Holenduiven leven wat in de schaduw van hun grotere soortgenoten, de houtduiven. Ze vallen minder op, zijn minder talrijk en leven niet zo dicht bij de mensen. En toch verdienen ze een plaatsje in Meander.
Het heeft bij mij iets te maken met de tijd dat de vogelvangst nog welig tierde (1955-70), tot in eigen familiekring, alleen in de winter. Wat appels en wat graan onder een ‘rekje’ en mussen en spreeuwen waren vaders vangst … tot een holenduifje zo onvoorzichtig was en dat tot een diplomatiek familie-incident leidde, nee, die niet in de pan!! En toch proefden we toen de holenduif … geleverd door een jager samen met houtduiven onder de naam ‘blauwkes’. Tweede incident, nu met de jager want de holenduif mocht (en mag) niet geschoten worden. Gevolg, nooit meer duiven gekregen …
Holenduiven zijn eerder discreet, onopvallend bijna in de grotere bossen, hier toch met enige ervaring toen we samen met Daniel Packet en jachtwachter Dewolf in het Kluisbos honderd nestkasten voor mezen controleerden en één voor holenduif, met de stille hoop op een bosuil. Deze laatste arriveerde echter pas in 1990, maar je wist maar nooit … De holenduif vond die nestkast jaar na jaar best geschikt, maar was erg gevoelig voor verstoring, afblijven dus in de broedtijd. Merkwaardig daarbij is wel dat holenduiven en kerkuilen soms tegelijkertijd dezelfde nestkasten gebruiken als broedplaats. Later hadden we in Ronse een scholenproject met nestkasten en ook daar werden holenduifkasten geplaatst, maar minder goed opgevolgd. Algemeen blijkt dat ze makkelijk nestkasten aanvaarden, maar de laatste tijd lijken opdringerige kauwen roet in het eten te gooien en al vroeg in het seizoen de kasten te kraken. Holenduiven broeden echter tot heel laat in het jaar en kunnen soms zo wat ‘inhalen’. De indruk blijft dat de soort achteruitgaat vergeleken met de periode van onze ‘atlas’ van Luc Menschaert. Toen waren opvallende broeddichtheden allicht gelinkt aan knotwilgen (= nestgelegenheid) en kleinschaligheid in de landbouw (=voeding). De meningen zijn verdeeld, maar mogelijks is de soort aan het verkassen van eerder open landschap naar ‘veiliger’ bossen (ze kennen de oehoe nog niet …).


Het winterhalfjaar is wat koffiedik kijken, soms zien we groepjes op de akkers en in de echte polders soms veel grotere groepen. Maar er is ook trek, net als bij de houtduiven, die dan wel in enorme aantallen jaarlijks op de trektellingen in Oost-België verschijnen, een spektakel! Voor holenduiven zijn de massale aantallen bij ons onverwacht, maar discreet aanwezig ook bij ons zoals op 7/11 dit jaar met 7, 24 en 20 strak ZW trekkend te Petegem en Rozebeke.
Hun trekgedrag is ook terug te vinden in de overzichten van de trektelposten met honderden per dag over de Pyreneeën, met als uitschieter 2.287 op 16 okt 2020. Dit alles leidde tot een merkwaardig artikel in Aves 62/2 met een mooi overzichtskaartje van die trekbewegingen in Europa. Aan de hand van terugmeldingen van geringde holenduiven ziet men dat de Europese populaties een verschillend kompas hanteren, maar uiteindelijk allemaal richting Frankrijk en Spanje hun winterverblijf opzoeken. Het slechte nieuws is dat een groot deel niet meer terugkeert want een leger jagers wacht hen op als ze de Pyreneeën willen passeren. Daar hangt een prijsje aan, wat dacht je, gemeenten verkopen de schietposten jaarlijks voor rond de € 45.000, in 2025 reeds € 61.793. Een kleiner deel wordt gevangen in staande netten, een ‘historisch gegroeide gewoonte’, denk aan de vogelvangst …, waarvan nu nog een aantal locaties overblijft o.a. in Baskenland. Speciaal daaraan is ook dat er cijfers werden bijgehouden op één plaats, Etxalar, tussen 1866 en 2024! En bovendien is het ook een mogelijkheid tot ringen van holenduiven! Het merkwaardige is dat de Europese populatie holenduiven vanaf 2010 duidelijk toeneemt, maar dat niet in de cijfers van jacht en vangst te zien is, gelukkig, maar voorlopig onverklaarbaar.

Terug naar onze streek, ze zijn onze aandacht waard en worden ook relatief veel gemeld. Ook gewone soorten zijn boeiend om volgen, waarnemingen zijn welkom om de evolutie van de soort te volgen. Maar evengoed verhalen van holenduiven dicht bij huis kunnen verbazen. Soms wordt men getrakteerd op een onverwacht spektakel, zoals ooit in het Kluisbos, al langer geleden. Tijdens nestkastencontroles werd de aandacht getrokken door luid kabaal: een sperwer vrouwtje achtervolgde onder de beuken een holenduif, die ze niet direct onder controle kreeg en dan maar haar moeilijke prooi in de bronbeek onder water hield tot ze levenloos in de klauwen kon worden meegenomen … Mooier om af te sluiten is hun balts, niet zo een druk gedoe als de Turkse tortels of zo luidruchtig als de houtduiven, maar met mooie verstilde zweefvluchten boven het nestgebied Dat doet me steeds aan de zomertortel denken, ja, nog net als herinnering op te roepen …