Alle foto’s bij dit artikel zijn auteursrechtelijk beschermd door Johan Raes. Voor overname van tekst en foto’s, contacteer de redactie.

Ik kan mij inbeelden dat bij een eerste blik op deze pagina de foto’s niet direct een reflex van herkenning bij jou teweegbrengen. Niet verwonderlijk, want Chalcidoidea, met de wat ongelukkige Nederlandse benaming ‘bronswespachtigen’, zijn door de band genomen zo klein dat je ze meestal gewoon niet opmerkt. Als je ’s zomers een kriebel op je arm voelt, en met je duim een ‘klein vliegje’ platdrukt, dan is de kans groot dat het niet gaat om een vlieg (diptera), maar om één of ander prachtig bronswespje.

Ervaren amateur entomologen zullen wel bekend zijn met de (meestal) felgroene Torymidae (staart- of zaadwespen), of een occasioneel specimen van de familie van de Chalcididae. Maar verder kregen deze insecten bij ons nauwelijks aandacht in entomologisch onderzoek. Met een gemiddelde grootte van 1,5 – 2 mm is bestudering ook niet zo simpel, en vereist determinatie tot op soortniveau bijna altijd microscopisch onderzoek.
Tot voor de zomer van 2025 was ik mij ook niet bewust van de soortenrijkdom van deze superfamilie. Maar door wat meer te experimenteren met macrofotografie in het bereik 2:1 tot 4:1 (bij formaat full frame sensor) ging een nieuwe wereld voor mij open. De foto’s hierbij afgebeeld zijn dus minimaal met 2 x vergroting genomen, scherptediepte (bij f:8 tot f:11) is dan ook meestal beperkt tot (zelfs minder dan) 0,5 mm. Bruikbare (voldoende scherpe) opnames zijn dan ook in de minderheid. Voor wie deze beestjes alive-and-kicking wil fotograferen een factor om rekening mee te houden!

Info over Chalcidoidea is schaars, wat niet hoeft te verwonderen gezien hun geringe visibiliteit. Het viel mij direct op dat op waarnemingen.be maar weinig registraties stonden.
Onze noorderburen zijn met waarneming.nl al veel verder gevorderd. Maar daar komt ook bij ons verandering in. Vanaf juli 2025 ben ik zelf dus deze kleine wespen volop beginnen te fotograferen, en in samenspraak met Natuurpunt Studie geef ik sindsdien ook determinaties door, om nieuwe families, genera en soorten toe te voegen aan de lijst.
Natuurlijk zullen de komende jaren de experts/validatoren zich verder daarover moeten buigen, en zal er door voortschrijdend inzicht verder verfijnd worden. Maar het is al een stap vooruit wanneer de omschrijving ‘bronswespachtige onbekend’ kan vervangen worden door pakweg ‘Pteromalidae indet’, ‘Eulophinae indet’ of ‘Macroglenes spec’.
Op moment van schrijven geeft een vraag naar een overzicht van Chalcidoidea nog enkel de niet verder gedetermineerde bronswespachtigen. Maar er is mij beloofd dat bij een volgende update alle gedetermineerde families en lagere taxa ook zullen opgeroepen worden.

Wikipedia (Nederlandstalige pagina) weet ons te melden dat er zo een 22.000 soorten beschreven zijn, maar dat hun aantal veel hoger wordt geschat, en dat de meeste soorten parasitoïden zijn die parasiteren op eitjes, larven en andere ontwikkelingsstadia van andere insecten.
Op de Engelstalige Wikipedia wordt vermeld dat er waarschijnlijk meer dan 500.000 soorten zijn, nog veel te ontdekken dus. Hier leren we onder meer ook dat de benaming ‘chalcid wasps’ komt van het Grieks khalkos, wat ‘koper’ betekent. In onze landstaal is het koper dus brons geworden. Sowieso is deze omschrijving te beperkend, en verwijst ze vooral naar de Pteromalidae en Torymidae. Want Chalcidoidea zijn er ook in het zwart en in zowat alle kleuren. Sommige Entedoninae dragen zelfs zowat alle kleuren van de regenboog op één lichaam.

Een aantal soorten bronswespen wordt gebruikt in de biologische bestrijding in landbouw– en fruitteelt. Voor de vijgen zijn Agaonidae, waarvan ik tot nu toe geen waarneming in België vaststel, belangrijk voor de bevruchting.

Hoe herkennen we de verschillende families, genera en (indien mogelijk) soorten?
Er zijn enkele belangrijke determinatiefactoren, die bij fotografie best zo veel mogelijk in beeld gebracht worden. We denken dan aan de opbouw van de antennes, het aantal tarsen van de poten, de beadering op de voorvleugels, of de bouw van het borststuk (mesoscutum, scutellum, …). Hieronder vind je een overzichtje van Google AI om zo alvast een onderscheid te kunnen maken tussen de Eulophidae (bladmijnwespen) en Pteromalidae. Dat is al heel wat, want het overgrote deel van waarnemingen bij ons valt onder deze twee families.

Waar vind je Chalcidoidea? Mijn ervaring is vooral op de bladen van eik en esdoorn.
Tot mijn verbazing bleek de beukenhaag rond mijn tuin ook boordevol te zitten met bronswespjes. Waarschijnlijk zijn ze aangetrokken door de honingdauw, een gratis voedselbron aangeboden door de beukenbladluis.
Zoek verder zeker ook op schermbloemen. Als je bijvoorbeeld duizendblad afschudt heb je veel kans op een kolonie bladmijnwespen, veelal Tetrastichninae van 1 – 2 mm groot.

Er zijn een twintigtal families Chalcidoidea die in onze contreien te vinden zijn.
De bekendste zijn zeker de Torymidae (staart- of zaadwespen) en de Chalcididae (dikdijwespen). Van deze laatste familie zien we geregeld meldingen van Haltichella rufipes en een of andere soort Brachymeria. Ze zijn (bijna volledig) zwart, en makkelijk te onderscheiden door hun extreem verdikte achterste femorae (dijen), met onderaan een rij tanden of inkepingen. Het middelste borststuk is robuust gebouwd.

De vrouwtjes van de staartwespen zijn gemakkelijk te herkennen aan de erg lange legboor. Sommige mannetjes lijken wat op Pteromalidae. Maar ze onderscheiden zich onder meer door 13 antenneleden, een diep gegroefd mesoscutum en een gebogen spoor op de voorste tibiae. Torymus, Monodontomerus en Megastigmus zijn bij ons de bekendste genera.

Ook van Eurytomidae zien we wel eens een beeld terug. Deze familie wordt in het Nederlands kraagwespen genoemd, afgeleid van hun breed pronotum (= het voorste bovengedeelte van de thorax). Ze zijn bijna zonder uitzondering dof grijszwart, en zwaar gepuncteerd. Het genus Sycophila kent wel soorten met geel/oranje tekening.

Eupelmidae staan op waarnemingen.be ook aangeduid als keverbronswespen. Het zijn dan ook wespen die vooral parasiteren op keverlarven. Je kan ze herkennen aan het lang uitgerekte lichaam, met een concaaf mesonotum (= middelste bovengedeelte thorax).

Ormyridae zijn zeer robuust gebouwd, met een hoog opbollend borststuk en een puntig achterlijfseinde. Kleur donkergroen of -blauw. Ze zijn verbonden met gallen, voornamelijk als parasieten voor galwespen.

Perilampidae (deukkopwespen) zijn (meestal) prachtig metallic blauw of groen gekleurd. Ze zijn fel gepuncteerd en hebben een kort gedrongen achterlijf. Vooral Perilampus aeneus wordt bij ons soms eens gezien, hoewel het voor mij ook al van 2019 geleden is.

Aphelinidae (bladluiswespen) en Encyrtidae (borstelwespen) zijn beide families met heel kleine insecten. De Aphelinidae hebben het vooral gemunt op halfvleugeligen zoals bladluizen. Ze worden dan ook wel eens ingezet bij biologische pestbestrijding.
Ze hebben grote ogen, en hun lichaamsbouw is gekenmerkt door een achterlijf dat grotendeels aan het borststuk is gekoppeld.
De borstelwespen vormen een grote familie van parasitaire wespen. Ze zijn te determineren door het grote convexe mesopleuron, dat is de plaat in het midden van de zijkant van de borst.
Er zijn echte pareltjes te vinden onder deze familie, zoals Microterys nietneri en het genus Metaphycus.

Mymaridae (elfenwespen) hebben een donkerbruin of zwart lichaam, en vallen op door hun peddelvormige vleugels met franjes aan de rand. De vrouwtjes hebben antennes met op het uiteinde een knots. Op de kop hebben ze een H-vormig patroon. Goed uitkijken als je er een wil spotten, want ze behoren tot de kleinste insecten ter wereld.

De Pteromalidae zijn met hun metallic groen/brons/koperkleurige tekening misschien wel het meest representatief voor de superfamilie Chalcidoidea. Deze familie heeft in 2022 taxonomisch wel heel wat verandering ondergaan. Heel wat families die eerder niet direct ergens konden toegewezen worden, werden toen bij deze familie ondergebracht. Sindsdien blijven er van de originele 33 families nog een handvol over. Het eerste determinatiekenmerk betreft het 5-delig karakter van de voorste en achterste tarsen. Verder hebben de antennes 8 tot 13 elementen, met meestal 6 funiculi (= de flagellomeren tussen pediceel en clava). Veruit de grootste subfamilie zijn de Pteromalinae.

Mijn favoriete familie is Eulophidae (bladmijnwespen). Het zijn erg kleine beestjes, en blijkbaar moeilijk te bewaren voor determinatie. Bijgevolg is er ook maar weinig fotomateriaal van. Waarschijnlijk ligt hier een opportuniteit voor de ontdekking van nieuwe soorten. Ook bij ons.
Ze zijn te herkennen aan 5 tarsen en antennes met maximaal 10 elementen, en 2 tot 4 funiculi. Voor de beschrijving van een antenne wordt hier soms een getal gebruikt. Het getal 11343 staat dan voor een antenne opgebouwd uit 1 schacht, 1 pediceel, 3 annelli (= zeer kleine tussenringen), 4 funiculi en een clava (club) samengesteld uit 3 elementen.
De variëteit is enorm, zowel wat kleur als morfologie betreft. Er is de subfamilie Entedoninae met prachtig gekleurde genera als Chrysocharis en Closterocerus. De Eulophinae zijn dikwijls oranje/geel of groen. En de Tetrastichninae hebben zowel donkergekleurde als blekere soorten. Als er een beter overzicht is van onze bladmijnwespen hoop ik in de toekomst daar nog eens een apart artikel aan te kunnen wijden.

Van Eucharitidae zijn nog geen soorten waargenomen bij ons. Eucharis adscendens staatgenoteerd als ‘verwacht’.
Leucospidae kent in België één soort, Leucospis dorsigera, waarvan enkel waarnemingen ten oosten van Brussel.

Tetracampidae, Trichogrammatidae en Signiphoridae zijn nog andere families met erg kleine wespjes.

Zo, hopelijk is de interesse gewekt voor deze nog grotendeels ongekende insecten.
Volgend keer een diertje uit één van de fabels van La Fontaine …

Infosites voor determinaties: