Voor een brug tussen natuur en erfgoed met het oog op een kwaliteitsvol landschap
Ieder voorjaar fietsen er duizenden wielertoeristen over de heuvels en kasseiwegen van de Vlaamse Ardennen en recreatieve fietsers tussen de bloesems van Vochtig Haspengouw. Ze roemen het landschap omwille van zijn schoonheid.
Guido Tack, mede namens Erfgoedsite Ename, Natuurpunt Regionale Vlaamse Ardennen plus, Werkgroep Bos t’Ename, Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen tot Dender, Landschapspark Vlaamse Ardennen, Variant Cultuur & Erfgoed Vlaamse Ardennen
Tijdens corona hebben heel veel landgenoten het landschap herontdekt als bron van beleving en gezondheid. Maar toch hebben wij Vlamingen er een ambigue relatie mee. Dat is ten dele begrijpelijk. We zijn zelf verantwoordelijk voor de verregaande afname van open ruimte, onze ruimtelijke wanorde, voor verval en aftakeling, voor de verrommeling…
Onze dubbelzinnige verhouding met het landschap
Toch resten er nog landschappen die ruimtelijk nog min of meer intact zijn en genoeg inhoud en schoonheid ten toon spreiden? Op landschapsschaal bekeken heeft Vlaanderen nog steeds mooie voorbeelden van de twee grote Europese types van cultuurlandschap, hoofdzakelijk geschapen door landbouw en veeteelt, waarvoor dank. Enerzijds open akkergebieden (open field) zoals de kouters van Binnen- en Zuid-Vlaanderen, het Brabants plateau of Droog Haspengouw. Anderzijds grote complexen waarin vele perceelsranden nog steeds bezet zijn met houtkanten, hagen, (knot)bomenrijen, zoals in delen van de Kempen, het Hageland of in Voeren (bocage). In andere regio’s ontmoeten beide landschapstypes elkaar, zoals in de Vlaamse Ardennen, het Pajottenland of Vochtig Haspengouw. En dan hebben we nog onze polders die het buitenland ons benijdt en grote graslandcomplexen in de riviervalleien.
Op microschaal bekeken zitten vele landschappen barstensvol met erfgoedelementen en -structuren. Onder de grond zit archeologie. Aan het oppervlak zitten ontelbare reliëfvormen die getuigenis afleggen van hoe de mens de natuur ooit naar zijn hand heeft gezet: boswallen, verdedigingswallen, ontginningsputten, heuveltjes waarop ooit een galg, een calvarie of een molen heeft gestaan of waarin konijnen zijn gekweekt, ont- of bewateringssystemen, ijskelders, forten, enz. Bovenop het oppervlak staat klein bouwkundig erfgoed, zoals kapelletjes en veldkruisen, of houtig erfgoed zoals veteraanbomen en hoogstamboomgaarden. Al dat moois bezit meestal niet enkel een cultuurhistorische of esthetische waarde, maar is ook belangrijk voor de natuur, omdat er heel wat biodiversiteit aan gekoppeld is.
Alleen: dergelijke erfgoedelementen en -structuren zijn niet altijd goed leesbaar door de landschapsgebruiker. Als de landschapsdeskundige uitleg geeft, valt hem meestal een hoge mate van verwondering ten deel.
Heritage: natuur én erfgoed
In een internationale context vallen deze landschapswaarden onder wat door wetenschap en beleid heritage wordt genoemd, en wat expliciet zowel natuur als erfgoed omvat. De UNESCO-Werelderfgoedlijst bevat zowel culturele als natuurlijke sites, als gebieden die om beide redenen zijn opgenomen. Maar in Vlaanderen zitten natuur en erfgoed gevat in aparte, los van elkaar staande entiteiten. Dit bemoeilijkt het behouden en verder uitbouwen van een kwaliteitsvol landschap. Landschapselementen die zowel natuur als cultuur zijn, vallen al te veel door de mazen van het net. Op die manier missen we de broodnodige bestuiving tussen beide.
Deze opdeling is duidelijk afleesbaar in de praktijk bij de Vlaamse overheid, waar de agentschappen Natuur en Bos en Onroerend Erfgoed zich hoofdzakelijk focussen op respectievelijk de topnatuurgebieden en de toperfgoedgebieden. Bovendien werkt die tweespalt ook door in het maatschappelijk middenveld.
Natuurpunt stelt in haar Missie en Visie: “Omdat natuur en landschap onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, zetten we ons in voor de verbetering van de kwaliteit van het landschap en de bescherming van erfgoed…” Desondanks wordt de zorg voor erfgoedstructuren en elementen in het landschap wel in hoge mate gedragen door de vrijwilligers aan de basis, maar werkt ze te weinig door in het nationale beleid van de vereniging. Natuurpunt laat zich te weinig horen naar het publiek en naar het beleid als pleitbezorger voor het landschappelijk erfgoed in de ruime zin. Dat is ten dele te wijten aan het gebrek aan erkenning door de overheid van de rol van de vereniging als landschapsbeheerder en aan budget, waardoor het werk zich hoofdzakelijk beperkt tot vrijwillige initiatieven.
Herita profileert zich als National Trust voor Vlaanderen en stelt het onroerend erfgoed te willen beschermen en te verdiepen in het landschap. De focus ligt echter vooralsnog voornamelijk op het beheer van groot bouwkundig erfgoed zoals kastelen. Hopelijk gaat Herita in het kader van een verdere uitbouw van de werking ook meer inzetten op cultuurhistorisch waardevol landschap.
Een oproep vanuit de Vlaamse Ardennen en Ename
Op 26 april ging de jaarlijkse Vlaamse Ardennendag door in de regio waar het samenspel van natuurlijke processen en menselijke beïnvloeding voor het kwaliteitslabel “Mooiste landschap van Vlaanderen” heeft gezorgd.
Dit Enamemanifest is een oproep: als organisatoren van de Vlaamse Ardennendag vragen wij van Vlaanderen, van de provincies, van de lokale overheden dat zij de zorg voor natuurlijk en cultureel erfgoed terdege op elkaar afstemmen. Van de middenveldorganisaties, en speciaal van Natuurpunt en Herita, vragen we sterk verhoogde inzet op dat vlak.
Het kan en moet beter. Alles van waarde is weerloos zolang het niet voldoende gekoesterd wordt en zolang het beleid en het maatschappelijk middenveld er niet voor in de bres springen. Laat ons niet alleen fietsen door het landschap, maar ook het gat tussen natuur en erfgoed in dat landschap dichtfietsen.