadden al een stevige vrijwilligerswerking binnen Werkgroep Bos t’Ename. Aanvullend hebben we gekeken welke kennis en vaardigheden we nog misten en zo mensen, die nog geen vrijwilliger waren gericht aangesproken. Een mooi voorbeeld hiervan is Fred. Fred is altijd leraar geweest in ‘den bouw’, hij was geen vrijwilliger bij Natuurpunt, maar we hebben hem gevraagd om de functie van werfleider op te nemen. De bedoeling was dat hij dagelijks eens zou langskomen om tips te geven. Uiteindelijk heeft hij hier hele dagen meegebouwd en is hij een onmisbare schakel gebleken. Mensen als Fred zijn goud waard. Een ander voorbeeld is de samenwerking met de Sint-Bernardusschool uit de buurt. Van het eerste tot het zesde jaar houtbewerking werkten mee.
Per leeftijd werd gekeken naar de leerplandoelstellingen: de jongere jaren maakten bijvoorbeeld nestkastjes, de oudere trappen en deuren. De zeshonderd mensen die meebouwden, deden dit op hun eigen ritme en frequentie; eenmalig, tijdens bouwkampen van een week, op dagelijkse basis. Iedere hulp was welkom en werd even hard geapprecieerd.
Het werken met lokale en natuurlijke materialen stond voorop, wat moeten we ons daarbij voorstellen?
De moderne bouwsector is heel afhankelijk van uitputbare grondstoffen die de halve wereld rondreizen. Wij kozen voor een radicaal ander pad: dat van extreem doorgedreven nabijheid en het werken met afvalstromen uit het natuurbeheer: hout, leem, klei en stro. De leem komt uit een nieuw gegraven amfibieënpoel vlak achter de boerderij, de bomen voor het hout zijn gerooid binnen een straal van vijfhonderd meter rond het gebouw, het stro komt van onze eigen akkers en van de boer die op vierhonderd meter van hier zit, … Het werken met eigen bouwmaterialen maakt dat de aankoopkosten enorm dalen, maar dat de werkuren uiteraard omgekeerd evenredig stijgen. Het is veel sneller om balken te laten leveren dan ze zelf te kappen, zagen en af te werken. Hetzelfde geldt voor het maken van bakstenen, wat we ook zelf deden. Dat is heel arbeidsintensief, maar paste volledig binnen onze filosofie.
Het mooie aan het werken met deze materialen is uiteraard dat het heel ecologisch is, maar dat we daarvoor ook op oude bouwtechnieken moesten terugvallen. Dit ging gepaard met proberen, falen en opnieuw proberen, maar ook daar weer konden mensen van elkaar leren, hun creativiteit inzetten en zo tot het gewenste resultaat komen. Hierdoor heeft de boerderij ook een grote educatieve waarde. De vleermuizenzolder bijvoorbeeld toont maar liefst vijf verschillende bouwtechnieken met leem, stro en hout. Waaronder de klassieke stroleembouw en vakwerk, waarbij een kader van houten balken opgevuld wordt met vitswerk; houtvlechtwerk met buigzame takken.
Nu het bouwen officieel een eindpunt bereikt, voor wie staan de deuren open in de toekomst?
De vaste bewoners zijn sowieso de vrijwilligers van Werkgroep Bos t’Ename en de arbeidersploeg. Zij krijgen gezelschap van drie belangrijke doelgroepen: mensen die het moeilijk hebben, de lokale gemeenschap en gespecialiseerde groepen. De lokale gemeenschap gaat van lokale scholen over de KWB tot de harmonie die hier een ruimte willen gebruiken of activiteiten organiseren. Gespecialiseerde groepen zijn groepen die geïnteresseerd zijn in het educatieve aspect van de boerderij en die komen om bij te leren op het vlak van ecologisch bouwen. We krijgen heel veel aanvragen van architecten, opleidingen en overheden om hier studiedagen te organiseren rond specifieke thema’s zoals koolstof-opslaand bouwen bijvoorbeeld. Het project wordt als uniek beschouwd door de schaalgrootte en de vele componenten die vervat zitten en aantoonbaar zijn, waardoor het gebouw een grote didactische waarde heeft. Vzw aPart is onze belangrijkste partner voor onze sociaal-maatschappelijke pijler. Zij werken met jongeren die geen hulp meer vinden binnen de reguliere hulpverlening. Jongeren die er vrijwillig voor kiezen, kunnen hier een traject afleggen, waarbij de focus ligt op het helpen op de boerderij; dieren verzorgen, hout klieven, aardappelen rooien, … Er wordt niet gesproken over hun problemen, tenzij zij het zelf aangeven. Hier kunnen zij volledig in het moment leven, zinvolle activiteiten verrichten en positieve ervaringen opdoen in een heel andere omgeving dan waarin ze doorgaans leven. Stap voor stap herwinnen ze vertrouwen in zichzelf en in de medemens. Alles op hun eigen tempo. Sommige gasten kiezen er op een bepaald moment voor om hun traject te eindigen en aan te sluiten bij de vrijwilligerswerking. Dit is geen doel op zich, maar we zijn gelukkig als dit gebeurt.
Uiteraard hopen we ook tal van dieren en soorten aan te trekken. Samen met experts, zoals Dirk Criel van het Faunahuis en met de Vogelwerkgroep Vlaamse Ardennen plus, ontwierpen we een ambitieus nestkastenplan voor vogelsoorten. Bijzondere aandacht gaat ook naar de ingekorven vleermuis. Via gerichte ingrepen op basis van een onderzoek dat we initieerden, biedt de boerderij een potentieel zomerverblijf. Onder het dak zijn verschillende temperatuurzones gecreëerd al naargelang de noden; zo warm mogelijk, een stabiele temperatuur en een koele ruimte. Daarnaast is de hele voorkant een gedroomd vleermuizenhotel, via kijkluikjes kan je zien waarom. Het is de bedoeling om ook deze kennis weer te gaan delen.
Een laatste vraag: ben je niet bang voor het spreekwoordelijke zwarte gat na deze intense rit van de afgelopen drie jaar?
We hebben hier altijd wel projectjes (lacht). Heel eerlijk, ik kijk uit naar de opening, zodat we een feestelijk punt achter de bouw kunnen zetten en ons weer kunnen focussen op de bescherming van natuur, landschap en erfgoed. Het gaat niet goed met de natuur, dat weten we intussen allemaal, maar het toffe is dat wanneer je natuur goed beheert, je de achteruitgang van de biodiversiteit in zekere mate kan tegenhouden en vooral in de natuurgebieden zelfs positief kan keren. De boerderij kan hier op verschillende manieren ondersteuning in bieden, dus we gaan daar volop op inzetten. Er zijn nog dromen genoeg; voor een zwart gat hebben we geen schrik.