Er zijn zo van die beesten die ieders aandacht trekken, waarover aan de toog wordt gefilosofeerd, en die regelmatig ook in de pers opduiken: het everzwijn of wild zwijn is er bij uitstek een van.

Vanouds is het everzwijn een inheemse en sterk gegeerde jachtwildsoort, vooral bekend uit ‘de Ardennen’ en bij uitbreiding in nagenoeg het hele Belgische gebied ten zuiden en ten oosten van de Samber-Maas-lijn. Als zodanig zijn ever­zwijnen ook reeds heel lang als ‘standwild’ te beschouwen in de gemeente Voeren (alias ‘de Voerstreek’), het stukje Vlaanderen gelegen op de rechter Maasoever. Elders in Vlaanderen werd het everzwijn reeds rond de jaren 1800 door overbejaging en stroperij als vaste bewoner uitgeroeid, daarbij sterk vergemakkelijkt door de grootschalige ontbossingen in die periode (zie o.a. Bossen van Vlaanderen). Sindsdien, en tot voor een paar decennia, werden er slechts met wisselende tussenpozen geïsoleerde waarnemingen gedaan van everzwijnen doorheen zowat heel ­Vlaanderen.

En dat zwijn kwam weer …

Het jaar 2006 werd vervolgens een keerpunt in de everzwijnenhistoriek van Vlaanderen. In dat jaar werd voor het eerst in Limburg een everzwijn geschoten buiten de Voerstreek. Bovendien bleken ook in de regio rond Zedelgem (West-Vlaanderen) plots enkele tientallen everzwijnen in het wild aanwezig te zijn – kennelijk als resultaat van moedwillige introductie of nalatigheid ten aanzien van dieren die in gevangenschap werden gehouden. Vanuit landbouwkringen werd meteen alle hens aan dek geroepen: everzwijnen zijn er voor berucht om aanzienlijke schade te kunnen veroorzaken aan allerlei landbouw­gewassen, door rechtstreekse vraat aan de gewassen of het zaai- en plantgoed ervan (maïs en andere granen, aardappelen, …) of door het omwoelen van de grond of van de graszode (tuinen, sportterreinen, natuurgebiedjes, …). Ook de jagerij – door sommigen ervan verdacht de zwijnen opzettelijk te hebben geïntroduceerd als aanvullende jachtwildsoort – en de Vlaamse overheid zagen tegen een dreigend financieel debacle aan. De jachtwetgeving is immers zo geregeld dat diegene die ergens het jachtrecht heeft (in eigendom of in pacht) ook verantwoordelijk is voor de mogelijke schade door het jachtwild veroorzaakt. Wordt er geen jacht toegelaten, zoals vaak in overheidsdomeinen en natuurgebieden, dan draait de verbiedende overheid (of andere eigenaar, zoals bv. Natuurpunt) in principe op voor de kosten indien (buitensporige) schade wordt veroorzaakt door dieren afkomstig uit het jachtvrije gebied.

Geconfronteerd met deze nieuwe uitdagingen – in Vlaanderen was nauwelijks ervaring met of kennis aanwezig van jacht op everzwijnen – besliste het Vlaams Parlement in maart 2008 de everzwijnpopulatie(s) in Vlaanderen te reguleren met als streefdoel de volledige uitroeiing, een zogenaamde nultolerantie. Om deze doelstelling te realiseren werd in 2008 (een eerste versie van) het ‘Jachtvoorwaardenbesluit’ van kracht, dat voor het everzwijn voorziet in meer jacht- en bestrijdingsmogelijkheden. Naast de ‘gewone jacht’ (duurzaam gebruik) werd voortaan ook ‘bijzondere jacht’ (bij dreigende schade) en ‘bestrijding’ (bij effectieve schade) mogelijk. Na ingang van dit besluit toonden de afschotdata van het jachtseizoen 2008-2009 een sterke toename van het aantal geschoten everzwijnen en ook een toename in het areaal waar everzwijnen geschoten werden. Dit laatste wees mogelijk op een uitdijende verspreiding van de soort, maar kon deels ook te wijten zijn aan dispersie van zwervende dieren en/of uitzetting of vrijlating van everzwijnen.

Terwijl de geïsoleerde en geïntroduceerde populatiekern rond Zedelgem, onder uitgebreide persaandacht maar met veel zweet en tranen, na enkele jaren zo goed als opgeruimd raakte, lukte dit maar niet in Limburg. Daar bleken de (al dan niet uitgezette) everzwijnen in de uitgestrekte bosgebieden de jagers telkens in grote getale weer te slim af. In de periode 2012-2015 schommelde het jaarlijks aantal geschoten zwijnen er rond de 500, om dan vanaf 2016 gaandeweg spectaculair te stijgen, met uitschieters tot ongeveer 3000 per jaar. Ondanks deze stijgende afschotcijfers blijft de everzwijnenstand er globaal toenemen, zowel in dichtheid als in verspreiding. Inmiddels heeft de soort ook in Vlaams-Brabant en Antwerpen vaste poot aan de grond gekregen. In 2024 werden in die provincies respectievelijk rond de 500 en rond de 300 exemplaren geschoten – zonder dat de stand erdoor blijkt af te nemen, wel integendeel.

Everzwijn © Rik Desmet

Geografische inbedding

Inmiddels werd ook duidelijk dat het everzwijn, net als een reeks andere (grote) zoogdiersoorten zoals bv. ree, vos en wolf, een algehele toename of comeback aan het realiseren was in onze brede West-Europese contreien. De oorspronkelijke doelstelling van 2008 tot nultolerantie in heel Vlaanderen was daarbij de facto helemaal achterhaald en werd omgezet in een beleid dat plaatselijk, i.c. in oostelijk Vlaanderen, willens nillens gericht is op een gedoogstand – terwijl elders alsnog steeds de nultolerantie beoogd wordt. Via het aangepaste Jachtvoorwaardenbesluit van 2014 werd in 2016 voorzien in de opdeling van Vlaanderen in 10 zogenaamde faunabeheerzones1, waarbij per zone het beleid en beheer van het everzwijn wordt bepaald. De keuzes voor de geografische afbakening gebeurden in eerste instantie aan de hand van grote (hoewel voor het everzwijn vaak geen absolute) migratiebarrières zoals bevaarbare waterwegen, spoor- en auto(snel)wegen. Vervolgens werd een reeks landschapskenmerken als criterium gebruikt, zoals het aandeel natuurlijk habitat en overheidsdomeinen, het landgebruik, de teeltverhouding in de landbouw en de wegdensiteit. Verder werd een inschatting gemaakt van de mogelijke ‘natuurlijke draagkracht’ (d.i. zonder het voedselaanbod via het landbouwareaal mee te rekenen) van een regio voor het everzwijn. Daar bovenop werd, vooral om praktisch-logistieke redenen, ook nog eens rekening gehouden met administratieve grenzen van gemeentes en provincies.

Voor elk van deze bij ministerieel besluit (2016) vastgelegde faunabeheerzones dient het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) periodiek een overleg te organiseren tussen de betrokken terreinbeheerders, waaronder Natuurpunt, de landbouw- en jachtsector, en overheden met terreinen in de regio. Het doel van deze vergaderingen is te komen tot een consensus over de beheerdoelen van het everzwijn in een welbepaalde zone, waarbij deze consensus wordt ondertekend door alle partijen. In 2022 werd ook een (eerste) everzwijncoördinator van overheidswege aangesteld om het everzwijnenbeleid in Vlaanderen te stroomlijnen. Deze coördinator fungeert als neutrale partij, adviseert bij overlast en verbindt lokale actoren. Op niveau van Vlaanderen is ook binnen Natuurpunt sinds een tiental jaar ruim werk gemaakt van een gedifferentieerde visie, naargelang van de betrokken faunabeheerzone. Het beheer van everzwijnen in de eigen natuurgebieden is daarbij gericht op een balans tussen het toelaten van wilde zwijnen als inheemse soort en het beperken van overlast en schade in de omgeving (landbouw, tuinen, verkeer). De aanpak is niet louter gebaseerd op jacht, maar op een combinatie van preventie, populatiebeheer en samenwerking in faunabeheerzones.

De Vlaamse Ardennen zijn gelegen in de faunabeheerzone 3 en via de actuele consensustekst (2025-26) werd een 0-stand doelstelling vooropgesteld, met uitzondering van de gronden die eigendom zijn van Natuurpunt of door Natuurpunt beheerd worden, waar een 0-schade doelstelling geldt.

De 0-stand doelstelling werd overeengekomen voor regio’s en deelgebieden met een hoofdzakelijk intensief landbouwkarakter en zonder grote natuurkernen, waarbij er van uitgegaan kan worden dat er voor everzwijnen geen ruimte is om een permanente populatie op te bouwen. Toch wil Natuurpunt hier een slag om de arm houden en, geval per geval, het mogelijk voorkomen van een wild zwijn in een eigen natuurgebied evalueren ten aanzien van de te ondernemen acties. In elk geval is er afgesproken tot meldingsplicht bij het waarnemen van de soort (bv. via waarnemingen.be), en is het engagement aangegaan om medewerking te verlenen aan maatregelen op het terrein mits voldaan is aan een reeks criteria, zoals het rekening houden met de gehanteerde ecologische doelstellingen van het gebied.

Terzijde kan hier opgemerkt worden dat de benadering van het (inheemse) everzwijn als potentieel ‘schadelijke’ soort met recht en reden helemaal anders is dan die van onze inheemse roofdieren. Roofdieren als bv. vos, marter en wolf leven strikt territoriaal in grote leefgebieden, zodat hun aantallen per oppervlakte van nature steeds geplafonneerd blijven op een lage dichtheid. Everzwijnen daarentegen zijn niet territoriaal en leven in groepen, die – zolang er (landbouw)voedsel beschikbaar is – ongeremd steeds omvangrijker kunnen worden.

Everzwijn © Rik Desmet

Voorkomen in de Vlaamse Ardennen

Hoewel everzwijnen best in staat zijn om over tientallen kilometers uit te zwerven, zijn er in de regio van de Vlaamse Ardennen weinig concrete, recente waarnemingen van (echt wilde) everzwijnen. De soort is nu eenmaal heel lekker om op te eten en wordt tijdens zo’n zwerftocht zonder twijfel hier of daar wel eens ‘in stilte’ gestroopt. Daarnaast worden everzwijnen af en toe kennelijk ook wel in gevangenschap gehouden, wellicht als big opgekweekt.

Zo werd in september 2016 het Opvang­centrum voor vogels en wilde dieren (VOC) van Geraardsbergen opgetrommeld om warempel drie tamme, vrijlopende everzwijnen – met spoed, want de Renewi-wielerwedstrijd ging er eerstdaags passeren – te komen wegvangen van tussen de huizen in de Geraardsbergse Gaverstraat. Waar de dieren vandaan kwamen, raakte nooit bekend. Het VOC meldt overigens sinds ruim een decennium nagenoeg elk jaar wel een oproep te krijgen om weer ergens een ontsnapt hangbuikzwijn of ander tam varken te gaan vangen. Spoorwaarnemingen (pootafdrukken, wroetplekken, stronten, …) alleen bieden dan ook sowieso weinig houvast, net zo min als (wazige foto’s van) een varken gezien op verre afstand. Het dood gevonden everzwijn nabij de Zingembrug in Welden, eind november 2023, was reeds in gevorderde staat van ontbinding en best mogelijk afgedreven via de Schelde. In januari 2024 werden twee everzwijnen goed en wel gezien en gefotografeerd op verschillende plaatsen in Everbeek, en gespreid over de periode van mei tot in oktober van dat jaar registreerde een cameraval een everzwijn in het natuurgebied ‘De Nuchten’ in de Geraardsbergse Dendervallei, nadat het dier daar door jagers werd gezien. In het Raspaillebos werd (in het privé-gedeelte) 1 exemplaar nadat het er in augustus 2024 op cameraval werd geregistreerd. Lastig is ook dat weinig concrete informatie-uitwisseling tot stand komt met de Waalse, nabije buren. In december 2025 werden 2 exemplaren geschoten in Amougies en 1 op de grens Kluisbergen-Maarkedal. In januari 2026 werd in het Waalse deel van De Rietbeemd (Lessines) een dood exemplaar gevonden (te vinden gelegd?) met een afschotlabel aan de poot.

Ongetwijfeld ontbreken er data in dit overzicht en zijn er nog informatieve aanvullingen te doen op de genoemde waarnemingen: deze zijn welkom bij ondergetekende auteur (koen.van.den.berge@telenet.be).

Met dank aan ANB-boswachters Björn Deduytsche en Yvan Desseyn voor aanvulling van de concrete waarnemingen.

  1. https://natuurenbos.vlaanderen.be/registratie-mailadres-faunabeheerzones ↩︎