Interview met boomverzorger en slaapmuizenexpert Will Robertson

Wat is je achtergrond en drijfveer, Will?

Mijn universitaire opleiding is fysica, maar mijn belangrijkste bijdrage aan de wereld tot nu toe is het opzetten van het standaardwoordenboek Schots-Gaelisch samen met Michael Bauer en mijn samenwerking met Goedele Verbeylen rond de technieken voor het uitkerven van nestholtes en de praktische bescherming van eikelmuizen, hazelmuizen, vleermuizen en eekhoorns.

Mijn moeder stierf vrij jong aan pancreaskanker. In haar laatste dagen zei ze tegen me: “Je zult de wereld beter achterlaten dan je hem hebt gevonden.” Dat is wat ik probeer te doen.

Hoe is je fascinatie voor de slaapmuis ontstaan?

Misschien heb ik van nature wel een bijzondere affiniteit met eikelmuizen (Eliomys quercinus). Groepen vrouwelijke eikelmuizen brengen hun jongen samen groot in familiegroepen; mannetjes jagen tijdens de paartijd vrouwtjes na, maar daarbuiten kruipen mannelijke eikelmuizen gezellig bij andere mannetjes tegen elkaar aan. Een idee dat ik wel kan waarderen.

De eerste keer dat ik een hazelmuis (Muscardinus avellanarius) ontmoette, was een betoverende ervaring. Ik dacht dat de twee prachtige, glanzende ogen die me aankeken van een jonge eekhoorn waren, maar niets was minder waar. Kort daarna begon een andere slaapmuis, de relmuis (Glis glis), te eten van de havervlokken die ik voor de vogels had buitengezet. Dit deed me beseffen dat er in Europa meer soorten slaapmuizen zijn – in totaal vier soorten – waarvan er drie bedreigd zijn en dat zij onze hulp nodig hebben.

Dus ben je op zoek gegaan naar hoe je de slaapmuis kan helpen?

Inderdaad. De meeste literatuur die ik vond, ging ervan uit dat slaapmuizen vooral in struiken leefden, maar als boomverzorger zag ik dat deze dieren sterk aangepast zijn aan het leven in bomen met hun behendige klimhandjes en nauwere verwantschap aan de eekhoorn dan aan de muis. Bosbeheer- en boomverzorgingspraktijken uit het verleden, waarbij oude en dode bomen werden verwijderd, hadden hen beroofd van de nestholtes die hun veiligheid boden. Het ontstaan van nieuwe nestholtes op natuurlijke wijze duurt 50 tot 100 jaar, terwijl deze dieren in veel delen van Europa al binnen een fractie van die tijd met uitsterven worden bedreigd.

Daarom begon ik technieken te ontwikkelen om nestholtes uit te houwen. Na maandenlang zoeken in de wetenschappelijke literatuur vond ik een publicatie van Goedele Verbeylen, onderzoekster bij Natuurpunt, waarin zij precies had gemeten welke breedte en vorm van de ingang optimaal waren – rechthoekig of ovaal, niet rond – zodat hazelmuizen en eikelmuizen naar binnen konden, terwijl ze tegelijkertijd beschermd waren tegen roofdieren en slecht weer.

In die tijd werd gedacht dat het technisch onmogelijk was om een kettingzaag met de millimeterprecisie te bedienen die Goedele’s specificaties vereisten, laat staan om binnenin nestholtes uit te houwen die tien keer groter zijn dan de opening aan de ingang. Gedurende meer dan drie jaar ontwikkelde ik deze technieken: snelle en precieze vaardigheden om met een kettingzaag te zagen voor klimmende boomverzorgers en bosbeheerders, wat heel wat kracht, vaardigheid en zelfvertrouwen vergt, en tragere, veiligere manieren met een roterende boor voor mensen zonder ervaring met een kettingzaag of klimkunsten.

Will Robertson aan het werk © Marc De Vriendt
Will Robertson aan het werk © Marc De Vriendt

Goedele en ik begonnen in 2024 samen met onze eerste veldstudie en de resultaten waren geweldig: een moeder verhuisde met haar gezin van vier jonge hazelmuizen naar een van de uitgeholde nestholtes, en ook gezinnen van eikelmuizen namen andere nestholtes in.

Wat zijn de grootste bedreigingen voor de slaapmuizen en valt er iets aan te doen?

Onderzoek wijst op vijf fundamentele bedreigingen: het verlies van voedselplanten, vergiftiging door rodenticiden (middelen tegen knaagdieren), de achteruitgang van insectenpopulaties, predatie en het verlies van nestholtes.

Het belangrijkste is dat we al deze ontwikkelingen kunnen omkeren.

We weten dat slaapmuizen behoefte hebben aan een grote variatie voedselplanten die met elkaar in verbinding staan en die opeenvolgend in het seizoen voedsel leveren via bloesems, knoppen, bessen en noten. Deze kunnen we dus aanplanten en bevorderen. Denk aan fruitbomen, hazelaar, mei- en sleedoorn, klimop, sporkehout, …

In Europa worden bij wilde dieren hoge concentraties van anticoagulante rodenticiden gemeten. Nu we de gevaren ervan beter begrijpen, kunnen we het gebruik van rodenticiden verminderen.

Intensieve landbouw veroorzaakt op grote schaal habitatverlies, dus we kunnen allemaal een verschil maken door landbouwers te steunen die duurzaam werken.

Nestkasten en nestholtes bieden beschutting tegen weersomstandigheden en grotere roofdieren. De thermische stabiliteit van de holtes maakt ze zowel geschikt voor de winterslaap als voor gebruik tijdens het actieve seizoen. Bovendien trekken nestholtes insecten aan die zowel voor slaapmuizen als voor vleermuizen belangrijke mineralen en eiwitten leveren.

We hebben tijdens de zomer meer dan 100 nestholtes kunnen uithouwen in de Vlaamse Ardennen, met enorme snelheid en precisie, en zonder tekenen van stress in de vasculaire of endocriene systemen van de bomen. Dit is geen greenwashing en geen symbolisch gebaar, maar iets wat op grote schaal met de financiële steun van particulieren, overheden en bedrijven kan worden toegepast om daadwerkelijk een verschil te maken.

Wat kan de mensheid leren van de slaapmuis?

Ik denk boven alles: moed. Als we de toekomst tegemoet kunnen treden met dezelfde moed als deze kleine dieren, dan hebben zowel wij als zij een toekomst.