Mijmeringen bij een 105-jarige eik
Een mens timmert voortdurend aan zijn territorium. Bouwen en verbouwen, schikken en herschikken, plaatsen en verplaatsen. Het stopt nooit.
Zo hadden mijn partner en ik besloten om onze kast met Chinese draak te verhuizen. We besloten de leegte die de draak had achtergelaten op te vullen met een kast uit de vergeetput van ons schuurtje.
De kast werd uit het schuurtje gehaald, tot groot chagrijn van de spinnen die er een perfect habitat hadden gevonden. De ideale locatie om hun maag naar hartenlust met andere invertebraten te vullen. Voor de spinnen was het alsof ik met een grote kobbejager door het landschap ging en alle stallen wegvaagde. Stallen waarin de mensen andere zoogdieren gevangen houden om hun maag naar hartenlust te vullen.
Eens het spinrag en stof verwijderd, was de kast klaar voor een grondige opknapbeurt. De combinatie van schuurtje en kast is nu eenmaal niet ideaal. De twee lades werden uit de kast gehaald en bij het omdraaien verscheen in een sierlijk en breedvoerig handschrift de geboorteakte van de kast.
Godveerdegem Den 7 December 1920 C D Tollenaere Schrijnwerker Meubelmaker.



De kast viert zijn 105e verjaardag! Al 105 jaar is de kast de vriendelijke gastheer voor onze O zo broodnodige (?) spulletjes. Al 105 jaar zijn de planken van een al lang verdwenen eik een onderdeel van ons menselijk nest. Van duurzaamheid gesproken! Binnen 105 jaar blijft van de meubelen van de door iedereen gekende multinationale meubelgigant geen spaander meer over. Onze Godveerdegemse meubelmaker kende het begrip duurzaamheid niet, maar paste het zonder problemen toe.
Mijn geest blijft maar voortmijmeren. Van welke eik kwamen de planken? Waar zou hij gestaan hebben? Stond hij in een bos of langs de kant van de weg? Was hij aangeplant of had hij spontaan zijn plaatsje gevonden? Zouden er nog rechtstreekse nazaten van bestaan? Dan moeten die eiken meer dan 105 jaar oud zijn. Voor een eik niet onoverkomelijk, nog in de fleur van zijn leven.
Hoe oud zou onze eik geworden zijn? Ik begin de jaarringen te tellen in een lade, beginnend aan een knoest van een weer: 33 jaarringen. Ik reken uit, dat is al 1887. Kan ik op een andere plaats nog meer ringen tellen? De breedste plank meet 30 cm. Ik begin jaarringen te tellen, tien jaarringen voor 2,5 cm. De boenwas maakt het tellen moeilijk, ik geef het op. Toch even schrikken. Grof berekend kostte het de natuur meer dan 100 jaar om die plank te maken. De rechtstreekse nakomeling van de boom is pas nu rijp voor een nieuwe kast! Een reden te meer om zorgzaam met ons bomenbestand om te gaan.
“Plant een boom!” Het liedje van nonkel Bob schiet door mijn hoofd. Ik zoek de volledige tekst op. “Plant een boom, plant een boom! Wie kan er nu goed leven zonder groen? Plant een boom, plant een boom! Ja, aan natuurbescherming moet je doen!” Het liedje dateert van 1970, nog altijd even fris en actueel.
Ik kan het mijmeren niet laten. Hoeveel dieren hebben van de kastboom zijn bloesems en eikels gegeten? Zaten meikever en eikenpage op de boom? Hoeveel vogels hebben kunnen broeden in de boom? Hoeveel gallen, insecten, spinnen en schimmels heeft de boom gehuisvest? Vragen waarop ik nooit een antwoord zal krijgen.
Al poetsend kom ik in contact met de niet-zichtbare delen van de kast. Een klein bosje komt tevoorschijn. Hier geen eik meer, maar pijnboom, olm en populier. De populieren legplanken zijn na 105 jaar nog altijd in uitstekende staat. Ik kan er zonder zorgen mijn spulletjes opleggen. Ik stop mijn mijmeringen en ga naar de bloedmaan kijken. Het is 7 september 2025.