Wat onderbelicht in de natuur zijn vissen: weinig lezers zullen allicht vissers zijn en je moet al geluk hebben om op je wandelingen vissen te zien, laat staan ze op naam te brengen. Uitzondering daarop zijn karpers, rietvoorns en snoeken die dikwijls liggen te zonnen aan de wateroppervlakte en die met de kijker best te observeren zijn.

Hun rol in de natuur is nochtans belangrijk, of anders gezegd: hun invloed is niet min op beken en vijvers. Meest bekend is hun rol als prooi voor ijsvogels, reigers, futen en aalscholvers. Iedereen kan zich allicht de foto’s herinneren van een aalscholver met een veel te grote vis die hij niet naar binnen krijgt. Woudaapjes die we zo graag terug willen zien, hebben vis nodig. Maar er is meer: waterplanten kunnen volledig verdwijnen bij een teveel aan karpers en door al hun modderwoelen kunnen ze water biologisch ruïneren. Vissen zijn ook niet de beste vrienden van amfibieën en ook libellen hebben voordeel aan een eerder matige of afwezige visstand: eieren en larven zijn basisvoedsel voor veel vissen. Er beweegt ook wel wat in de vissenwereld en ook daar gaan ze ‘met hun tijd mee’ door de aankomst van nieuwe soorten als blauwbandgrondels en zwartbekgrondels. Dat is overigens geen geschenk, want samen met zonnebaarzen, giebels, wolhandkrabben en vreemde rivierkreeften vormen ze stilaan een bijna onomkeerbaar probleem in viswaters en natuurgebieden.

Op waarnemingen.be loopt het niet over van gegevens en dat is spijtig natuurlijk, want we hebben ook soorten als rivierdonderpadden en beekforel die als zeldzaamheden onze streek op de kaart zetten. Er worden wel via diverse instanties (provincie, VMM, ANB en diverse gemeenten) grote inspanningen gedaan rond beheer en bescherming, maar dat komt niet zomaar in het nieuws. We hebben wel een informant, Marc Verbeiren, die brieft over de stand van zaken. Algemeen ziet het er naar uit dat er nog heel veel werk te doen is rond waterkwaliteit (vervuiling huishoudelijk, landbouw en industrieel), waarvoor zuiveringsinfrastructuren, afvalwatercollectoren, wachtbekkens, vistrappen en ‘grond’afspraken nodig zijn.

Meestal onopgemerkt is men al een hele weg gegaan en dat is te zien met de vissen als meetlat. Als voorbeeld de Wallebeek en Lozerbeek: in 1996 nog zonder leven maar tussen 2004 en 2008 een gunstige evolutie met driedoornige stekelbaars en blauwbandgrondel, ook al is deze laatste een invasieve exoot. Veel duidelijker is dat bij de toeristische Leie, waar men sinds 1990 een verandering zag van slecht naar BBI (Belg. Biotische index) 6-8 (= matig tot goed). In 2023 had men met 19 vissoorten al een mooie collectie, met toen het besluit: er zit weer vis op de Leie. In 2025 is er weer een afvissing met reeds snoekbaars en baars als roofvis en al boeiende soorten als bittervoorn, kopvoorn en vetje. Toen werd ook een Amerikaanse rivierkreeft gevangen, en dat is natuurlijk minder goed nieuws. We vermelden hier dat de Schelde ondertussen al iets langer een hele metamorfose qua vis onderging, zowel in soorten als in hoeveelheid.

Stekelbaars
Stekelbaars

Dan de Zwalm: in 2026 nog steeds te hoge concentraties aan fosfor en in mindere mate ook stikstof, maar ook afbraakproducten van bestrijdingsmiddelen, en nog steeds (hoewel minder) huishoudelijk afvalwater. Daarnaast blijft er het grote probleem van erosie! De Zwalm is heel belangrijk omwille van zijn goede bovenlopen (o.a. de Sassegembeek) met topsoorten als beekprik, beekforel en rivierdonderpad. De afvissing door het INBO in 2022 en 2023 met 11 en 7 vissoorten toonde ook bittervoorn, kopvoorn, riviergrondel, serpeling en alver en telkens ook paling. Men zet in op herstel met structuurherstel van de waterloop en aanpak van vismigratieknelpunten, o.a. bij de Zwalmmolen, wachtbekkens en vistrappen, maar zuiveringsinfrastructuren laten op zich wachten (Nederzwalm, Brakel, Zegelsem). Recent komt ook de oeverbescherming helpen, met een grens van het water van 5 meter voor bemesting en 1 meter voor grondbewerking en gewasbescherming. Deze maatregel kan helpen in natuurherstel en niet alleen voor vissen! Ervaringen graag te delen in de toekomst. Tenslotte het Maarkebekken met de Nederaalbeek (wat een naam!), de Maarkebeek en de Pauwelsbeek, waar het ook naar beter evolueert met o.a. riviergrondel en bermpje als successoorten en wisselend nieuws over de rivierdonderpad. Maar dit voorjaar waren er enorme problemen in de Maarkebeek met erosie. In die mate dat een vistrap beschadigd werd en mogelijk het einde betekenen van de populatie beekprik.

De conclusie is vooral dat het, mits heel veel inzet van veel instanties, toch de goede weg op gaat, maar zoals zo dikwijls met natuur: de weg is nog lang! Vissen tonen een deel van de weg en een pluim voor alle werkers en onderzoekers die verder bouwen aan die, ja, toch wel natte weg waar wij met droge voeten aan onze computer verslag van kunnen geven, dankzij Marc Verbeiren, vanuit zijn interesse als sportvisser.