De Molenbeek-Terkleppebeek ontspringt in Brakel in het natuurgebied van de Everbeekse bossen en mondt in Geraardsbergen uit in de Dender. Vooral de bovenloop van deze beek is een van de ecologisch meest waardevolle waterlopen in het Denderbekken.
De beperkte set aan waterkwaliteitsgegevens laat het niet toe om een uitspraak te doen over de chemische waterkwaliteit. Het is wel zo dat er een erosieproblematiek is en daarenboven geven de uitvoerings- en zoneringsplannen aan dat er nog heel wat woningen zijn die momenteel niet aangesloten zijn op de riolering of waar er geen Individuele Behandelingsinstallatie voor Afvalwater (IBA) aanwezig is. Dit doet vermoeden dat er een negatieve invloed is op de vispopulatie en dat de chemische waterkwaliteit vooral in droge en warme maanden eerder matig tot slecht is.
Naast de kwaliteit van de waterloop, bepaald door nutriënten en andere vervuilende stoffen, is het van belang om in te zetten op de biologie, en ook hier zijn er nog een aantal belangrijke knelpunten. Er bevindt zich onder andere nog een belangrijk vismigratieknelpunt aan de Molen Ter Walle.
In september 2025 werd er op 3 verschillende locaties op de Molenbeek/Terkleppebeek op grondgebied Brakel visonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan men stellen dat de doelsoorten rivierdonderpad en beekprik nog in de Terkleppebeek voorkomen. Op de meest stroomafwaartse locatie werden er hoge aantallen rivierdonderpad gevangen met een goede populatieopbouw.
Beekprik werd op één plaats aangetroffen, maar het betrof wel 34 individuen over een afstand van 50 meter en van verschillende leeftijdsklassen, wat dus voldoende gunstig is. Bij eerdere onderzoeken werd de soort wel op verschillende plaatsen gevonden.
Ook beekforel werd teruggevonden, met op één locatie volwassen individuen van meer dan 3 jaar oud. Ook op een andere locatie werd een aantal volwassen individuen vastgesteld die stroomafwaarts de duiker (vismigratieknelpunt) zaten. Stroomopwaarts van die duiker werden er vooral jonge dieren aangetroffen. Hierbij gaat het mogelijk om uitzet van januari 2025 in het kader van soortherstel. Uit onderzoek in het Zwalmbekken is geweten dat er natuurlijke reproductie optreedt in de Sassegembeek, maar dat op andere waterlopen de soort niet tot natuurlijke reproductie komt omwille van erosieproblematiek. Het slib van de erosie zorgt er andere voor dat de eitjes als het ware versmacht worden. Een verdere opvolging en eventueel genetische analyse lijkt hier belangrijk om te kunnen uitsluiten of het hier om een duurzame populatie gaat die zichzelf in stand weet te houden.
De Krombeek is een waterloop 2e categorie die ontspringt nabij het natuurgebied ‘t Burreken en uitmondt in de Maarkebeek. In opdracht van de Dienst Integraal Waterbeleid van de Provincie Oost-Vlaanderen voerde het Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek (PCM), in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), op 21 mei 2024 een onderzoek naar de visstand uit in Maarkedal. De Krombeek is een belangrijke waterloop voor de beschermde soorten rivierdonderpad en beekprik.
Uit een eerder onderzoek naar de waterkwaliteit bleek dat de chemische waterkwaliteit relatief goed is, maar dat er toch een aantal knelpunten zijn. Zo kan de verhoogde concentratie van chemische zuurstofvraag (CZV) duiden op verontreiniging, vermoedelijk afkomstig van afspoeling, maar ook van resterende lozingen. Rivierdonderpad, maar in het bijzonder beekprik, zijn zeer gevoelige soorten die zelfs bij lichte verontreiniging niet kunnen gedijen. De eveneens verhoogde waarde voor zwevende stof kan in relatie gebracht worden met de erosieproblematiek. Het zuurstofgehalte scoort wel voldoende en is cruciaal voor de aanwezigheid van de doelsoorten. Daarnaast ligt het totaal fosforgehalte, zoals op de meeste plaatsen in Vlaanderen, boven de norm voor milieukwaliteit.
Tijdens het onderzoek naar de visstand in 2024 werd enkel bermpje en rivierdonderpad waargenomen. Over de jaren heen werden nog vier andere soorten waargenomen, namelijk beekprik, serpeling, paling en driedoornige stekelbaars.
De populatie rivierdonderpad lijkt momenteel in een goede toestand te verkeren. De bepaling van de lengteklassen en de dichtheden per vierkante meter geeft aan dat er een duurzame en zichzelf in standhoudende populatie aan rivierdonderpad aanwezig is in de Krombeek. Daarentegen werd er geen beekprik meer aangetroffen in de Krombeek. Vermoedelijk zal een combinatie van verschillende factoren hier aan de basis liggen van het verdwijnen of beperkt aanwezig zijn van de populatie. In de eerste plaats heeft de waterloop enorm te kampen met een erosieproblematiek. Naast bovengenoemde mogelijke oorzaken is er ook het vermoeden dat de genetische diversiteit van de populatie zeer beperkt was/is, gezien de populatie volledig geïsoleerd voorkomt binnen de Krombeek en er geen uitwisseling mogelijk is met populaties in de Verrebeek of Sassegembeek.
Een soort die wel voor de eerste keer op bijna alle locaties werd waargenomen is bermpje. Zowel kleine (juveniele) als grotere (adulte) individuen werden teruggevonden. Deze soort werd bij voorgaande onderzoeken slechts beperkt aangetroffen in het stroomafwaartse gedeelte, maar lijkt zich nu gevestigd te hebben in de Krombeek.
Verder werd er ook eenmalig serpeling aangetroffen in 2007, wat vermoedelijk het resultaat was van een eerdere uitzet op de Maarkebeek. Sporadisch werd er ook paling waargenomen, afkomstig van de uitzet van glasaal. Bij de laatste onderzoeken werd de soort echter niet meer aangetroffen.