Ondanks enkele succesverhalen blijft het in Vlaanderen zorgwekkend gesteld met de biodiversiteit. Die vormt nochtans een essentiële basis voor ecosystemen, die instaan voor voedselproductie, waterzuivering, klimaatadaptatie en gezondheid. Een interdisciplinaire groep KU Leuven-experts brengt daarom in kaart wat er anders en beter moet. Zij pleiten voor een koerswijziging in het Vlaamse biodiversiteitsbeleid: van versnipperde maatregelen naar structurele en samenhangende keuzes.

Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies versterken elkaar. Die verwevenheid biedt echter ook mogelijkheden om met slimme win-winstrategieën Vlaanderen aan te passen aan klimaatverandering. Het opwaarderen van moerasgebieden en meer ruimte geven aan waterlopen, met overstromingsgebieden voor waterberging, maken het mogelijk om de steeds frequentere en hevigere regenbuien op te vangen. Dat betekent minder schade en vervuiling, lagere kosten, minder menselijke slachtoffers en tegelijk meer biodiversiteit. Een duidelijk succesverhaal is het Sigmaplan in het Scheldebekken.

Het Europese landbouwbeleid heeft de achteruitgang van biodiversiteit in het landbouwgebied niet kunnen keren. Nochtans kan biodiversiteit belangrijke ecosysteemdiensten leveren aan de landbouw, zoals bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding. Relatief eenvoudige maatregelen kunnen de basismilieukwaliteit verbeteren en bepaalde ecosysteemdiensten herstellen, maar zij volstaan niet voor het herstel van hoogwaardige biodiversiteit. Daarom is een gebiedsgerichte aanpak nodig, met expliciete keuzes in het landschap: zones met hoogproductieve, maar duurzamere landbouw, gecombineerd met zones rond natuurgebieden waar landbouw natuurinclusief wordt en waar biodiversiteit voorrang krijgt.

Grote, aaneengesloten natuurgebieden blijken essentieel om populaties levensvatbaar te houden en randeffecten te beperken. Ook het terugdringen van nutriëntenvervuiling en het herstellen van natuurlijke processen, zoals hydrologie in rivier- en moerasgebieden, leveren aantoonbare resultaten op. Daarnaast blijkt gericht beheer van invasieve uitheemse soorten noodzakelijk om herstelkansen voor inheemse biodiversiteit te waarborgen. Ten slotte benadrukken de aanbevelingen het belang van tijdige en doortastende ruimtelijke keuzes: bescherming en herstel werken vooral wanneer ze op voldoende grote schaal worden toegepast, eerder dan als losse, tijdelijke ingrepen.

Aanvullende bronnen

De visietekst ‘Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen’