De lente van dit jaar bracht in onze regio opnieuw een boeiende opeenvolging van bijzondere waarnemingen, met maart als startschot van een dynamisch voorjaar.
Eind maart werd op de Donkvijver in Oudenaarde een mannetje middelste zaagbek (NGE) ontdekt, terwijl op de Tweeling in Eke een roodhalsfuut (KPE) opdook. In Ouwegem werd in de derde week van maart een groep van 13 kraanvogels (LNE) aan de grond gezien. In de Langemeersen werd een roerdomp gehoord en in Melden zaten 6 koereigers. De zeearend werd twee keer gezien, over Everbeek en Vurste.
Op de Callemoeie leverden slaapplaatstellingen een zeldzame drieteenmeeuw (BDE, NGE) op, en in Mater werd een grote mantelmeeuw gezien. Daarnaast kwamen ook geelpootmeeuw, Pontische meeuw, zwartkopmeeuw en dwergmeeuw in de boekjes. Op de Callemoeie werden ook over het hele voorjaar heen geoorde futen gezien.
Zwarte specht werd in Everbeek en Wortegem gezien of gehoord. Raven waren actief rond het Muziekbos en Brakelbos. In Ouwegem werd een buidelmees (DDG) ontdekt. Ook zwarte mees, kuifmees en glanskop zongen in de grotere bosgebieden.
De eerste boerenzwaluw werd op 9 maart gezien, kort daarna gevolgd door de oeverzwaluw. Tjiftjaf arriveerde massaal en ook de eerste fitis werd gehoord. Het aantal zangposten van zwartkop nam gestaag toe in maart. Grote lijster had nog enkele zangposten, namelijk in Nokere, Everbeek en Brakelbos. De eerste blauwborst werd op 9 maart gevonden in de Langemeersen, waar ook even twee Europese kanaries werden gezien (DDE). Ook een zingende grauwe gors in Meilegem (HVE) en Berchem (SBE) maakte indruk. Helaas tijdelijke gasten.
In april zette de voorjaarstrek zich goed door. Vanaf begin april werden zomertalingen opgemerkt in de regio, al bleven er voor zover bekend geen koppeltjes broeden. In de derde week van april werd nog een late pijlstaart gezien in het Dal in Heurne. In Ouwegem kwamen voor de tweede keer kraanvogels (LVDW) aan de grond en een zwarte ooievaar (DPO) vloog over de Langemeersen. Ook de eerste kwartel liet zich horen in de Langemeersen. Een reuzenstern (ADV) vloog over de Heurnemeersen.
De eerste gierzwaluwen kwamen toe in de derde week van april. Bij de roofvogels was het eveneens druk: een zeearend, de derde van het voorjaar, werd begin april gezien in Meilegem en de eerste wespendief liet zich zien in Everbeek op het einde van april. In Ronse (GRO) en Boekel (LNE) vloog een grauwe kiekendief over. Een laat smelleken trok nog langs de Langemeersen.
Ook andere bijzondere soorten lieten zich zien. Hop werd in Etikhove, Nederbrakel (VVDM) en Nokere (LKI) gezien. Een zingende snor (LTH) werd in Kruishoutem ontdekt. Verder kwamen de eerste tuinfluiters, grasmussen, braamsluipers en sprinkhaanzangers toe. Er werden ook enkele beflijsters opgemerkt, waaronder een langdurige pleisteraar in de Langemeersen. Paapje en tapuit werden vrij regelmatig op doortrek gezien. De laatste twee barmsijzen werden aan de Callemoeie gezien, een kruisbek werd waargenomen in het Bos Terrijst en een grauwe gors (SFE) zong kortstondig in Nukerke.

Over het voorjaar heen trokken ook de steltlopers goed door: verschillende groepjes kluten, enkele keren steltkluut, scholeksters vormden paartjes vanaf maart, goud-, bontbek- en kleine plevieren werden geregeld opgemerkt. Verder passeerden nog wulp, grutto, bokje, kemphaan, tureluur, witgat, oeverloper en bonte strandloper. Het werd een recordjaar voor bosruiter en ook zwarte ruiter werd regelmatig gezien. Ook kleine zilverreigers, lepelaars, purperreigers, ooievaars, enz. passeerden regelmatig.
De passage bij de roofvogels was ook niet min: visarend (7 maal), rode wouw (46 maal) en zwarte wouw (36 maal). De laatste blauwe kiekendief werd nog halverwege mei gezien.
Een overzicht van enkele bijzondere broedvogels. Bij de koloniebroeders kwamen de blauwe reigers samen tot ongeveer 100 nesten in VA+. Aan de Callemoeie namen de aalscholvers 14 nesten in, en in de Brielmeersen was ook een aalscholvernest aanwezig. De ooievaars in de Brielmeersen kwamen tot 7 nesten, terwijl in Ooidonk een nieuwe broedlocatie met één nest werd vastgesteld. Daarmee kwam het regionale totaal op 8 nesten, een nieuw record. Ook de roeken bereikten een recordjaar met 1.400 nesten verspreid over VA+, waardoor onze regio opnieuw een echt bolwerk voor de soort in Vlaanderen bleek. In de Heurnemeersen groeide de kolonie kokmeeuwen verder aan tot 9 nesten, waarbij de broedvlotjes duidelijk hun werk deden en tegelijk extra vogels aantrokken die nu ook in het moerasbosje broeden.
Van de visdief waren er in de streek inmiddels minstens vier broedende koppels en twee zwarte sterns passeerden de Callemoeie. Bruine kiekendief broedde op minstens vijf locaties en slechtvalk kwam ook tot broeden op enkele plekken in VA+. Havik werd op 24 locaties gezien. We mogen uitgaan van een aantal broedparen. Middelste bonte specht kwam ook voor in 24 km-hokken. Oehoe zet zijn opmars verder door en bereikte ondertussen ook al Bos t’Ename.
Roodborsttapuit werd in een 40-tal km-hokken waargenomen. Dat moet een van de hoogste aantallen zijn deze eeuw. Nachtegaal zong in 14 verschillende km-hokken. Ringmus doet het dan weer heel slecht, met nog maar een paar clusters in de regio. Ook grote lijster blijft op een laag aantal steken. Geelgors was nog aanwezig in 12 km-hokken.

In mei mindert de intensiteit van de trek, maar de kans op zeldzaamheden vergroot. Op 1 mei vlogen 2 roodpootvalken (JDW) over TTP Loweg in Mullem. Op 2 mei trok een jonge slangenarend (DVDP) over de Langemeersen, een waarneming die nog maar de vijfde van de soort in de regio was en bovendien de eerste met bewijsfoto. Op 3 mei passeerden 3 witwangsterns (BDE) over de Callemoeie, eveneens een zeldzame gebeurtenis. In Ronse werd een koereiger waargenomen. De woudapen aan de Donk keerden opnieuw terug.
Bij de steltlopers doken opnieuw enkele zeldzame doortrekkers op. Temmincks strandlopers passeerden aan de Callemoeie (SFE) en in de Heurnemeersen (DDG). Aan de Callemoeie werden daarnaast een zilverplevier (KSN) en een kanoet (LTH) gezien, soorten die niet elk jaar opduiken.
Een zomertortel (TVE) werd zingend gehoord in Dikkelvenne. Bijeneter kende een bijzonder sterke maand met zeven waarnemingen, wat past binnen de trend dat de soort regelmatiger wordt gezien. Hop werd opnieuw drie keer gemeld, onder meer aan de Donk (HME), in een tuin aan Volkegembos (KHU) en langdurig pleisterend in Nokere (LKI). Een mannetje grauwe klauwier werd gezien in Olsene (LHA) en een vrouwtje in Zulzeke (GIE).
De waarnemingen van wielewaal namen toe in de loop van mei, al bleven ze beperkt. Van orpheusspotvogel kwamen vijf meldingen binnen. In Kruishoutem liet de snor zich nog steeds horen. Een opvallende fluiter (TDC) werd op 1 mei in het Brakelbos ontdekt, jammer genoeg slechts als doortrekker. Het aantal waarnemingen van grauwe vliegenvanger bleef laag, net als dat van gekraagde roodstaart. Bonte vliegenvanger werd vier keer gezien of gehoord, waarvan vermoedelijk één broedgeval in Bachte-Maria-Leerne. Goudvink werd op twee locaties in Ronse gehoord.
Zo vormden maart, april en mei samen een bijzonder rijk en gevarieerd voorjaar, met een mooie afwisseling van broedvogels, doortrekkers en uitzonderlijke zeldzaamheden die de regio opnieuw op de kaart zetten.