Keutel-DNA

Vleermuizen zijn echt trouwe kerkgangers. Veel soorten keren jaar na jaar terug naar dezelfde zolders, waar ze geschikte omstandigheden vinden om te rusten of zich voort te planten. Onder de leien en tussen de dikke balken is het er rustig, donker en vaak héél warm, wat ze ideaal maakt voor kraamkolonies van vrouwtjes die er in de zomer hun jongen grootbrengen.

Naast deze kraamkolonies worden kerkzolders ook gebruikt door solitaire dieren. Dat kunnen mannetjes zijn, of vleermuizen die tijdelijk een rustplaats zoeken. Samen zorgen deze verschillende vormen van gebruik ervoor dat kerkzolders een belangrijke rol spelen in het leven van vleermuizen.

Renovaties, restauraties en herbestemmingen

Steeds meer kerken krijgen vandaag een andere invulling (herbestemmingen), en ook restauratie- en renovatiewerken komen regelmatig voor. Dergelijke ingrepen zijn soms noodzakelijk, maar kunnen een grote impact hebben op vleermuizen wanneer hun aanwezigheid niet gekend is. Zo kunnen invliegopeningen afgesloten worden, of kunnen houtbehandelingsmiddelen gebruikt worden die erg giftig zijn voor vleermuizen. Maar als niet gekend is waar vleermuizen aanwezig zijn, is het ook niet mogelijk om beschermingsmaatregelen te nemen.

Vleermuis staalname © Ann Derycke

DNA uit keutels

Vleermuizen kruipen op zolders graag weg tussen de dikke balken, in pen-en-gatverbindingen of achter planken. Daardoor zijn ze vaak niet makkelijk te vinden, maar hun aanwezigheid is vaak te zien aan de hand van hun typische keutels. In een project gefinancierd door het Agentschap Natuur en Bos (ANB) in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), de vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt en de regionale landschappen Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen tot Dender en Regionaal Landschap Meetjesland en de Leievallei werden vorig jaar keutels verzameld, en werd daar in het lab DNA uitgehaald. Zo kregen we nieuwe inzichten in waar welke soorten voorkomen.

Soorten op (kerk)zolders in de regio

De gewone grootoorvleermuis is de soort die het meest gevonden werd op zolders. Deze soort jaagt typisch in bossen en parken, waar ze met haar grote oren luistert naar de geluiden die haar prooien (veelal nachtvlinders) zelf maken. De soort verblijft zowel in holle bomen (vooral oude spechtengaten) als op zolders.

Op de tweede plaats staat de laatvlieger, een grote soort met een vleugelspanwijdte van ongeveer 35 cm. Naast de gekende kolonie in Ename, vonden we de soort ook in Ruien, Lozer en Zarlardinge. De laatvlieger is een typische soort die grote zolders opzoekt, waar kolonies warme plekjes uitkiezen aan de nokbalk.

Brons gaat naar de gewone dwergvleermuis. Dit is onze algemeenste soort, die overal in de regio voorkomt. Kolonies bevinden zich voornamelijk in spouwmuren en spleetvormige ruimtes, en de soort wordt niet zo vaak aangetroffen op zolders.

Vervolgens vonden we ook enkele speciale soorten. Baardvleermuizen werden aangetroffen op de zolders van Paulatem, Maarke-Kerkem (Marca) en Everbeek-Beneden. De soort vormt zowel kolonies in gebouwen als in bomen, waar ze het liefst verblijven in spleten en achter loshangende schors van staand dood hout. De baardvleermuis jaagt vooral in bossen, parken en langs bomenrijen.

De ingekorven vleermuis is een bijzondere soort die opgenomen is in de habitatrichtlijn bijlage II. De habitatrichtlijngebieden in de Vlaamse Ardennen zijn onder meer voor deze soort aangewezen. Het is een beetje de boerenzwaluw onder de vleermuizen: de soort jaagt vooral op mestvliegen in koeienstallen. Daarnaast jaagt ze ook in structuurrijke bossen op spinnen. Vroeger was een kolonie gekend op de kerk van Sint-Maria-Lierde, maar die verdween rond 2000. De soort overwintert wel nog elk jaar in kleine aantallen in het Kezelfort bij Oudenaarde, en over de taalgrens zijn er ook nog zomerkolonies gekend. Bij dit onderzoek vonden we keutels van de soort op twee locaties: een oud klooster in Geraardsbergen en de kerk van Sint-Maria-Lierde. Op beide locaties ging het maar om enkele keutels van vermoedelijk een solitair individu, niet om een kraamkolonie. Maar de ingekorven vleermuis verblijft het liefste in boerderijen en stallen, en minder op kerkzolders. Mogelijk zijn er nog zomerpopulaties aanwezig in een oude stal in de regio?

De grootste verrassing waren de waarnemingen van grijze grootoorvleermuis. Deze soort werd waargenomen op de zolders van de kerken van Zeveren, Grimminge en Waarbeke. De grijze grootoor is een zeldzame soort, die steeds op zolders verblijft (ook voor haar winterslaap). In Vlaanderen komt de soort vooral in de Kempen voor, maar er zijn ook enkele waarnemingen op de zandrug in het noorden van Oost-Vlaanderen. De waarnemingen in onze regio zijn erg verrassend, en liggen ver van andere verblijfplaatsen. In tegenstelling tot de gewone grootoorvleermuis jaagt de grijze grootoorvleermuis niet in bos, maar juist in open landschap. De soort foerageert boven insectenrijke graslanden. De graslanden in de Zeverenbeek en de Denderstree voorzien de soort vermoedelijk van eten.

En nu?

We weten nu iets over de soorten, maar we hebben geen idee van de aantallen. Het is dus belangrijk om deze verblijfplaatsen goed op te volgen. Door regelmatig uitvliegers te tellen kunnen we een beter beeld krijgen van hoe het met de kolonie gaat en of ze stabiel blijft, groeit of net achteruitgaat. Zulke tellingen vormen de basis voor een doordachte bescherming op lange termijn.

Daarnaast zijn gerichte beschermingsmaatregelen nodig. Het duurzaam behouden van geschikte verblijfplaatsen staat daarbij centraal: kerkzolders moeten toegankelijk en veilig blijven voor vleermuizen, ook bij renovaties of onderhoudswerken. Ook de omgeving van de kerk speelt een grote rol. Vleermuizen zijn afhankelijk van een fijnmazig landschap met hagen, bomenrijen en andere groene verbindingen die hen toelaten veilig tussen hun verblijfplaats en jachtgebieden te vliegen.

Ten slotte verdient verlichting extra aandacht. Monumentverlichting (zeker als ze slecht geplaatst is) kan vleermuizen verstoren, en kan er zelfs voor zorgen dat kolonies locaties verlaten. Door bewust om te gaan met licht – bijvoorbeeld door te dimmen, af te schermen of lampen gericht te plaatsen – kan een kerk een veel vriendelijkere plek blijven voor deze nachtelijke bewoners.

Zelf data inkijken?

Alle data kan je inkijken op natuurdata.inbo.be, waar je zowel op gemeente als op soort kan zoeken.

Vleermuis kaart