Europese rode lijst voor nachtvlinders

Europese rode lijst voor nachtvlinders

De Europese rode lijst1 van macronachtvlinders biedt een uitgebreide beoordeling van het risico op uitsterven van nachtvlinders in heel Europa.

De beoordeling is gebaseerd op de verschillende categorieën zoals vastgelegd door de IUCN (International Union for Conservation of Nature and Natural Resources). Het rapport wil het beleid ondersteunen en de prioriteiten voor natuurbehoud sturen. Daarnaast verbetert het inzicht in de trends en bedreigingen van nachtvlinderpopulaties en identificeert het de soorten die op Europees niveau met uitsterven worden bedreigd.

In totaal werden 3.082 soorten beoordeeld.

De beoordeling evalueert soorten met behulp van de beschikbare gegevens over verspreiding, populatietrends, habitatvereisten en bedreigingen.

Status op de IUCN-Rode Lijst van Europese nachtvlinders, met het aantal soorten per categorie voor alle soorten in geografisch Europa. DD: Onzeker / Onvoldoende gegevens. Er is te weinig informatie om de status te bepalen. LC: Niet bedreigd / Veilige soorten met een groot en stabiel aantal. NT: Gevoelige soorten die bijna in aanmerking komen voor een bedreigde categorie. VU: Kwetsbaar. Soorten die een hoog risico lopen op uitsterven in het wild. EN: Bedreigd. Soorten met een zeer groot risico op uitsterven in de nabije toekomst. CR: Ernstiger bedreigd, Kritiek. Soorten die extreem hoog risico lopen op uitsterven. EX: Uitgestorven. Er zijn geen levende exemplaren meer op het Europese continent.
Status op de IUCN-Rode Lijst van Europese nachtvlinders, met het aantal soorten per categorie voor alle soorten in geografisch Europa. DD: Onzeker / Onvoldoende gegevens. Er is te weinig informatie om de status te bepalen. LC: Niet bedreigd / Veilige soorten met een groot en stabiel aantal. NT: Gevoelige soorten die bijna in aanmerking komen voor een bedreigde categorie. VU: Kwetsbaar. Soorten die een hoog risico lopen op uitsterven in het wild. EN: Bedreigd. Soorten met een zeer groot risico op uitsterven in de nabije toekomst. CR: Ernstiger bedreigd, Kritiek. Soorten die extreem hoog risico lopen op uitsterven. EX: Uitgestorven. Er zijn geen levende exemplaren meer op het Europese continent.

Uit de beoordeling blijkt dat de meeste soorten momenteel geklasseerd worden als Least Concern (Niet bedreigd). Bijna 11% van de Europese soorten is bedreigd. Voor veel soorten ontbreekt nog voldoende informatie.

De voornaamste bedreigingen zijn de klassiekers zoals habitatverandering en -degradatie, de klimaatverandering en extreem weer zoals de hitte en droogte van deze zomer, en de druk op populaties die verband houdt met landbouw en aquacultuur. Stedelijke ontwikkeling en vervuiling hebben ook een grote invloed, met een belangrijke rol voor lichtvervuiling, die steeds meer wordt erkend als een bedreiging voor nachtelijke bestuivers.

Het rapport geeft veel achtergrondinformatie over nachtvlinders en is gratis te downloaden.

Referenties

  1. European Commission: Directorate-General for Environment, Niamh, P., Jurriën, V. D., David, A., Vittorio, B. et al., European red list of moths – Status assessment of European moths, Publications Office of the European Union, 2026, https://data.europa.eu/doi/10.2779/6590787 ↩
Sluit de natuur niet op!

Sluit de natuur niet op!

Allicht zag je ondertussen ook al wel een opvallend bord van opgesloten dieren. Daarmee roept Natuurpunt minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns op om natuur opnieuw meer ruimte te geven in plaats van deze in te perken. Momenteel investeert de Vlaamse regering onvoldoende in natuurherstel, wil ze beschermingsregels afzwakken en de ruimte voor natuur beperken. Zo wordt meer natuur onmogelijk en dreigen ook de natuurgebieden in Natuurpunt Vlaamse Ardennen plus opgesloten te raken.

Uit onderzoek blijkt nochtans dat 8 op de 10 Vlamingen meer natuur wil. Ze zorgt voor rust, verkoeling, zuivere lucht, proper water en bescherming tegen droogte en overstromingen. We staan op een kantelpunt: kiezen we voor natuurgroei of belanden we in een natuurstop? Natuurpunt vraagt de minister om het beleid op drie punten bij te sturen.

Natuur heeft ruimte nodig

De beste gronden voor natuur liggen vaak langs rivieren en in valleien. Dat zijn plekken die voor landbouw minder geschikt zijn. Nieuwe regels over het recht van voorkoop maken het echter moeilijk om die gronden voor natuur te gebruiken. Zo wordt het herstel van de natuur afgeremd, terwijl jonge boeren amper voordeel ondervinden van de maatregelen.

Natuur heeft middelen nodig

Natuurherstel kost geld, maar niets doen kost op termijn veel meer. Als Vlaanderen vandaag sterk investeert in natuur, voorkomen we later (meer) schade door droogte, hitte en overstromingen en besparen we op gezondheidskosten. Geld voor natuur is met andere woorden geen pure kost, maar een verstandige investering in onze veiligheid en levenskwaliteit. Maar de beschikbare middelen die de overheid voorziet, zijn te beperkt en worden niet voldoende ingezet.

Natuur heeft bescherming nodig

Vlaanderen heeft weinig natuur, net daarom zijn sterke Europese regels belangrijk om de bestaande natuur te beschermen. De landen van de Europese Unie moeten tegen 2030 dertig procent van de kwetsbare natuur herstellen. Terwijl andere landen daar werk van maken, wil Vlaanderen die regels verzwakken en minder doen. En dat terwijl Vlaanderen al het laagste aandeel natuur heeft in Europa en kampt met een slechte milieukwaliteit. De regels zijn niet het probleem, wel dat we ze niet volgen.

De Vlaamse Ardennen een stukje toegankelijker voor mensen met een beperking

De Vlaamse Ardennen een stukje toegankelijker voor mensen met een beperking

Het project ‘Toegankelijke natuur- en recreatiebeleving in de Vlaamse Ardennen’ ontwikkelde verschillende recreatieve activiteiten voor mensen met een beperking die graag actief van de natuur genieten. In 2026 is er een samenwerking van het Bezoekerscentrum Natuurpunt Vlaamse Ardennen – Boembekemolen met Toerisme Oost-Vlaanderen en Toerisme Vlaanderen om twee uitgestippelde wandelingen, offroad, met een rolstoel te beleven in de omgeving van de Boembekemolen.

Het bezoekerscentrum kocht daarvoor twee rolstoelen aan en is vanaf nu een uitleenpunt voor deze rolstoelen. Beide rolstoelen kunnen gehuurd worden voor € 15 voor een halve dag, of € 30 voor een hele dag. Een waarborg van € 100 dient een week op voorhand gestort te worden.

De eerste rolstoel is van het type Joëlette, een rolstoel met 1 wiel waarbij minimaal 3 begeleiders nodig zijn. Deze is gericht op kinderen met een beperking en bestemd om het 2,5 km lange Snuitpad Eddy Eikelmuis te beleven.

De andere rolstoel is een offroad-rolstoel, de Stricker, met een elektrisch aangedreven voorwiel, bedoeld voor een uitgestippelde wandeling van 5 km rond de molen.

© Dieter Lernout
© Dieter Lernout

Meer info (gebruikersovereenkomst, handleiding, info etc.) vind je op de site van het bezoekerscentrum onder ‘zien en doen’, via deze QR-code.

Deze toestellen worden te huur aangeboden vanuit het Bezoekerscentrum. Hoewel de toestellen makkelijk in gebruik zijn, vragen ze enige opvolging, introductie en wat hulp bij vertrek en terugkomst.

Vanuit het bezoekerscentrum wordt een werkgroep van vrijwilligers opgericht die dit project ondersteunt. Taken zijn mede-uitbating, verhuurmomenten opvolgen, infomomenten klanten, onderhoud rolstoelen, etc. Het bezoekerscentrum zoekt dus enkele vrijwilligers die een specifieke opleiding/info krijgen rond de rolstoelen, waarna zij mensen die de rolstoelen willen huren op weg kunnen helpen bij de start van het gebruikersmoment.

Wil jij deel uitmaken van dit project? Contacteer Dieter Lernout, 0477 76 02 48, dieter.lernout@natuurpunt.be.

Meer informatie: Bezoekerscentrum Boembekemolen

De Natuurherstelwet: onze historische kans op een gezonde toekomst

De Natuurherstelwet: onze historische kans op een gezonde toekomst

Op 29 mei trokken we met een duidelijke boodschap naar de Vlaamse regering: 40.000 burgers ondertekenden onze petitie ‘Breng de natuur terug’. Dit astronomische aantal bewijst dat de Vlaming snakt naar meer en gezondere natuur. De timing was niet toevallig gekozen, want achter de schermen legt de overheid momenteel de laatste hand aan het ontwerp Natuurherstelplan in het kader van de Europese Natuurherstelwet. Maar hoewel de wet een historische kans biedt, baart de huidige Vlaamse invulling ons grote zorgen. Het plan weerspiegelt nog niet de urgentie en daadkracht om de trends te keren en de doelen van 2030 te halen.

Als Natuurpunt-vrijwilligers staan we wekelijks met de laarzen in de modder. We beheren reservaten, planten bossen en tellen vlinders en vogels. We doen dat met hart en ziel, maar we botsen ook vaak op gebrekkige ambitie en daadkracht van de overheid. De natuur in Vlaanderen en België is er belabberd aan toe, rapporten tonen aan dat de Europees beschermde natuur in ons land er het slechtst aan toe is van heel ­Europa. Bestaande wetgeving, zoals de vogel- en habitatrichtlijnen uit de vorige eeuw, bleek onvoldoende om de achteruitgang te stoppen.

Vlaanderen tekende goed beleid uit, maar sleepte met de voeten voor de uitvoering. Juist daarom werd de Europese Natuurherstelwet in de zomer van 2024 goedgekeurd: om met verplichte tussendoelen tegen 2030 en 2040 de realisatie van een gezonde natuur tegen 2050 in heel Europa te verzekeren. Het is geen vrijblijvende richtlijn die lidstaten naar eigen goeddunken kunnen negeren of uitstellen, maar een ‘verordening’. Dat betekent dat de wet meteen bindend is en rechtstreeks geldt in alle lidstaten, inclusief Vlaanderen.

De harde cijfers voor 2030

Wat houdt dat concreet in voor de nabije toekomst? De wet schrijft doelen voor rond klassiek herstel van natuurgebieden, maar ook voor groen in steden, herstel van natuurlijke overstromingsgebieden, het keren van de achteruitgang van bestuivers en natuur in landbouwgebied. Enkele cruciale kerncijfers voor het ijkpunt 2030:

Herstel van bestaande natuur: Tegen 2030 moeten alle nodige herstelmaatregelen genomen zijn op minstens 30% van de oppervlakte aan Europees beschermde habitats die er momenteel slecht aan toe zijn.

Uitbreiding van te krappe leefgebieden: voor habitats die nu te klein zijn om duurzaam te overleven (met hun typische soortensamenstelling), moet de overheid berekenen hoe groot ze idealiter zouden moeten zijn: de zogeheten gunstige referentie­oppervlakte. Tegen 2030 moet al 30% van die broodnodige bijkomende oppervlakte gerealiseerd zijn.

Stedelijk groen status quo: tegen 2030 mag er netto geen stedelijk groen meer verdwijnen en daarna moet het toenemen (om hittestress door klimaatverandering tegen te gaan).

Trend bestuivers keren: de achteruitgang van bestuivers moet gestopt zijn tegen 2030 en daarna moet een toenemende trend gerealiseerd worden.

Vlaanderen staat hier voor een enorme inhaalsprong. 95% van de Europees beschermde habitats is in slechte staat en om aan de in 2014 afgesproken gunstige referentieoppervlakte voor de habitats te komen, moet de huidige oppervlakte verdubbeld worden tegen 2050. Tegen 2030 betekent dit dat er 132 km2 habitat bij gecreëerd moet worden. Maar ook voor stedelijk groen dringt de tijd. Natuur in de stad kan de hitte met meer dan 10 °C milderen, maar bomen zijn niet van vandaag op morgen groot. Daarom moet de spade nu in de grond en is er een ambitieus plan met een navenant budget en stevige tempoversnelling van terreinrealisaties noodzakelijk.

Waarom natuurherstel een slimme investering is

Vaak wordt in het politieke debat gedaan alsof natuurherstel een dure hobby is die de economie remt. Het tegendeel is waar. Natuurherstel is geen kost, het is een investering die zichzelf meervoudig terugbetaalt. Uit Europese studies blijkt dat elke euro die in natuurherstel wordt gestoken, 8 tot 38 euro oplevert. Voor het dichtbevolkte Vlaanderen ligt die rendementsfactor zelfs tussen de 8 en de 51 euro! Denk aan winst op het vlak van volksgezondheid, drinkwaterproductie en toerisme. De Nederlandse overheid liet een grondige maatschappelijke kosten-baten­analyse uitvoeren: de kosten tot 2050 raamden ze op 76 miljard euro, tegenover maar liefst 129 miljard euro aan maatschappelijke baten.

Bovendien biedt een ambitieuze wetgeving rechtszekerheid. Door nu proactief de natuur te herstellen en veerkrachtig te maken, voorkomen we een nieuwe, verlammende stikstofcrisis en creëren we juist weer ademruimte voor duurzame ­maatschappelijke activiteiten.

Daarnaast beschermt natuurherstel ons rechtstreeks tegen de gevolgen van de klimaatcrisis:

Strijd tegen de hitte: het sterk verstedelijkte Vlaanderen is extreem kwetsbaar voor hittestress. Als we niets doen, stijgt het aantal hittedoden in ons land van 461 vandaag naar maar liefst 2.904 in 2050. De Natuurherstelwet verplicht de overheid om te zorgen voor een absolute toename van stedelijk groen om steden leefbaar te houden.

Waterveiligheid: Onze huidige waterhuishouding is niet bestand tegen het nieuwe klimaat, met extreme droogtes en felle overstromingen tot gevolg. Als er een ‘waterbom’ boven Vlaanderen valt, kan de schade oplopen tot 8 miljard euro. Door natuurlijke overstromingsgebieden en de sponswerking van de bodem te herstellen, beschermen we kwetsbare infrastructuur én dorpskernen.

Voedselzekerheid: De wet eist dat we de achteruitgang van bijen en andere bestuivers keren en landbouwbodems herstellen. Dat is niet alleen goed voor de biodiversiteit, maar simpelweg essentieel voor de toekomst van onze eigen voedselvoorziening.

Waar staan we nu? De klok tikt

Uiterlijk op 1 september 2026 moet België zijn definitieve Nationaal Natuurherstelplan indienen bij de Europese Commissie. Omdat natuur een regionale bevoegdheid is, moeten Vlaanderen, Wallonië en Brussel elk hun eigen plan opstellen en die plannen vervolgens samenvoegen.

Het goede nieuws is dat het allereerste Vlaamse ontwerpplan onlangs is opgeleverd en voor advies is voorgelegd aan de Strategische Adviesraden. De politieke besprekingen binnen de Vlaamse Regering starten eerstdaags. Het slechte nieuws? Het plan vertoont nog grote, gevaarlijke leemtes. Het belangrijkste struikelblok is dat het financiële luik nog volledig ontbreekt. Om de doelen te halen, is er naar schatting jaarlijks 0,5 miljard euro aan extra budget nodig. Zolang dat geld niet zwart-op-wit is toegezegd, blijft het plan een papieren tijger.

Bovendien missen we in de huidige teksten een absolute sense of urgency. Het blijft onduidelijk welke concrete acties nu écht voor die noodzakelijke tempoversnelling op het terrein gaan zorgen. Het ontwerpplan moet in september 2026 ingediend worden en in september 2027 de finale versie. Natuurpunt dringt er bij de overheid op aan om de tijd tot de indiening van het finale plan nog goed te gebruiken om met de nodige participatie tot een gedragen ambitieus plan te komen waarmee we de doelen halen en het Vlaamse natuurbeleid eindelijk de nodige tempoversnelling te geven om onze achterstand in te halen.

Wat eist Natuurpunt?

Samen met onze partners in de Belgische Biodiversiteitscoalitie (waaronder WWF, BOS+, Greenpeace, Bond Beter Leefmilieu en Vogelbescherming Vlaanderen) eisen we daadkracht van de Vlaamse Regering. Onze eisen zijn helder:

Kies voor echte ambitie: Maak van die 30% gezonde natuur een prioriteit. Zorg voor concrete, meetbare plannen die onze ecosystemen er weer bovenop helpen.

Verdubbel het natuurbudget: Zorg voor budgettaire transparantie en durf te investeren. Die 0,5 miljard extra per jaar verdient zichzelf dubbel en dwars terug. Dit budget moet vlot toegankelijk zijn voor iedereen die op het terrein mee de schouders onder natuurherstel wil zetten.

Start de actie op het terrein NU: Wacht niet tot de definitieve indiening van het natuurherstelplan in 2027. De doelen voor 2030 zijn zeer nabij. Burgers, bedrijven en onze eigen Natuurpunt-afdelingen staan klaar om erin te vliegen. Geef ons de instrumenten en de ruimte om te versnellen.

Wat kunnen wij lokaal doen?

Als lokale afdeling zijn wij het gezicht van Natuurpunt. Juist nu is het moment om in onze eigen gemeente het gesprek aan te gaan met lokale besturen, landbouwers en buurtbewoners. Laat zien welke kansen de Natuurherstelwet biedt voor de beekvallei in jouw buurt, voor het stadsbos dat er moet komen, of voor de trage wegen die we kunnen vergroenen.

De 40.000 handtekeningen hebben getoond dat het draagvlak er is. Laten we dat momentum vasthouden. Blijf de vinger aan de pols houden, spreek lokale politici aan en bovenal: breek mee de lans voor die hoognodige tempo­versnelling. Onze natuur, onze gezondheid en onze toekomst hangen ervan af.

Groep KU Leuven-experts pleit voor meer samenhangend ruimtelijk beleid

Ondanks enkele succesverhalen blijft het in Vlaanderen zorgwekkend gesteld met de biodiversiteit. Die vormt nochtans een essentiële basis voor ecosystemen, die instaan voor voedselproductie, waterzuivering, klimaatadaptatie en gezondheid. Een interdisciplinaire groep KU Leuven-experts brengt daarom in kaart wat er anders en beter moet. Zij pleiten voor een koerswijziging in het Vlaamse biodiversiteitsbeleid: van versnipperde maatregelen naar structurele en samenhangende keuzes.

Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies versterken elkaar. Die verwevenheid biedt echter ook mogelijkheden om met slimme win-winstrategieën Vlaanderen aan te passen aan klimaatverandering. Het opwaarderen van moerasgebieden en meer ruimte geven aan waterlopen, met overstromingsgebieden voor waterberging, maken het mogelijk om de steeds frequentere en hevigere regenbuien op te vangen. Dat betekent minder schade en vervuiling, lagere kosten, minder menselijke slachtoffers en tegelijk meer biodiversiteit. Een duidelijk succesverhaal is het Sigmaplan in het Scheldebekken.

Het Europese landbouwbeleid heeft de achteruitgang van biodiversiteit in het landbouwgebied niet kunnen keren. Nochtans kan biodiversiteit belangrijke ecosysteemdiensten leveren aan de landbouw, zoals bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding. Relatief eenvoudige maatregelen kunnen de basismilieukwaliteit verbeteren en bepaalde ecosysteemdiensten herstellen, maar zij volstaan niet voor het herstel van hoogwaardige biodiversiteit. Daarom is een gebiedsgerichte aanpak nodig, met expliciete keuzes in het landschap: zones met hoogproductieve, maar duurzamere landbouw, gecombineerd met zones rond natuurgebieden waar landbouw natuurinclusief wordt en waar biodiversiteit voorrang krijgt.

Grote, aaneengesloten natuurgebieden blijken essentieel om populaties levensvatbaar te houden en randeffecten te beperken. Ook het terugdringen van nutriëntenvervuiling en het herstellen van natuurlijke processen, zoals hydrologie in rivier- en moerasgebieden, leveren aantoonbare resultaten op. Daarnaast blijkt gericht beheer van invasieve uitheemse soorten noodzakelijk om herstelkansen voor inheemse biodiversiteit te waarborgen. Ten slotte benadrukken de aanbevelingen het belang van tijdige en doortastende ruimtelijke keuzes: bescherming en herstel werken vooral wanneer ze op voldoende grote schaal worden toegepast, eerder dan als losse, tijdelijke ingrepen.

Aanvullende bronnen

De visietekst ‘Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen’