In december was er weinig vorst, waardoor het aantal wintergasten relatief beperkt bleef, terwijl in januari en februari stilaan meer typische wintergasten en vroege doortrekkers opdoken. Een occasioneel sneeuwtapijt zorgde voor wat meer dynamiek.
Over de hele winter werden kolganzen gezien, voornamelijk in de Scheldevallei, met een duidelijke piek in februari, waar rond Semmerzake meer dan 600 exemplaren werden geteld. Hier en daar werden enkele toendrarietganzen gezien.
In de Brielmeersen te Deinze overwinterden opnieuw enkele ooievaars; in februari waren daar al 7 nesten bezet. Grote zilverreigers werden de hele winter verspreid waargenomen, met de grootste concentratie rond Zingem: maximaal 12 ex. Kleine zilverreiger kwam 11 keer in de boekjes terecht, terwijl koereiger 5 maal gemeld werd, met o.a. een groepje van drie in Kwaremont.
Roerdomp, een soort die de laatste jaren moeilijk waar te nemen is in VA+, liet zich nu op 4 locaties zien. Vooral in de Langemeersen was een exemplaar vaak te zien.
In januari vond Nico G. een roodhalsfuut op de Callemoeie, waar in dezelfde maand ook al brilduiker en nonnetje werden gevonden, meteen de eerste topsoort van het nieuwe jaar.
Op de Donkvijver werd een koppel grote zaagbek ontdekt.
Bij de steltlopers zorgde een korte afkoelingsperiode eind december voor wat beweging, met kemphanen in Roborst, aan de Callemoeie en in de Langemeersen. Bokjes werden op vijf locaties gezien, terwijl van houtsnip 75 waarnemingen binnenkwamen, met maxima van 7 exemplaren in Bos t’Ename en 6 in Zingem. Goudplevieren werden onder meer gezien met een groep van 44 over Roborst en met 30 exemplaren over Maarkedal. In februari kwam bij de steltjes duidelijk al de voorjaarstrek op gang. De eerste scholeksters en grutto’s verschenen, naast waarnemingen van goudplevier, witgatje, tureluur, wulp en kemphaan. Twee bonte strandlopers verbleven kort in Ouwegem. Op dezelfde locatie werden ook een groenpootruiter en een bontbekplevier gezien, de eerste februariwaarnemingen van deze soorten voor VA+.
De meeuwenslaapplaats aan de Callemoeie werd opnieuw intensief gevolgd door Nico G en Björn D. De wintermaxima bedroegen 8500 kokmeeuwen, 3900 stormmeeuwen, 660 zilvermeeuwen, 30 kleine mantelmeeuwen, 8 zwartkopmeeuwen, 9 Pontische meeuwen, 2 geelpootmeeuwen en 1 dwergmeeuw. In Ouwegem werden nog 2 grote mantelmeeuwen gezien.
Van de kraanvogeltrek konden in februari ook in VA+ enkele waarnemingen genoteerd worden, met in totaal vijf meldingen van doortrekkende groepen.
Havik kwam deze winter 11 maal in de boekjes. Het aantal blauwe kiekendieven bleef in december relatief laag, met maximaal twee exemplaren op de slaapplaats, maar in januari en februari werden er telkens 8 op deze slaapplaats geteld. Bruine kiekendief werd in januari in Nederename gezien. Rode wouw werd in elke wintermaand meerdere keren gezien. Smelleken werd in januari in Gottem en in februari in Zulzeke gezien. Slechtvalken namen opnieuw territoria in in Zottegem, Ronse en Oudenaarde, met waarnemingen in januari en februari.
De uitschieter bij de roofvogels was een overvliegende grijze wouw eind februari in Opbrakel door Steven DB; het is wachten op een pleisterend individu.
Oehoes lieten zich in alle drie de wintermaanden op verschillende locaties horen en soms zien. In december werd ransuil op twee locaties vastgesteld, in januari werd een ransuilenroest in Nederename met maximaal drie exemplaren gemeld en in februari werden ransuilen op vijf locaties gezien of gehoord.
In februari namen de spechtenactiviteit en het trommelen merkbaar toe: middelste en kleine bonte specht werden elk op verschillende locaties gezien of gehoord, en ook zwarte specht werd opgetekend.
De raven hebben echt wel vaste voet aan de grond gekregen in de regio. Na de doorbraak in 2025 werden deze winter nog steeds raven gemeld. Voornamelijk aan de grote bossen in het zuiden van VA+. Een bijzondere melding begin februari betrof een bonte kraai langs de N8 ter hoogte van de Kappeleberg in Maarke door Leo D.; zoekacties in de omgeving leverden geen vervolgwaarnemingen op. Indien deze aanvaard wordt door het BRBC (Belgian Rare Birds Committee), wordt dit de eerste waarneming van de soort deze eeuw voor VA+.
Nog een uitschieter: in januari werd een grote pieper als allereerste winterwaarneming voor de regio over Strijpen vastgesteld door Chris N., en in het Muziekbos werd een witkopstaartmees gevonden door Simon F.
Er overwinterden in onze regio opnieuw enkele groepjes boomleeuwerik. Ringmussen werden maar op 6 plaatsen teruggevonden. Van grote lijster werden amper twee zangposten gevonden. Een pijnlijke vaststelling.Roodborsttapuiten overwinterden op verschillende plaatsen. Een zeer zacht einde van de maand februari nodigde veel overwinterende tjiftjaffen uit om al te beginnen zingen. Een zingende zwartkop op 4 februari werd als opvallend vroeg genoteerd.
Appelvink kwam op verschillende plaatsen deze winter in beeld, met een maximum van 10 exemplaren aan de Kaaihoeve in Meilegem. Goudvink kwam in januari in Nukerke en Ruien in de notitieboekjes. Kneu vormde in december op verschillende plekken grotere groepen, met een opvallend maximum van circa 400 exemplaren in Ronse. Barmsijzen werden zowel in december als in januari en februari regelmatig gezien, met meerdere meldingen verspreid over de regio. Tot slot kwam in december een grote slaapgroep rietgors in beeld, met 250 exemplaren in de Snippenweide, waar ook waterpiepers overnachtten. Overwinterende geelgorzen kwamen op amper 4 locaties in beeld.
Dank aan alle waarnemers. Volg de waarnemingen per dag op via de website van de Vogelwerkgroep VA+. En bij deze ook een oproep: blijf waarnemingen invoeren. Alleen zo kunnen we een duidelijk beeld krijgen van de verspreiding en evolutie van de aantallen. Nu het broedseizoen eraan komt, graag ook bij het vakje ‘gedrag’ de juiste optie selecteren: bv. zingend, of nestbouw, enz.
