Een dikke 28 jaar geleden kocht Natuurpunt Ronse enkele weilanden aan in de ‘Pyreneeën’, een wijk aan de rand van Ronse. De naam verwijst naar een café met een rolschaatspiste dat ‘De Pyreneeën’ heette.
De weilanden werden jarenlang gebruikt door een plaatselijke landbouwer, die ze dus ook regelmatig bemestte. Er werd beslist om deze weiden niet te bebossen, maar om te zetten naar schraal, bloemenrijk grasland. In samenwerking met Carlos D’Haeseleer, een consulent van Natuurpunt, werd een beheerplan opgesteld, en vol goede moed begonnen we aan het verarmen van de gronden. De vorige pachter bleef instaan voor het hooibeheer met respect voor de richtlijnen van het beheerplan. Twee keer per jaar werden de weiden gemaaid en als vergoeding kreeg de landbouwer het hooi en ontving hij een symbolische vergoeding, waardoor de pachtwet niet van toepassing was.
Natuurpunt Ronse zorgde daarnaast voor het aanplanten van een gemengde haag van sleedoorn en meidoorn, aangevuld met enkele eiken, elzen en esdoorns. Het overtollige plantgoed werd in de Bovenweide-West gebruikt om een scherm aan te leggen, zodat de weide in drie grote stukken kon worden opgesplitst. Oorspronkelijk werd er gekozen voor begrazing, maar na één jaar moesten we dit stopzetten, omdat de koeien teveel schade aanrichtten aan de jonge haag.
Eind 2024 begonnen enkele mensen binnen Natuurpint Ronse te twijfelen of het beheer wel het gewenste effect had. Sommigen stelden zelfs voor om het gebied alsnog te bebossen. Om helemaal zeker te zijn dat we sowieso de juiste beslissing zouden nemen, nodigden wij David Claeys-Bouuaert uit om samen met ons te kijken waar het eventueel was misgelopen. Tot onze grote verbazing kregen wij te horen: “ge zijt gulder goe bezig”. Pardon? Goed bezig? En ja hoor, blijkbaar wel.
Er bleken al verschillende kale plekken te ontstaan en de grasmat was minder dicht, wat het kiemen van verschillende (nieuwe) planten vergemakkelijkte. Raaigras en witbol waren vrijwel al verdwenen en maakten plaats voor reukgras en vossenstaart. Grote pollen knoopkruid waren aanwezig, net als rolklaver en een soort havikskruid (dicht of muurhavikskruid). Allemaal mooie soorten die wijzen op een verbetering!
Gesterkt door de opmerkingen van David en de aanwezigheid van deze plantjes, hebben we besloten om het beheer verder te zetten en het beheer nog iets gerichter aan te pakken. Elk jaar zal een ander deel van dit weiland minder, heel laat of zelfs helemaal niet gemaaid worden.
Op 18 november bezocht ik samen met Philippe Moreaux deze weide om te bepalen welk perceel in 2026 niet gemaaid wordt. Op de terugweg werd onze aandacht getrokken door enkele felgroene/felgele, vettig glanzende paddenstoeltjes: wasplaten!! De orchideeën onder de paddenstoelen en typische bewoners van schraal grasland. En niet zomaar de meer frequent voorkomende zwartwordende wasplaat, wel het zeldzamere papegaaizwammetje.
Zo blijkt maar weer dat ook in natuurherstel geduld een schone deugd is.