Bevlogen kruispunt voor mens, dier en natuur
De Natuurboerderij te midden van Bos t’Ename is niet zomaar een boerderij met aandacht voor de natuur. Meer dan zeshonderd vrijwilligers uit Ename en omstreken bouwden een mistroostige plek om tot een bezield en bevlogen kruispunt van en voor mens, dier en natuur. Pieter Blondé, die samen met Guido Tack het vuur aan de lont van deze splinterbom aan positiviteit stak, neemt ons mee in het bijzondere verhaal van Natuurboerderij Bos t’Ename.
Interview met Pieter Blondé, door Soetkin Van Rossem
Kan je kort schetsen hoe het allemaal begon?
Voor het prilste begin moeten we terug naar Guido, die ooit het beheer en de bescherming van het reservaat Bos t’Ename tot missie maakte. In 2002 werd de boerderij, wat toen een afgeleefde koeienstal was, aangekocht via een LIFE-project. Lokale vrijwilligers van Werkgroep Bos t’Ename deden toen al een verbouwing in functie van de werking. Gaandeweg voldeed het gebouw niet meer aan de noden die er waren, maar we redden ons. De grote sprong kwam er rond 2020, toen er een plek werd gezocht voor het sociale-economiebedrijf van Natuur en Landschapszorg, dat gevestigd was in Ronse. Werkgroep Bos t’Ename had dan zelf ook al een project lopen binnen de sociale economie en het was een logische stap om de twee ploegen samen te voegen. Omdat er geen geschikte locatie gevonden werd om onderdak te kunnen bieden aan deze ploeg van twaalf arbeiders, vier ploegbazen en heel wat materiaal, dienden wij bij de gemeente een aanvraag in om de boerderij in functie daarvan te verbouwen. We gingen uit van een ‘neen’, omdat we in beschermd gebied liggen, maar kregen toch de toestemming.
Wat maakt dat jullie de toestemming kregen?
Van bij de start stonden er drie grote pijlers voorop: het tegemoetkomen aan diverse sociale en educatieve noden, het maximaal gebruikmaken van de lokale context en bouwmaterialen én een resoluut fauna-inclusief ontwerp. Bij de plannen die we indienden, hielden we ook rekening met de noden en behoeftes van een veertigtal organisaties waarmee we samenwerken. Door de stevig onderbouwde visie met oog voor mens, dier en natuur én het grote draagvlak hebben we de vergunningen gekregen.
De toestemming krijgen is één ding, de realisatie nog iets anders. Hoe zijn jullie eraan begonnen?
Wel, wat we niet hadden was geld, maar wat we wel hadden was: tijd, een sterk netwerk, beschikbaarheid van natuurlijke materialen en een duidelijke visie en doel. We zijn meteen gestart met het gericht samenstellen van een vrijwilligersploeg en het op poten zetten van verschillende financiële acties. Dit lukte vrij vlot, mensen waren meteen mee met het verhaal. Mochten we alles uitbesteed hebben en met de standaard materialen hebben gewerkt, zou de bouw ongeveer een miljoen euro hebben gekost. Nu is het de helft daarvan. We hadden twee jaar vooropgesteld; het zijn er drie geworden. Met de hulp van zo’n zeshonderd vrijwilligers.
Hoe zijn jullie erin geslaagd om al deze mensen te engageren en gemotiveerd te houden?
De sleutel is: co-creatie. Co-creatie zorgt ervoor dat de intrinsieke motivatie stijgt. Dat gaat om eigenaarschap en betrokkenheid. Je creativiteit kunnen inzetten en leren van elkaar binnen een veilige en plezante omgeving. Samenwerken naar een concreet einddoel toe geeft voldoening, omdat je resultaat ziet. De hele bouw was eigenlijk het tegenvoorbeeld van de individualistische maatschappij waarin we meer en meer lijken te leven.
Het is uiteraard ook belangrijk om de juiste profielen binnen de ploeg te hebben. We hadden al een stevige vrijwilligerswerking binnen Werkgroep Bos t’Ename. Aanvullend hebben we gekeken welke kennis en vaardigheden we nog misten en zo mensen, die nog geen vrijwilliger waren gericht aangesproken. Een mooi voorbeeld hiervan is Fred. Fred is altijd leraar geweest in ‘den bouw’, hij was geen vrijwilliger bij Natuurpunt, maar we hebben hem gevraagd om de functie van werfleider op te nemen. De bedoeling was dat hij dagelijks eens zou langskomen om tips te geven. Uiteindelijk heeft hij hier hele dagen meegebouwd en is hij een onmisbare schakel gebleken. Mensen als Fred zijn goud waard. Een ander voorbeeld is de samenwerking met de Sint-Bernardusschool uit de buurt. Van het eerste tot het zesde jaar houtbewerking werkten mee.
Per leeftijd werd gekeken naar de leerplandoelstellingen: de jongere jaren maakten bijvoorbeeld nestkastjes, de oudere trappen en deuren. De zeshonderd mensen die meebouwden, deden dit op hun eigen ritme en frequentie; eenmalig, tijdens bouwkampen van een week, op dagelijkse basis. Iedere hulp was welkom en werd even hard geapprecieerd.
Het werken met lokale en natuurlijke materialen stond voorop, wat moeten we ons daarbij voorstellen?
De moderne bouwsector is heel afhankelijk van uitputbare grondstoffen die de halve wereld rondreizen. Wij kozen voor een radicaal ander pad: dat van extreem doorgedreven nabijheid en het werken met afvalstromen uit het natuurbeheer: hout, leem, klei en stro. De leem komt uit een nieuw gegraven amfibieënpoel vlak achter de boerderij, de bomen voor het hout zijn gerooid binnen een straal van vijfhonderd meter rond het gebouw, het stro komt van onze eigen akkers en van de boer die op vierhonderd meter van hier zit, … Het werken met eigen bouwmaterialen maakt dat de aankoopkosten enorm dalen, maar dat de werkuren uiteraard omgekeerd evenredig stijgen. Het is veel sneller om balken te laten leveren dan ze zelf te kappen, zagen en af te werken. Hetzelfde geldt voor het maken van bakstenen, wat we ook zelf deden. Dat is heel arbeidsintensief, maar paste volledig binnen onze filosofie.
Het mooie aan het werken met deze materialen is uiteraard dat het heel ecologisch is, maar dat we daarvoor ook op oude bouwtechnieken moesten terugvallen. Dit ging gepaard met proberen, falen en opnieuw proberen, maar ook daar weer konden mensen van elkaar leren, hun creativiteit inzetten en zo tot het gewenste resultaat komen. Hierdoor heeft de boerderij ook een grote educatieve waarde. De vleermuizenzolder bijvoorbeeld toont maar liefst vijf verschillende bouwtechnieken met leem, stro en hout. Waaronder de klassieke stroleembouw en vakwerk, waarbij een kader van houten balken opgevuld wordt met vitswerk; houtvlechtwerk met buigzame takken.
Nu het bouwen officieel een eindpunt bereikt, voor wie staan de deuren open in de toekomst?
De vaste bewoners zijn sowieso de vrijwilligers van Werkgroep Bos t’Ename en de arbeidersploeg. Zij krijgen gezelschap van drie belangrijke doelgroepen: mensen die het moeilijk hebben, de lokale gemeenschap en gespecialiseerde groepen. De lokale gemeenschap gaat van lokale scholen over de KWB tot de harmonie die hier een ruimte willen gebruiken of activiteiten organiseren. Gespecialiseerde groepen zijn groepen die geïnteresseerd zijn in het educatieve aspect van de boerderij en die komen om bij te leren op het vlak van ecologisch bouwen. We krijgen heel veel aanvragen van architecten, opleidingen en overheden om hier studiedagen te organiseren rond specifieke thema’s zoals koolstof-opslaand bouwen bijvoorbeeld. Het project wordt als uniek beschouwd door de schaalgrootte en de vele componenten die vervat zitten en aantoonbaar zijn, waardoor het gebouw een grote didactische waarde heeft. Vzw aPart is onze belangrijkste partner voor onze sociaal-maatschappelijke pijler. Zij werken met jongeren die geen hulp meer vinden binnen de reguliere hulpverlening. Jongeren die er vrijwillig voor kiezen, kunnen hier een traject afleggen, waarbij de focus ligt op het helpen op de boerderij; dieren verzorgen, hout klieven, aardappelen rooien, … Er wordt niet gesproken over hun problemen, tenzij zij het zelf aangeven. Hier kunnen zij volledig in het moment leven, zinvolle activiteiten verrichten en positieve ervaringen opdoen in een heel andere omgeving dan waarin ze doorgaans leven. Stap voor stap herwinnen ze vertrouwen in zichzelf en in de medemens. Alles op hun eigen tempo. Sommige gasten kiezen er op een bepaald moment voor om hun traject te eindigen en aan te sluiten bij de vrijwilligerswerking. Dit is geen doel op zich, maar we zijn gelukkig als dit gebeurt.
Uiteraard hopen we ook tal van dieren en soorten aan te trekken. Samen met experts, zoals Dirk Criel van het Faunahuis en met de Vogelwerkgroep Vlaamse Ardennen plus, ontwierpen we een ambitieus nestkastenplan voor vogelsoorten. Bijzondere aandacht gaat ook naar de ingekorven vleermuis. Via gerichte ingrepen op basis van een onderzoek dat we initieerden, biedt de boerderij een potentieel zomerverblijf. Onder het dak zijn verschillende temperatuurzones gecreëerd al naargelang de noden; zo warm mogelijk, een stabiele temperatuur en een koele ruimte. Daarnaast is de hele voorkant een gedroomd vleermuizenhotel, via kijkluikjes kan je zien waarom. Het is de bedoeling om ook deze kennis weer te gaan delen.
Een laatste vraag: ben je niet bang voor het spreekwoordelijke zwarte gat na deze intense rit van de afgelopen drie jaar?
We hebben hier altijd wel projectjes (lacht). Heel eerlijk, ik kijk uit naar de opening, zodat we een feestelijk punt achter de bouw kunnen zetten en ons weer kunnen focussen op de bescherming van natuur, landschap en erfgoed. Het gaat niet goed met de natuur, dat weten we intussen allemaal, maar het toffe is dat wanneer je natuur goed beheert, je de achteruitgang van de biodiversiteit in zekere mate kan tegenhouden en vooral in de natuurgebieden zelfs positief kan keren. De boerderij kan hier op verschillende manieren ondersteuning in bieden, dus we gaan daar volop op inzetten. Er zijn nog dromen genoeg; voor een zwart gat hebben we geen schrik.


