50 jaar MOW – 50 jaar positief verzet
Over landschapswee, natuur- en andere amnesie, en over wanhoop, recht, hoop en verzet
Vooreerst dank om mij de gelegenheid te geven hier te staan. Toen ik in het voorjaar een telefoontje kreeg van Marc De Jonghe met de vraag of ik hier vandaag een lezing wou geven, dacht ik ‘Ach, 28 november is nog ver. Ik heb nog tijd’. Maar de zee van tijd die ik me voor mijn pensioen had voorgesteld is een plasje gebleken. De dagen zijn nog korter dan voorheen.
Na de zomer begon ik dus te denken waarover ik het vandaag zou hebben. 50 jaar SOW/MOW in 20 maximum 25 minuten vatten zou niet lukken. Uiteindelijk was ik er een paar weken met bezig. Het is namelijk een aanzet geweest om mijn buro op te ruimen. Die stond nog vol dozen met documenten, verhuisd van de rechtbank naar Welden.
Het is een gelegenheid geworden om in mijn archief te grasduinen, dingen te herontdekken, jeugdherinneringen scherper voor de geest te halen.
Waarnemingen.be bestond nog niet in de jaren ’60 en ’70. Maar ik hield nauwgezet excursieboekjes bij van wat ik zag. Bijvoorbeeld op mijn eerste tochtje op 16 maart 1968, langsheen de Schelde, van Oudenaarde naar Eine. Dat was met Wilfried Vanderweeën die mij mijn eerste tafeleenden en ijsvogels liet zien, langsheen een Schelde die half zo breed was als nu maar met slechte waterkwaliteit, waar vrachtboten op voeren die men nu bootjes zou noemen, met afkalvende oevers en een tragel die niet meer was dan een karrespoor. Daar loopt nu een brede asfaltweg, ligt een nieuwe brug, een containerpark, een waterzuiveringsinstallatie en nog één klein weitje met knotwilgen, zoals er toen alleen maar die waren tussen Oudenaarde en Eine.
Een week later maakte ik een grotere excursie, met vogelaars naar wie ik als snotneus van tien opkeek. Dat waren Wilfried en Luc Menschaert die mij beide de jaren die volgden leerden vogels ringen, en ook Gust Schaemelhout was erbij, Marcel Nachtergaele, John Rigaux, en Norbert Desmet. Dat was naar de moerassen van Harchies, de verzonken gronden boven de koolputten van de Borinage. Daar hoorden we de eerste Cetti’s zanger, een klein onooglijk bruin vogeltje met roze pootjes, dat je zelden te zien krijgt, maar met een geluidsorgaan dat dat van Guido Tack evenaart, en nu als gevolg van de klimaatverandering zijn areaal noordwaarts heeft uitgebreid en in de Scheldevallei algemeen aanwezig is. Maar dat konden we in 1968 nog niet vermoeden.
Het is heerlijk struinen in die oude notaboekjes.
We waren bezig met vogels kijken en natuur bewonderen.
Ik ben blijven noteren, en schrijven.
De voorbije 40 jaar schreef ik eerst verzoekschriften en conclusies, artikels over milieurecht, en daarna vooral vonnissen, veel vonnissen. Soms meer dan mij lief was.
Alleen enkele intimi weten dat ik soms andere dingen schrijf. Meestal in dit donkere jaargetij wanneer de zon uitslaapt en terug vroeg naar bed gaat, wanneer je alleen nog buiten loopt om naar de uilen of de gakkende ganzen in de vrieslucht te luisteren.
Ik wil deze lezing – niet zonder bijbedoeling – beginnen met een klein gedicht geschreven in december 2016. Het luidt ‘Betonstop’.
Betonstop
Het is het keren van het licht
het wisselen der seizoenen
waar ik naar uitkijk
Het groeien van de zon
en het krimpen van de maan
waar ik naar verlang
En ook naar het pastel in ogen
die niet begrijpen
waarom het tij niet keert.
Tien jaar na de aankondiging van de Betonstop verscheen vorige maand in De Standaard een reeks artikelen onder de titel ‘Vlaanderen gaat van groen naar grijs’.
Daarin schreven Simon Demeulemeester en Dries De Smet : “We hadden niet door hoe snel het ging, tot we deze beelden zagen”. Met luchtbeelden toonden ze aan hoe massaal onze open ruimte verdwijnt. En hoe razendsnel dat gaat. Betonstop of niet.
Die beelden gingen over de periode 2018 tot en met 2023.
Iets langer geleden dan 2018, maar nu ook geen eeuwigheid, is 1968.
1968 was het jaar dat ik een tiener werd, het jaar waarin op een donkere vrijdagavond het noodlot in ons gezin toesloeg.
1968 was het jaar van de ‘Praagse Lente’, het jaar dat wij als kinderen ‘Leuven Vlaams’ scandeerden op de speelplaats niet wetende waarover het ging, het jaar waarin Robert Kennedy werd doodgeschoten en Amerikaanse soldaten honderden vrouwen en kinderen vermoordden in My Lai, in Memphis Martin Luther King doodgeschoten wordt, in Parijs de studenten op straat kwamen.
Het zijn beelden die op mijn netvlies staan gebrand. In zwartwit, want het was vroeg donker, of omdat de TV in de woonkamer alleen die twee kleuren kende.
1968 is ook het jaar waarin de EU nog niet bestond en de EEG slechts 6 lidstaten telde. Het jaar waarin Sicco Mansholt, de Europese Landbouwcommissaris, zijn plannen voor de hervorming van de Europese landbouw ontvouwt. De landbouw moest grootschaliger, productiever, de keuterboeren moesten eruit. De helft van de 10 miljoen boeren moest verdwijnen. Om productieoverschotten tegen te gaan zouden 5 miljoen hectare landbouwgronden bebost worden of geschikt gemaakt voor recreatie.
De volgende decennia zien we de resultaten daarvan. Geen bebossing. Wel ruilverkavelingcomités die het boerenlandschap uitkleden. Hoogstamboomgaarden, houtkanten, rijen knotwilgen worden gerooid, grachten gedempt, ‘waterzieke’ gronden gedraineerd. De natte Meldenmeersen ooit zo rijk aan bloemrijke graslanden en sloten, en weidevogels, zijn sindsdien een droge, zo goed als lege doos geworden.
In 1968 wordt de Club van Rome opgericht die in 1972 zijn rapport ‘Grenzen aan de groei’ bekend maakt. Daarin wordt gewaarschuwd voor de gevolgen van onbeperkte economische groei en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen.
Enige jaren daarvoor, in 1962, verscheen ‘Silent spring’, vertaald naar Dode Lente, van de hand van de Amerikaanse biologe Rachel Carson. In dat boek legt ze de schadelijke milieueffecten veroorzaakt door het willekeurige gebruik van pesticiden bloot. Ze toonde het verband aan tussen het gebruik van DDT en te dunne eischalen van slechtvalken en andere roofvogels waardoor de eieren braken en er geen jongen meer groot gebracht werden. De slechtvalk was bijna verdwenen. Carson klaagde de chemische industrie aan voor het verspreiden van desinformatie, en ambtenaren voor het klakkeloos accepteren van de marketingclaims van de industrie. Recent werd de druk van die lobby en de beïnvloeding van rapporten en EU-besluitvormers nog maar eens bekritiseerd. Niets nieuws onder de zon dus.
‘Dode Lente’ kreeg over de hele wereld veel aandacht. Ondanks verzet van de chemie lobby was het de aanzet tot verandering in het beleid inzake pesticiden. In de EU is sinds 2007 REACH van kracht. Dat is de Europese verordening over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor Registratie, Evaluatie, Autorisatie en Restrictie van Chemische stoffen en bepaalt waar bedrijven en overheden zich aan moeten houden. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen moet daar op toezien. Maar nog niet genoeg om te voorkomen dat het Blankaartbekken vol zit met drinkwater dat geen drinkwater zou mogen zijn wegens teveel landbouwpesticiden erin.
‘Silent spring’ kan ook beschouwd worden als het begin van de milieubeweging.
Rachel Carson kreeg nooit een Nobelprijs. De uitvinder van DDT wel. Intussen is DDT weg, zijn de slechtvalken terug maar wordt onder druk van de chemie en landbouwlobby het schadelijke glyfosaat nog steeds algemeen gebruikt.
Met de slechte staat van natuur en milieu groeide het milieubewustzijn.
1970 werd het eerste Europees Natuurbeschermingsjaar. In mijn huis hangen nog 3 van een vierluik van affiches met de titels ‘Dag Vissen, Dag Bloemen , Dag Vogels, om jullie bekommeren we ons niet’. ‘Dag Mensen’ – 4 mannen in het zwart met een doodskist – moet verloren gegaan zijn bij een verhuis.
In mijn eerste excursieboekje vond ik een kladje terug van een brief die ik als 12-jarige naar de minister van landbouw stuurde om hem te overtuigen de vogelvangst af te schaffen.
De stap van vogels kijken, van natuur naar milieubewustzijn was een logische stap. In de jaren zeventig werden dan ook vele milieuverenigingen opgericht. In 1971 onder andere Greenpeace en hier te lande Bond Beter Leefmilieu. Er volgden vele andere groenkomitees, regionale verenigingen zoals ABLLO, RALDES, SOW…
Een aantal vogelaars engageerden zich ook in de milieubeweging. Mijn eerste betoging stapte ik mee van Leupegem naar de elektriciteitscentrale te Ruien waar pitch werd gestookt om stoom te maken die de turbines deed draaien. Pitch was afval van olieraffinaderijen en zorgde voor een grote uitstoot van zwaveldioxide, en tot grote woede van huismoeders in Ruien en omgeving ook voor zwarte vettige stippen op de vers gewassen lakens aan de wasdraad. Die betoging dat was ‘vijf man en een paardekop’, gevolgd door veel meer BOB’ers. Op 10 juli 1971 organiseerde het Groenkomitee Vlaamse Ardennen een betoging met 750 mensen. Het duurde jaren vooraleer de pitch vervangen werd door steenkool. Vanuit mijn slaapkamer vlakbij de Schapendries zag en hoorde ik dagelijks de kolentrein door de kouter aan de voet van de Koppenberg naar en van de centrale denderen.
Toen waren er nog 3 zangposten van grauwe gors in die grote kouter, hoorde je er de kwartels kwekken in het koren en de zang van de veldleeuwerik was overal aanwezig.
Maar de pitchcentrale werd ontmanteld. De koeltoren die de Scheldevallei overheerste werd opgeblazen. Een groot bedrijventerrein en een nieuwe ontsluitingsweg kwamen in de plaats. De nog aanwezige natuur kwam onder druk. De regels werden daarbij niet gerespecteerd. Er volgden veroordelingen tot geldboetes en herstel.
Het treinspoor naar Ruien werd een fietssnelweg door de kouters, waar het nu voor het overige oorverdovend stil blijft. Dag grauwe gors, dag leeuwerik, dag patrijsjes, dag geelgors, dag grote lijster… om jullie bekommerden we ons niet. Ook de kouter van Melden is een zo goed als lege doos geworden.
Waarom vertel ik dit alles, waarom heb ik het over deze recente oudheid?
1968 is mijn baseline.
Laat het ons eerst even hebben over het shifting baseline syndrome. Dat is het fenomeen waarbij elke generatie de natuurtoestand uit hun jeugd als de standaard of ‘normaal’ ervaart. Dat leidt tot een geleidelijke verandering in de aanvaarde normen voor de toestand van het natuurlijk milieu, vaak als gevolg van een gebrek aan ervaring, geheugen en/of kennis van de vroegere toestand ervan. Zo luidt een definitie van dit begrip.
Je leest er alles over in het razend interessante boek ‘Natuuramnesie. Hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uitzag’ van Marc Argeloo.
Maar wie eerder dit jaar in Deinze naar de prachtige tentoonstelling ‘Emile Claus, prins van het luminisme’ ging kijken, en nadien in hetzelfde museum naar de lezing van Guido ging luisteren weet ook al wat natuuramnesie en het shifting baseline syndroom is.
Ik wil het even hebben over mijn baseline, de baseline van een naoorlogse generatie.
Mij is het decennia terug beginnen dagen wat het shifting baseline syndrome betekent. Dat heb ik vooral te danken aan de auteur van ‘Zijn er nog vogels?’. Luc Menschaert, een bescheiden maar groot natuurkenner met goede pen.
Jaren zijn we samen op pad geweest om vogels te ringen. Honderden boerenzwaluwen – in mijn notitieboekje lees ik 700 in september 1976 – op de slaapplaats in de wiedauw naast de brouwerij Liefmans, grote gele kwikstaarten langs Zwalm en Maarkebeek, ransuilen op de Zandvlo in Lozer, kieviten en watersnippen in de Scheldemeersen, grauwe en bonte vliegenvangers in Luc’s tuin te Heurne… Rode wouwen en bruine kiekendieven spottend in de Argonne.
Hoe vaak hoorde ik hem dan vertellen over het Zingem van de jaren ’60 waar hij opgroeide en vogels keek. Over de woudaapjes in de moerasbosjes langs de Schelde, de gekraagde roodstaarten in de tuinen, de kwartelkoning…? Om er dan telkens met enige nostalgie, of was het tristesse?, aan toe te voegen: ‘Sire, er zijn geen vogels meer’. Luc kende ook zijn geschiedenis. Sinds dan weet ik dat ik iets gemist heb waarvan ik het bestaan niet wist.
De jaren daarop heb ik die verschraling zelf zien verder toenemen. Voor mij en mijn generatiegenoten vogelaars is het geen natuuramnesie. We zagen het gebeuren: minder open ruimte, meer versnippering, minder vlinders, kleinere aantallen en minder soorten.
Confronterend is het wanneer ik het met mijn kinderen heb over hoe het landschap van mijn jeugd er uit zag, en vooral wat we daar allemaal konden waarnemen. In een verwonderde blik lees ik wat natuuramnesie is.
Onlangs vertelde ik aan Simon De Meulemeester hoe het landschap er uit zag waar nu zijn woning staat. Dat is waar Guido en ik begin de jaren zeventig over een stoffige of modderige landweg door de grote kouter van Ename naar het Wallebos fietsten om er de waterspitsmuis in de Riedekensbeek te vangen, een torenvalkkast te gaan ophangen, ransuilen in het sparrebosje te gaan tellen …
Ik las verbazing in Simons blik. Alsof zijn woonwijk er altijd was geweest. Maar er zijn nog meer verdwenen landschappen waar jij geen weet van hebt, Simon. Misschien moet je eens dezelfde van-groen-naar-grijsoefening doen voor je eigenste stad.
Ik geef een aanzet, help je op weg. Zonder luchtfoto’s, voor de vuist weg uit mijn memorie. Verontschuldig mij als ik daarbij soms nostalgisch zou klinken.
Om te beginnen twee verdwenen parels, gestolen kroonjuwelen van de Scheldevallei.
Weet nog iemand hoe eind de jaren ’60 het landschap er uit zag in Leupegem waar nu de ambachtszone ‘Meersbloem’ ligt? Daar, net daar, mondde de Maarkebeek in de Schelde uit. Dat was een merkwaardig stuk natuur. Die monding was een klein estuarium – ik schat een kleine 2 hectare groot – met geulen met slikplaten en rietkragen waar talrijke rietvogels leefden en steltlopers foerageerden. We plaatsten er mistnetten en vingen en ringden er oeverlopers en ijsvogels.
En wie herinnert zich nog de ‘Plas van Modest’, en waar die lag? Op een boogscheut, aan de overkant van de Schelde, lag in de meersen een jachtvijver een beetje zoals een eendenkooi. Een vierkantig moeras – ik schat een hectare groot – omzoomd door een dubbele rij oude knotwilgen. Een rietveld met parallel lopende watergangen waarop je zicht had vanuit een bunkerachtige schuilhut.
Toen de Donk gegraven werd om het talud aan te leggen dwars door de natte Scheldemeersen werden af- en opritten van de nieuwe Minderbroederstraat aangelegd, uitgerekend waar ‘de plas van Modest’ lag. Jarenlang waren nog enkele van de knotwilgen die er ooit rond stonden te zien als stille getuigen van een verloren parel.
De vestingen, nauwelijks 200 meter van het stadscentrum, vormden nog, zoals ten tijde van Vauban, de grens aan de westkant van de stad. De enige bouwwerken die er stonden waren een romantisch prieeltje op een eilandje aan één van de vijvers, en, waar nu de overdekte parking ligt, een openbaar openlucht zwembad, dat de vorm had van een ronde waarrond de cabines gebouwd waren. Daar – in de Puikom zo heette het ding in de volksmond – gingen wij zwemmen, tussen de kikkers en salamanders.
Vandaar af, waar nu Delhaize, appartementen en het sociaal huis staan begonnen de Scheldemeersen die tot in de vroege jaren 70 ’s winters onder water stonden. Op die grote winterse watervlakte, schier tot in Kerkhove foerageerden honderden slobeenden, pijlstaarten, wintertalingen, goudplevieren en kieviten.
Misschien klinkt dit nostalgisch maar het zou ook landschapswee of landschapspijn kunnen heten. En je mag dat bijna letterlijk nemen. Het is een pijnlijk gevoel dat jarenlang aan je knaagt. De reden waarom ik lang niet meer in de Langemeersen kwam. Er naartoe gaan was te confronterend. Ik kon de teloorgang van landschap en natuur niet verdragen. De reden ook waarom ik vermeed door je woonwijk te rijden, Simon. Telkens wanneer ik aan de Meersbloem voorbij rij en het beeld van het estuarium van de Maarkebeek voor de geest verschijnt, zijn het mooie herinneringen maar ook pijnlijke vaststellingen.
Onwillekeurig moet ik dan denken aan de inwoners van Deurne die deze zomer met lede ogen moesten toekijken hoe op de Boekenberglei mannen met kettingzagen grote gezonde bomen neerhaalden voor de aanleg van nieuwe tramsporen, en hoe de groene buurt veranderde in een kaalslag. Ooit zegt een oma tegen haar kleindochter ‘Hier stonden vroeger mooie grote bomen en in de zomer was het heerlijk koel wandelen in het lommer ervan, tot in augustus 2025’.
Ook in deze stad zijn veel grote bomen verdwenen. Veel meer dan er bijgekomen zijn. Pijnlijk veel noodkapmachtigingen werden verleend waarvan de noodzaak vaak twijfelachtig was en waarvoor geen enkele boom in de plaats is gekomen. In mijn dorp zijn de oude notelaars in de voortuin van de pastoor gerooid. Ze bepaalden het dorpsgezicht. Dat gebeurde met een machtiging van de burgemeester. Al drie jaar moesten er nieuwe hoogstammen aangeplant worden. Maar zoals op tientallen andere plaatsen is dat niet gebeurd. En als het bestuur niet in actie schiet zal het ook niet gebeuren. Er is werk aan de winkel. Over elke kapmachtiging of vergunning zou 3x nagedacht moeten worden. Mag ik een suggestie doen aan het bestuur? Een voldoende hoge borgsom, pas terugbetaald als de heraanplant effectief en duurzaam is uitgevoerd, zou al veel onheil voorkomen.
Maar bedenk eerst: een volwassen boom vervang je niet zomaar. Het duurt decennia vooraleer nieuwe aanplant hetzelfde milieu- en klimaatvoordelig effect zal hebben.
Deze stad en deze regio hebben nog heel veel mogelijkheden om te vergroenen in plaats van te vergrijzen. De kinderen van nu zijn de grijsaards van morgen. En die zullen dan dankbaar zijn voor de bomen die nu geplant worden.
Het stadslandschap van deze stad zag er ook enigszins anders uit met de Schelde achter het begijnhof waar nu de Smallendam loopt, het slachthuis aan de Meerspoort, de Burgschelde achter de oude post, het Jezuïtenplein met zijn kasseien en in het midden de fontein. Ik weet niet meer op welke weekdag het was maar daar was er ook varkensmarkt en dan liepen we op weg naar school tussen grote platte manden vol met kleine en grote biggen. Een kotelet smaakte nog naar kotelet.
Zo kan ik nog veel beelden voor de geest halen.
Er zijn meer oude foto’s van stadgezichten dan van op de boerenbuiten. De landschapsamnesie is minder intens in de stad. Voor reconstructie en herstel is er beeldmateriaal. Talrijk zijn de steden in Europa waar het water weer zijn plaats krijgt in de stad.
Het boek ‘Landschappen in Vlaanderen, van groene armoede naar grijze overvloed’ dat de Nationale Plantentuin samen met de Belgische Natuur- en Vogelreservaten (zo heette Natuurpunt toen) in 1981 uitgaf, is dan ook een historisch maar pijnlijk document.
Ik ben ervan overtuigd dat natuuramnesie leidt tot natuurblindheid want wat er niet meer is kan je niet meer ontdekken, niet meer observeren, niet meer leren kennen, niet meer verwonderd over zijn. En dat is een groot verlies. Het is een beetje alsof je de musea en archieven leeg haalt.
In Natuuramnesie en het shifting baseline syndrome schuilt ook een gevaar. Hoe doe je immers aan natuurherstel als je niet weet wat je wil herstellen?
Van de vogels naar het recht
Maar eerst nog even dit. Wat ‘natuuramnesie’ is maak ik even aanschouwelijk. Ik had het over dozen. Je zag ze misschien al staan.
Er zijn meerdere veertigers, vijftigers, zestigers in deze zaal aanwezig. Dat is niet moeilijk om te zien. En met Vic, de volgende spreker, is ook de jeugd aanwezig.
Dit is de doos van jouw jeugd Vic, kleiner en ietwat minder vol, minder biodivers. Datt is de doos van Luc Menschaert zijn jeugd en nog een korte tijd van de mijne.
Ik geloof dat we jouw doos met een andere aanpak terug een beetje groter kunnen maken, en ook een beetje meer gevuld krijgen. Je oom Dries hier aanwezig duwt met Dryade hard mee aan de juridische kar. Tot ergernis van sommige dralende politici die ook hem het zwijgen willen opleggen met de macht van het geld.
Van de vogels naar het recht, het is maar een kleine stap.
Welke vogels niet verdwenen zijn, zijn de kauwen. Wel integendeel.
Twee weken geleden: Buiten geniet een troep van wel 200 kauwtjes van een mooie najaarsdag. Kort na de middag stijgen ze plots van overal op de daken en de weinig nog overgebleven hoge bomen in het dorp op. Ze kringen in de lucht met een luid kabaal, en dan, even plots, ontbindt de groep zich om gezinsgewijs weer op de daken neer te strijken.
Een prachtig, maar vluchtig ‘gevederd social event’ in de lucht.
Die kauwengeschiedenis hier is begonnen – denk ik – begin de jaren tachtig van de vorige eeuw, met één paartje, in het kasteelpark van de notaris te Heurne, toen net buiten het dorp.
Maar één werd twee, en twee werd vier, en vier werden acht paartjes, en…
We zijn veertig jaar verder. De kauwen zijn niet meer weg te denken uit het dorp en nog moeilijker uit de schoorstenen die ze volstoppen met hopen takken en twijgen. Voor ze naar hun slaapplaats vertrekken in het oude populierenbos langs de Schelde verzamelen ze op de akkers en in de toppen van hoge bomen. Dan tel ik er op een schone winteravond wel eens 500.
De opgang van de kauwtjes en de vaste plaats die ze hebben verworven in het ecosysteem valt ongeveer samen met de opgang van het milieurecht en de vaste plaats dat het heeft verworven in het recht. Ik durf nu nog niet te zeggen in het rechtssysteem.
Ik had het over natuur en milieu maar over het milieurecht moet ik het toch ook nog even hebben. Voor velen van u wellicht een vreemde wereld. Nochtans heeft milieubescherming onvermijdelijk met regels te maken. Dat weet men bij MOW zeer goed.
Regels ter bescherming van de omgeving en vooral de leefbaarheid bestaan al zeer lang.
Bijna dag op dag 34 jaar geleden, in 1991, stond ik hier als versbakken rechter op dezelfde plek om er op vraag van de Oudenaardse balie de openingsrede te houden ter gelegenheid van de opening van het gerechtelijk jaar. De titel ervan luidde ‘Weg van Eikendael, het optreden in rechte van burgers en verenigingen’.
Het optreden in rechte van burgers en verenigingen loopt als een rode draad doorheen het milieurecht. Het zijn de wakkere burgers en de milieuverenigingen die ze hebben opgericht, die een cruciale rol hebben gespeeld in de totstandkoming van vele regels maar vooral, en helaas, in het afdwingen van de toepassing ervan. Daarbij werd al te vaak gebotst op de onwil van de overheden om de eigen wetten toe te passen en soms ook op de gesloten deuren van de rechtbanken.
Nadat meerdere rechters, verwijzend naar het grondwettelijk recht op vereniging, de vorderingen van milieuverenigingen ontvankelijk (en gegrond) verklaarden oordeelde het Hof van Cassatie in 1982 in de zaak Eikendael dat de vordering van de vzw Werkgroep voor milieubeheer Brasschaat niet ontvankelijk was. Artikel 17 Gerechtelijk Wetboek vereist dat een eiser hoedanigheid en belang moet hebben. Het hof interpreteerde dat zeer eng en stelde dat een eiser een persoonlijk en rechtstreeks belang moet hebben en dat het algemeen belang van de natuur, waarvoor de lokale vzw opkwam, geen “eigen belang” is in die zin. Vele rechters volgden die rechtspraak niet. Maar cassatie bleef voet bij stuk houden. Het Franse Hof van Cassatie en de Nederlandse Hoge Raad waren ruimdenkender en erkenden wel het belang van milieuverenigingen om in rechte op te treden. Misschien hadden de rechters in het Hof van Cassatie ook de wet van 12 augustus 1911 op het behoud van de schoonheid der landschappen eens moeten nalezen. Daarin stond reeds dat elke Belgische burger in rechte kan vorderen dat exploitanten van mijnen, groeven en openbare werken hun plicht zouden uitvoeren om de gronden terug te beplanten.
Een antwoord op die toch wel een beetje wereldvreemde EIKENDAEL-rechtspraak is de Wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake de bescherming van het leefmilieu geworden. Met die wet kunnen milieuverenigingen de stopzetting vorderen van daden die een inbreuk zijn op de milieuwetgeving of die een ernstige bedreiging vormen voor het leefmilieu.
MOW was één van de eersten om de milieustakingsvordering toe te passen. Als ik het mij goed herinner ging het om een grote illegale ophoging langsheen de Zwalm nabij de Moriaan. Het heeft lang geduurd maar bij wijze van staking werd het herstel bevolen. MOW, toen nog SOW, had reeds ervaring met in rechte optreden. Eerder was al met succes een procedure gevoerd voor de Raad van State rond de bescherming van het kasteel Ayshove in Kruishoutem. En er volgden nog procedures bij de Raad van State en de Raad voor Vergunningenbetwistingen. De succesratio daarvan is groot. De meeste vorderingen van MOW en andere NGO’s blijken goed doordacht en gemotiveerd en worden gegrond verklaard. De vernietiging van overheidsbesluiten door bestuursrechters, of het buiten toepassing laten door de justitiële rechters op grond van artikel 159 van de Grondwet, is telkens een blaam voor de overheid die haar eigen regels niet respecteerde. Dat is heden ten dage een doorn in het oog van sommige politici. Maar de vraag moet dan misschien gesteld worden wie dient welk belang?
Een schrijnend voorbeeld is dat van Ronse waar buurtbewoners al decennia procedures moeten voeren om telkens onwettige omgevingsvergunningen te doen vernietigen waarna de caroussel opnieuw begint met een nieuwe onwettige vergunning. De namen Anckaert en Meyfroodt zijn door hun niet aflatende queeste naar gerechtigheid welbekend bij de Raad van State, de Raad voor Vergunningenbetwistingen en de rechtbank te Oudenaarde.
Zij waren ook het slachtoffer van SLAPP. Wat zegt u, SLAPP? SLAPP staat voor Strategic Lawsuit Against Public Participation, dat is een onrechtmatige juridische procedure die wordt gestart – of waarmee wordt bedreigd – door een persoon of bedrijf met als doel bepaalde kritische stemmen te intimideren of het zwijgen op te leggen. Ook bij Greenpeace en BBL weten ze wat dat wil zeggen. Maar rechters lieten dergelijk misbruik van het recht niet toe. Inmiddels is er de Europese anti-SLAPP richtlijn die de lidstaten tegen 7 mei 2026 in nationale wetgeving moeten omzetten.
In 1994 werd het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu opgenomen in artikel 23 van de Grondwet. Een mijlpaal.
Maar de echte kentering kwam er met het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij de besluitvorming en toegang tot de rechter in milieuzaken, het zgn. Verdrag van Aarhus naar de Deense stad waar het verdrag in 1998 tot stand kwam. Ook de EU is daarbij partij en het verdrag is daardoor van toepassing in alle lidstaten. Die rechten gelden ook voor milieuverenigingen.
Sindsdien wordt in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State verwezen naar Aarhus. Eikendael moest plaats maken voor Aarhus.
Op internationaal vlak werden nog belangrijke stappen gezet. In 2002 kwamen op vraag van de Verenigde Naties, de voorzitters van hooggerechtshoven uit de hele wereld samen en werden er de Johannesburg Principes goedgekeurd. Daarin werd vastgesteld dat een onafhankelijke rechterlijke macht een sleutelrol heeft in de vrijwaring van de rechtsstaat, de bescherming van het leefmilieu en de toepassing van de milieuwetten.
Die bijeenkomst is ook een katalysator geweest om internationaal en nationaal intenser te gaan samenwerken met het oog op een betere handhaving van het recht op een gezond leefmilieu.
Ik heb het voorrecht gehad daar de voorbije decennia nauw bij betrokken te zijn geweest. In 2004 werd het European Forum of Judges for the Environment (afgekort EUFJE) opgericht. EUFJE is nu samen met IMPEL, het Europees netwerk van milieu-inspecties, ENPE … en ENVICRIMENET … de gesprekspartner van de Europese Commissie. Zo waren we intens betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe Milieustrafrichtlijn die de lidstaten tegen mei 2026 ook moeten omgezet hebben in hun intern recht. Dat moet resulteren in een efficiëntere bestrijding van milieucriminaliteit. Daaraan wordt heel hard gewerkt door de 4 Netwerken. Bvb met het BIOVAL project dat aan de rechters een praktisch instrument aanreikt om aan de herstelplicht opgenomen in de richtlijn tegemoet te komen. Made in Flanders for Europe. BIOVAL wordt al toegepast door rechters en zal nu standaard gebruikt worden door de natuurinspectie om, wanneer herstel in natura niet mogelijk is, de overtreder minstens financieel te laten opdraaien voor de natuurschade.
Nu rijst de vraag: Wat is er voor een efficiënte aanpak van de milieucriminaliteit nog meer nodig dan al die milieubeschermingsregels?
In de eerste plaats de wil en de middelen om ze effectief toe te passen. Maar daar ligt het kalf gebonden.
Het gerecht in België kent jeugdrechtbanken, familierechtbanken, beslagrechters, fiscale rechters, onderzoeksrechters, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken… elk met zijn specifieke rechtsregels en bevoegdheden. En voor de galerij, net voor ik met pensioen ging, werd in het gerechtelijk wetboek ingeschreven dat er milieurechters en milieuprocureurs zijn. Maar meer dan figuren zijn het niet. Milieurechter en milieuprocureur zonder milieurechtbank. Daar is het bij gebleven. Geen rechtbankvoorzitter die weet wie, hoe of wat? Niemand weet wie ze zijn. Window Dressing van het zuiverste gehalte.
Ik denk niet dat het denkbaar is dat een ziekenhuisdirectie een geriater inzet als spoedarts, een orthopedist op de afdeling psychiatrie, een pediater op de geriatrie of een kinesist in het OK. Het gezond verstand verzet zich daar tegen.
Maar in een parket en rechtbank kan zoiets wel wanneer het over milieudossiers gaat.
Het milieurecht is de meest gespecialiseerde en veruit ook de grootste rechtstak, met internationale, Europese, federale en gewestelijke wetgeving, die bovendien zeer snel evolueert. Om het toe te passen in de rechtbank vergt dat niet alleen een specifieke kennis, maar meer nog, in de toepassing ervan komen alle takken van het recht samen, het Europees, het grondwettelijk en het bestuursrecht, het strafrecht, de strafvordering, het burgerlijk recht, het fiscaal en financieel recht. Dat vergt veel kennis, voortgezette opleiding en ervaring. Dat schrikt vele juristen en magistraten af. De pleinvrees is groot. Vaak worden pas benoemde magistraten als Chinese vrijwilligers ingezet in de bijzondere wetgeving.
Dat specialisatie en een wettelijke verankering ervan een conditio sine qua non zijn voor een effectieve en efficiënte milieuhandhaving, daar is iedereen het intussen over eens en wordt ook erkend door Europa en de VN. Merkwaardig dat er dan geen werk van gemaakt wordt. Dat heeft alles te maken met wat ik al zei: Window Dressing. Ik licht dit toe.
Veel milieuregels, zowel nationale als Europese, zijn tot stand gekomen na lange onderhandelingen waarin sterke lobbygroepen alles uit de kast halen om, in weerwil van alle klimaat-, milieu- en biodiversiteits knipperlichten, te zorgen dat hun belangen zo weinig mogelijk geschaad worden, en dat er voldoende uitzonderingen zijn om te maken dat effectieve impact zo lang mogelijk uitblijft. Denk maar aan MAP1, MAP2, MAP3… We zijn intussen aan Mestaktieplan8 en nog is de kwaliteit van onze wateren niet goed.
Milieuwetgeving is dus vaak ‘Window Dressing’. Dat is de zaken in het uitstalraam anders voorstellen dan ze zijn. Met andere woorden doen alsof het probleem aangepakt wordt, in dit geval door milieuregels te maken, maar tegelijk alles er aan doen om ze niet toe te passen. Dat kan vele vormen aannemen. Door niet te handhaven bijvoorbeeld. Of door te zorgen dat er niet kan gehandhaafd worden. Bvb door te weigeren milieurechtbanken op te richten.
De voorbije decennia zijn overal ter wereld milieurechtbanken opgericht. Maar de Belgische politici staan op de rem. In de Commissie Justitie van het parlement wordt nu een wetsvoorstel besproken voor de oprichting van echte milieurechtbanken, zoals er bvb wel familierechtbanken zijn. De adviezen daarover van de Hoge Raad voor de Justitie, het College van procureurs-generaal, de Europese milieurechters, de universiteiten zijn allemaal positief en wijzen op de noodzaak van milieurechtbanken. Eén advies was negatief. De FOD Justitie zag de noodzaak ervan niet in. Begrijpe wie het kan. Ik maak mij geen illusie dat dit realistisch en noodzakelijk wetsvoorstel gestemd geraakt met regeringen die openlijk ageren tegen een onafhankelijke rechterlijke macht en voor de afschaffing van milieuwetten.
De rol van de rechter is cruciaal in de bescherming van het recht op een gezond leefmilieu. Van de klimaatrechtspraak van de hoogste rechtscolleges en ingewikkelde milieudossiers tot de vrederechter van Eeklo van wie ik jullie toch dit vonnis over vogels niet wil onthouden. Ik lees u de motivering ervan voor.
Onverdraagzaamheid kent vele vormen.
Het feit dat bomen bladeren verliezen is al aanleiding geweest tot procedures.
Het gegeven dat zij ergens staan en dus uit de aard der dingen schaduw creëren al eveneens.
Het gegeven dat er vogels rondvliegen die al eveneens uit de aard der dingen uitwerpselen droppen is mogelijks – wellicht zelfs – ook al aanleiding geweest tot het opstarten van procedures, maar waar we hier mee te maken hebben is toch wel een rariteit.
Eens te meer gaat het niet om de boom, of in dit geval de vogeltjes, maar om de ingesteldheid van de mensen die er naast wonen.
Even samengevat: partijen zijn buren. Zij wonen in lintbebouwing in een verder landelijke omgeving. Hun huizen palen niet aan elkaar, maar zijn gescheiden door een dubbele oprit.
Verweerders hebben zowel vooraan aan hun woning, onder de dakgoot, als achteraan, eveneens onder de dakgoot, een aantal kunstnesten hangen waarin zwaluwen kunnen wonen. Het gaat om zwaluwen, niet om gieren, condors, zwanen, ganzen of andere luchtgiganten. Zwaluwen.
Vogeltjes met zeer geringe afmetingen, zeer gering gewicht, insecteneters en daaraan aangepast spijsverteringsstelsel. Het zijn populaire trekvogeltjes, ware luchtacrobaten, die hier te lande broeden tussen voorjaar en herfst om dan weer warmere oorden op te zoeken. Een beschermde vogelsoort bovendien, wier populatie gestaag schijnt te verminderen. Gekende overlast door het overvliegen: nul komma nul.
Het ontgaat deze rechter dan ook volkomen waarover de eisers zich beklagen. Dat er al eens een vogelstront op hun koer zal liggen valt niet te vermijden. Er zijn voor het vliegend gedierte nu eenmaal geen richtlijnen of regelgeving daarvoor. Dat de aanwezigheid van een aantal koppels zwaluwen theoretisch voor meer excrementen zal zorgen is mogelijk. Het kan evenwel niet over kilo’s gaan, temeer het een gekend gegeven is dat met name zwaluwen zich in de onmiddellijke omgeving van hun nest ontlasten vandaar ook dat men vaak ziet dat er plankjes onder de nesten gemonteerd worden om dit ongemak letterlijk op te vangen.
Nog onverlet dwingende regelgeving zoals het in conclusies aangehaalde soortenbesluit en de gevolgen daarvan is het bijna absurd om te gaan stellen dat men een bovenmatige hinder ondervindt van de aanwezigheid van enige koppels zwaluwen. Het zijn er ook geen honderden, hooguit en maximaal per seizoen een paar tientallen. De boude bewering van de eisers dat hun kleinkinderen niet meer durven langs komen omdat er zwaluwen boven hun hoofd vliegen is bijna grotesk te noemen en getuigt van een mentaliteit die zeker geen aanmoediging verdient. Hier is het probleem niet de aanwezigheid van zwaluwen maar de onverdraagzaamheid van mensen die in de buurt ervan wonen. De verweerders hebben geen fout begaan in de zin van art. 1382 en volgende van het B.W., en evenmin is het evenwicht tussen de erven verstoord omdat er vogels over vliegen.
De vrederechter zal niet meegaan In het verhaal van eisers. De vordering wordt afgewezen, en de eisers worden veroordeeld tot de kosten. Het is daarbij niet opportuun om de gemoederen tussen de buren nog verder te verhitten door grote rechtsplegingsvergoedingen te gaan toekennen.
U denkt wellicht: ‘Dit komt uit de oude doos’.
Nee, dit vonnis is van 20 mei 2021.
Van Window Dressing naar de Restauratie
In een democratische rechtsstaat is de rechterlijke macht één van de drie staatsmachten, die garant staat voor het evenwicht, die er op moet toezien dat de rechtsregels gerespecteerd worden, ook door de andere 2 staatsmachten, de wetgever en de regering.
Nog meer zorgwekkend dan het fenomeen van de Window Dressing is de openlijke uitholling van de rechterlijke macht. Dat gebeurt nu niet enkel meer door een jarenlange verwaarlozing ervan, maar openlijk en doelbewust.
De democratische rechtsstaat is niet bedreigd, de uitholling ervan is al volop bezig. In de VS is een dictatuur geïnstalleerd. Wie daaraan twijfelt moet maar de documentaire ‘Trump’s power and the Rule of Law’ die Canvas vorige woensdag uitzond eens herbekijken. Nadat politieke tegenstanders, de eigen administratie, de universiteiten, de advocaten het zwijgen opgelegd werden, worden nu rechters die de president terugfloten geschoffeerd en openlijk bedreigd, ook de rechters die Trump zelf aanstelde. Ondertussen marcheren militairen in de straten en worden mensen massaal opgepakt en hun burgerrechten geschonden. Het is nauwelijks te vatten hoe snel één van de grootste democratieën verworden is tot een dictatuur, hoe het nepotisme, het eigen belang, het gegraai en het recht van de sterkste er alles bepalen, en ook ons en de rest van de wereld afdreigen en in een wurggreep nemen.
Maar ook in dit deel van de wereld gaat het op het vlak van de democratie en de rechtsstaat het dezelfde verkeerde richting uit.
In Turkije worden rechters en procureurs opgesloten. In Israël wou Netanyahu het hooggerechtshof muilkorven om te ontsnappen aan vervolging. In Polen, Hongarije, Roemenië worden kritische magistraten bedreigd met tuchtprocedures als ze de EU regels naleven.
En ook in dit land zie je de greep van de politiek op justitie vergroten. Dat gebeurde aanvankelijk sluipend.
Verwaarloos 50 jaar justitie, stel dan ‘verwonderd’ vast dat er al eens wielen aflopen, bepaal dan dat je zelf tegelijk procureur, rechter en partij gaat spelen en het gaat oplossen met gasboetes en bestuurlijke handhaving. Voor dit sluipend in de plaats treden van, en het onttrekken aan de rechterlijke controle is al lang gewaarschuwd.
Maar nu gebeurt het open en bloot. De grootste politieke partij pleitte er vorig jaar nog voor om de arresten van het Grondwettelijk Hof te laten overrulen door het parlement. De huidige premier heeft onlangs met gelijkgestemde andere Europese regeringsleiders een brief gestuurd naar de rechters van het EHRM in Straatsburg met het verzoek hun rechtspraak aan te passen, de fundamentele rechten van de mens restrictiever in te vullen. Dat is een ongeziene inmenging van de uitvoerende macht in de rechterlijke macht. Tien jaar geleden reeds heb ik het zelf ook meegemaakt hoe ik als rechter via de voorzitters van de rechtbank en het hof van beroep verzocht werd mijn rechtspraak aan te passen aan het standpunt van de administratie. Het heeft niet gepakt, wel integendeel. Maar een jonge pas benoemde rechter kruipt als hij zoiets ontvangt in zijn schulp en zwijgt in plaats van zijn pen te nemen en de voorzitters te wijzen op hun ongepaste inmenging.
De huidige federale regering zette reeds de bestuursrechters van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen onder curatele en maakt ze tot een aanhangsel van de uitvoerende macht. Diezelfde regering legt duizenden vonnissen waarbij ze veroordeeld werd naast zich neer en weigert ze uit te voeren, 12 miljoen euro aan dwangsommen ten spijt.
Hoe kan je dan als overheid van de burger verwachten dat die zelf nog een rechterlijke uitspraak respecteert.
De voorzitter van de Vlaamse bestuursrechters is rechter en tegelijk leidend ambtenaar. Zelfs in hun huisvesting staan de Vlaamse bestuursrechters onder het toeziend oog van de Vlaamse administratie. Dat zijn ongeziene en ongehoorde inbreuken op de noodzakelijke onafhankelijkheid van de rechter.
Het is allemaal bon ton geworden. Maar een beangstigende evolutie is het zeker.
Is dit straffe taal voor een magistraat?
Voor het leven benoemd ben en blijf ik rechter. Dat is een grondwettelijke garantie voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Een rechter moet terughoudend en discreet zijn. Maar als de democratie en de fundamentele vrijheden in gevaar zijn, wijkt de terughoudendheid van de magistraat voor het recht van verontwaardiging. Zo staat het in de ‘Gids voor de Magistraten’, die de Principes, waarden en kwaliteiten van magistraten vaststelt.
Die verontwaardiging is waar ik nu uiting aan geef. En ik sta niet alleen. Elke burger zou het recent rapport 2025 over de rechtsstaat van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens, moeten lezen, of minstens de conclusies ervan. Ik kan ze u wegens tijdsgebrek niet voorlezen. Maar de laatste zin van het rapport luidt als volgt:
‘Als Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens willen we u, parlementsleden en beleidsmakers, met dit rapport niet alleen informeren, maar ook oproepen tot actie. De bescherming en versterking van de rechtsstaat vergt voortdurende waakzaamheid en de durf om tijdig op de rem te staan wanneer fundamentele vrijheden en mensenrechten onder druk komen te staan’.
En alsof dit niet genoeg is worden nu ook de regels die milieu, natuur en klimaat moeten beschermen on hold gezet, uitgekleed, teruggeschroefd. En dit met een ongeziene snelheid. Zowel op Vlaams als op Europees niveau.
De Vlaamse Regering heeft een zgn. Expertencommissie opgericht om het omgevingsrecht door te lichten want al die hinderlijke regels moeten versoepeld en vereenvoudigd worden. Ze mogen zeker geen hinderpaal zijn voor de economie. Dat wordt ook zo verklaard door de regeringsleiders. De samenstelling van de commissie liet niet veel goeds verwachten. Vooral advocaten die de belangen van projectontwikkelaars behartigen maakten er deel van uit. En onbegrijpelijk genoeg 2 bestuursmagistraten die nu toch wel een probleem van onafhankelijkheid en onpartijdigheid moeten hebben.
In hun rapport werd niet alleen gepleit voor een versoepeling van de regels, voor voorrang van de projectbelangen op die van omwonenden en om de adviezen van de administratie naast zich neer te leggen. Maar ook het recht op de bescherming van het leefmilieu dat in artikel 23 van de Grondwet staat, en het recht op toegang tot de rechter dat in het Verdrag van Aarhus staat werden openlijk in vraag gesteld.
De Vlaamse inspecteurs krijgen het consigne niet te streng op te treden maar ‘empatisch te handhaven’ , met andere woorden geen proces-verbaal meer maar een vriendelijk verzoek om de milieuwet niet te overtreden.
Hetzelfde doet zich voor in de EU.
Sinds vorig jaar grote tractoren wekenlang het land blokkeerden en boze boeren grote vernielingen aanbrachten in Brussel is de wind gekeerd.
Meteen werden de controles en de beboeting in de landbouw on hold gezet.
Behalve die boze boeren was het ook niet verstandig van die hongerige wolf om in september 2022 op een landgoed in Neder Saksen Dolly op te eten. Dolly was de oude familiepony van uitgerekend de familie Von der Leyen.
Dit is echt niet cynisch bedoeld. Ik zou het ook niet graag meemaken dat mijn dochters’ pony wordt opgegeten door een wolf.
Zowel de hongerige wolf als zijn soort waren hoogstpersoonlijk animala nog grata geworden voor de commissievoorzitster. En die heeft wel wat te zeggen in Europa.
Wolf GW950m is meteen afgeschoten. De beschermingsstatus van zijn soort is verlaagd. Dat had de voorzitster van de EC zelf hoog op de politieke agenda geplaatst.
Met een ongeziene snelheid schroeft de Europese Commissie de milieuregels terug waar ze tot een paar maanden voordien nog volop aan werkte in haar paradepaardje, de Green Deal.
De Ontbossingsverordening en de Natuurherstelwet moeten op de schop dat is duidelijk.
En ook Aarhus staat op het spel. Vorige week verzette de Europese Commissie samen met het Verenigd Koninkrijk zich in Genève nog heftig tegen de toepassing van het Verdrag van Aarhus als het over haarzelf gaat.
Ik ben een overtuigd Europeer. Zonder de stok van Europa achter de deur zag het hier op vlak van milieu minder goed uit. Maar voor een Europa dat vaandelvlucht pleegt pas ik.
Een schone en gezonde leefomgeving is geen luxe, het is ons mensenrecht, en de Commissie heeft de plicht om dat te beschermen. Wetgeving zoals de Ontbossingsverordening en de Natuurherstelwet zijn geen abstracte beleidsmaatregelen, maar levenslijnen voor onze toekomst en die van onze kinderen.
Hoed u burgers, hoed u ngo’s, hoed u MOW. De restauratie is bezig.
Het zijn donkergrijze tijden voor wie bekommerd is om klimaat en natuur en gerechtigheid. Wie om zich heen kijkt en luistert ziet wanhoop op de gezichten.
Hoop
Een paar maanden geleden zag ik in De Standaard der Letteren een recensie van Robert Macfarlanes nieuwe boek ‘Is a river alive?’, en een andere recensie van een heleboel nieuwe boeken over hoop en wanhoop.
Hoe komt het dat er zoveel geschreven wordt over natuur en hoop? Wellicht omdat hoe minder natuur er overblijft, hoe meer we erover schrijven. Hoe meer we wanhopen, hoe meer boeken over hoop er verschijnen.
Ik moest daags nadien naar de EU conferentie van de 4 netwerken om er te praten over BIOVAL en over de nieuwe Milieustrafrichtlijn, en ik dacht ‘ik neem de krant mee om te lezen tijdens het wachten in de luchthaven of tijdens de vlucht van Brussel naar Wenen’.
Maar het weer was goed. De lucht was blauw, met prachtige witte wolken. We vlogen niet zo hoog. Ik kon het landschap beneden goed observeren. Als je dat doet, begin je te dromen en te denken.
Vliegend boven de wolken zag ik een uitgestrekt, wit, arctisch landschap. Waar een ijsbeer kon ronddwalen. Een geweldig, wonderlijk gevoel.
En dan begin je te denken. Moet de volgende generatie boven de wolken vliegen om een indruk te krijgen van hoe het noordpoolgebied eruitzag voordat het ijs smolt?
Vertwijfeling nam de overhand op het magische uitzicht.
Vliegend onder de wolken zag ik een Vlaams agrarisch landschap, als een woestijn, een lege doos Macintosh-bonbons. Waar de grauwe gors en de veldleeuwerik niet meer zingen, de geelgors verdween, net als de kieviten, de patrijzen, de insecten en de boerenzwaluwen en dacht:
Dat is het platteland waar ik woon. Waar ik ’s ochtends, als ik door de kouter naar mijn boomgaard fiets, het pijnlijke geluid van een stille lente hoor. Dan besef ik dat mijn kinderen al aan natuurgeheugenverlies lijden. De gedachte dat mijn kleinkinderen nooit een boerenzwaluw zullen hebben gezien, noch leeuweriken hoog in de lucht zullen hebben horen zingen, maakt me verdrietig en angstig. Maar vliegend van Vlaanderen naar het oosten zag ik de woestijn veranderen in een lappendeken van velden, weiden, bossen, heggen en rivieren. En toen, denkend aan de Natuurherstelwet, herrees de hoop op herwilderde akkers in Vlaanderen.
Toen Pandora de amfora opende die Zeus had gestuurd, ontsnapte al het kwaad voor de mensheid. Alleen de hoop zat er nog in.
Zonder hoop zouden soldaten in Oekraïne niet langer vechten.
Zonder hoop zouden artsen, verpleegkundigen en vrijwilligers niet langer vechten voor het redden van de levens van gewonde en uitgehongerde kinderen in Gaza.
Velen van ons hebben kinderen, sommigen van ons zullen de rijkdom hebben van kleinkinderen.
Ik denk, ik geloof, dat we de morele plicht hebben om hoop te hebben. Want hoop doet ons vechten voor een betere, leefbare wereld, voor het fundamentele recht op een gezond milieu, voor biodiversiteit, voor democratie en de rechtsstaat, voor eenheid in plaats van extremisme, voor mededogen in plaats van agressie en geweld.
Voor de invulling van deze lezing kreeg ik de vrije hand, maar wel de restrictie opgelegd van een krappe tijdslimiet van 20, maximum 25 minuten. Ik heb mezelf moeten timen tijdens het schrijven. Ook dat bepaalt de inhoud. Veel heb ik niet gezegd, en node moet ik dus stoppen. Ik had graag nog meer verteld.
Ik eindig waarmee ik begon: Verzet!
Wanneer er geen daad op volgt blijft hoop ijdel. Daden komen uit verzet. Ik ben deze lezing met poëzie begonnen. Ik eindig er ook mee. Met mijn lievelingsgedicht van de Nederlandse dichter Remco Campert.
Dat gedicht heet ‘Verzet’
Verzet
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking, iets wat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.
Op 13 november nam rechter Syed Mansoor Ali Shah ontslag als rechter in het hooggerechtshof van Pakistan. Rechter Mansoor was de auteur van de Ashgar Leghari vonnissen en lag aan de basis van de klimaatrechtspraak van het Lahore High Court Green Bench.
Zijn ontslag was een directe reactie op de beslissingen van het Pakistaans parlement om enerzijds de topgeneraals en de president tegen wie aanklachten wegens corruptie liepen levenslang immuniteit te verlenen, en anderzijds de bevoegdheid en de onafhankelijkheid van het Pakistaanse hooggerechtshof te beknotten.
Rechter Mansoor kwam voor de Europese milieurechters spreken over zijn werk. We ontvingen kopie van zijn ontslagbrief aan de president van Pakistan. Ik lees er uit voor.
In een rechtbank wiens grondwettelijke rol is uitgehold kan ik mijn eed om de grondwet te vrijwaren niet gestand houden. Ontslag is dan ook de enige eerlijke en effectieve uitdrukking om mijn eed te eerbiedigen. Verder werken in een gemuilkorfd Hooggerechtshof zou enkel suggereren dat ik mijn eed heb ingeruild voor titels, salaris of privilegies. Om de redenen hier uiteengezet en overeenkomstig artikel 206 van de grondwet van Pakistan, neem ik met onmiddellijke ingang ontslag als rechter in het Hooggerechtshof van Pakistan.
Op het eind van zijn ontslagbrief citeerde rechter Mansoor ook volgend Urdu-vers:.
My pen is a trust, entrusted to me by my people.
My pen is the court of my own conscience.
Whatever I have written, I have written with the full warmth of my soul— and that is why my words carry the curve of a bow and the sharpness of an arrow.
Whether I fall or remain standing, I am certain of one thing: this fortress of oppression will one day be brought down by someone.
I swear by a lifetime of suffering and affliction, the journey of my pen will never go to waste.
Mijn pen is een vertrouwen, mij toevertrouwd door mijn volk.
Mijn pen is de rechtbank van mijn eigen geweten.
Wat ik ook heb geschreven, ik heb het met de volle warmte van mijn ziel geschreven – en daarom hebben mijn woorden de kromming van een boog en de scherpte van een pijl.
Of ik nu val of blijf staan, één ding weet ik zeker: Dit fort van onderdrukking zal ooit door iemand worden neergehaald.
Ik zweer bij een leven vol lijden en ellende, dat de reis van mijn pen nooit verloren zal gaan.
Met deze moedige woorden van verzet van rechter Mansoor wens ik MOW en u allen nog 50 jaar positief verzet.
En dan zien we mekaar hier terug in deze prachtige Volkszaal met zicht op het mooie marktplein met enkele majestatische platanen die de hoognodige schaduw en verkoeling zullen bieden aan toeristen uit het noorden die, deze dan schone zuiderse stad met zijn binnenwateren zullen komen bewonderen.
Een heerlijk kader om 100 jaar MOW te vieren.
Ik kijk er naar uit 😉