{"id":690,"date":"2026-07-05T15:27:44","date_gmt":"2026-07-05T13:27:44","guid":{"rendered":"https:\/\/npvap.be\/meander\/?p=690"},"modified":"2026-07-05T15:50:42","modified_gmt":"2026-07-05T13:50:42","slug":"springstaarten","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/npvap.be\/meander\/2026\/07\/springstaarten\/","title":{"rendered":"Springstaarten"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor alle duidelijkheid: springstaarten (<em>Collembola<\/em>) worden niet (meer) tot de insecten gerekend. Ze behoren tot de klasse van de<strong> <\/strong><em>Enthognatha<\/em>, een klasse binnen de geleedpotigen (<em>Arthropoda<\/em>) die losstaat van de klasse van de insecten. Dat lijkt wat vreemd, want springstaarten hebben wel degelijk 6 poten (=<em>Hexapoda<\/em>), net als insecten (ze hebben wel nooit vleugels). Maar ze worden apart gehouden omdat hun monddelen in een buidel buiten de kop liggen. <strong> <\/strong>Uit nieuw DNA-onderzoek blijkt trouwens dat ze evolutionair gezien meer verwant zijn met schaaldieren (<em>Crustacea<\/em>) dan met insecten. Voorlopig zijn ze wel nog altijd binnen de <em>Hexapoda<\/em> geplaatst. Het zijn echte oerdieren, het oudste fossiel dateert van 400 miljoen jaar geleden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hun naam hebben ze niet gestolen: dankzij hun vorkstaart, de <em>furca<\/em> of <em>furcula<\/em>, kunnen ze ongemeen hoog springen. Dit element bevindt zich onder het 4<sup>de<\/sup> van de 6 achterlijfsegmenten, en kan (opgespannen) in 18 milliseconden ontspannen worden. Mochten wij zelf zo\u2019n mechanisme hebben, dan sprongen we zonder moeite over een kathedraal (dag Mondo Duplantis!). Het zijn vooral de (langwerpige) <em>Entomobryomorphae<\/em> die daarvan gebruik maken. Handig om aan hun vijanden, zoals duizendpoten en roofmijten, te ontkomen. Ter zijde: de Engelse benaming is \u2018<em>springtails<\/em>\u2019 (Engels voor \u2018veer\u2019), niet \u2018jumptails\u2019.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor springstaarten moet je geen angst hebben. Niet omdat ze zo klein zijn, maar ze kunnen niet bijten of steken, en (ver)blijven buiten in de natuur, de meeste in een vochtige omgeving. Enkel de huisspringstaart (<em>Seira domestica<\/em>) kan eventueel binnenshuis waargenomen worden.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/1-xenylla_spec.jpg\" alt=\"Xenylla sp. \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-704\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/1-xenylla_spec.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/1-xenylla_spec-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Xenylla sp. \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De saaie cijfers: er zijn in Belgi\u00eb een 200-tal soorten gekend, wereldwijd een 8000-tal. Omdat ze zo weinig onderzocht zijn, zonder twijfel een getal dat veel lager ligt dan het werkelijke aantal.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/2-entomobrya_nivalis.jpg\" alt=\"Entomobrya nivalis \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-705\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/2-entomobrya_nivalis.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/2-entomobrya_nivalis-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Entomobrya nivalis \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Wie ze wil zoeken, moet er rekening mee houden dat ze (erg) klein zijn, van &lt; 1 mm tot max. 6 mm (afmetingen niet geldig voor tropische soorten!). Het zijn echte bodemdieren, meestal te vinden in de strooisellaag, waar ze zich voeden met rottend materiaal of schimmels. Wie compost maakt, kent ze vast wel. Ligt eens een steen of een plantenbak op, en de kans is groot dat je er ziet wegrennen of wegspringen. Maar sommige soorten vind je ook bovengronds op planten. Klop eens op een tak en misschien vallen er <em>Entomobryae<\/em> af. Een gemiddelde tuin herbergt minstens duizenden exemplaren, misschien miljoenen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Leuk om te weten: hun huid schijnt over unieke eigenschappen te beschikken, waardoor ze onderzocht worden voor industri\u00eble toepassingen.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/3-isotoma_viridis.jpg\" alt=\"Isotoma viridis \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-706\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/3-isotoma_viridis.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/3-isotoma_viridis-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Isotoma viridis \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">We kunnen de <em>Collembola<\/em> opdelen in twee categorie\u00ebn, waar telkens twee ordes toe behoren. Er zijn enerzijds de langwerpige springstaarten, <em>Poduromorpha<\/em> en <em>Entomobryomorpha<\/em>, en anderzijds de bolvormige, de <em>Symphypleona<\/em> en de (kleine orde) <em>Neelipleona<\/em>. De langwerpige springstaarten hebben zes achterlijfsegmenten, bij de bolvormige is dat niet zo duidelijk zichtbaar. De antennes zijn meestal kort en hebben 4 segmenten. De ogen zijn ook een determinatiefactor: soms zijn ze afwezig, soms zijn ze samengesteld uit 5 tot 8 ocelli (oogpuntjes). De pootjes hebben schenen en voetjes die vergroeid zijn, daardoor lijken ze op (korte) stelten te lopen.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/4-Vertagopus_arboreus.jpg\" alt=\"Vertagopus arboreus \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-707\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/4-Vertagopus_arboreus.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/4-Vertagopus_arboreus-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Vertagopus arboreus \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De <em>Poduromorpha<\/em> worden opgedeeld in 3 superfamilies, waarvan <em>Hypogasturoidea<\/em> de belangrijkste vormt. De soorten hieronder zijn langwerpig, en hebben een wat mollige vorm. De kop is vergroeid met het borststuk. In het mos vind ik geregeld soorten hiervan, zoals <em>Xenylla<\/em> sp. <strong>(1)<\/strong>, die kan herkend worden aan de ogen met 5 ocelli.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De <em>Entomobryomorpha<\/em> zijn ook langwerpig, maar fijn van lichaamsbouw, en met een duidelijke scheiding tussen kop en borst. De <em>Entomobryidae<\/em> zijn de meest voorkomende, of beter (doordat ze hogerop op planten te vinden zijn), de meest in het oog springende <em>Collembola<\/em>. Zeer algemeen zijn <em>Entomobrya nivalis <\/em><strong>(2)<\/strong>, en <em>Entomobrya multifasciata<\/em>. Ook de kleinere <em>E. nicoleti<\/em> is hier te vinden. <em>E. albocincta<\/em> is misschien wel de mooiste.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/5-tomocerus_vulgaris.jpg\" alt=\"Tomocerus vulgaris \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-708\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/5-tomocerus_vulgaris.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/5-tomocerus_vulgaris-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Tomocerus vulgaris \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De <em>Isotomidae<\/em> kennen we vooral van <em>Isotoma viridis <\/em><strong>(3)<\/strong>, die tot 4 mm lang kan worden (hoewel ik in de wintertijd vooral ex. van 1 tot 2 mm grootte aantrof). Ook <em>I. riparia<\/em>, met een rugstreep, is hier algemeen. Naast het genus <em>Isotomurus<\/em> wil ik hier ook <em>Vertagopus arboreus <\/em><strong>(4)<\/strong> vermelden, een donkere soort met een iriserend lichaam.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De <em>Tomoceridae<\/em> kennen we vooral van <em>Tomocerus minor<\/em>, en de zeer algemene <em>Tomocerus vulgaris <\/em><strong>(5)<\/strong>. Met wat geluk vind je onder een of andere schors ook wel eens een <em>Pogonognathellus longicornis<\/em>. Deze heeft zijn naam niet gestolen, de zeer lange antennes onderscheiden hem van <em>Tomocerus<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/6-lepidocyrtus_cyaneus_violaceus.jpg\" alt=\"L. violaceus \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-709\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/6-lepidocyrtus_cyaneus_violaceus.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/6-lepidocyrtus_cyaneus_violaceus-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">L. violaceus \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het genus <em>Lepidocyrtus<\/em> is ook algemeen. Er zijn varianten die wat bleek zijn, zoals <em>L. lignorum<\/em>, en andere die blauw\/paars getint zijn, zoals <em>L. cyaneus<\/em> of <em>L. violaceus <\/em><strong>(6)<\/strong>. Ze worden zowat 2 mm groot, maar zijn moeilijk met zekerheid te determineren. Hun kleur komt van de schubben, en die schilferen in hun levensloop af. De bijgaande foto is dan ook niet 100% zeker (maar wel zeer waarschijnlijk) van <em>L. cyaneus<\/em> of <em>L. violaceus<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/8-Deuterosminthurus_pallipes.jpg\" alt=\"Deuterosminthurus pallipes \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-710\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/8-Deuterosminthurus_pallipes.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/8-Deuterosminthurus_pallipes-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Deuterosminthurus pallipes \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En dan hebben we nog de soorten <em>Orchesella cincta <\/em><strong>(7)<\/strong> en <em>Orchesella villosa<\/em>. Als er \u00e9\u00e9n springstaart is die je misschien al gezien hebt, dan zal het wel <em>Orchesella cincta<\/em> zijn. Het is de grootste; hij kan tot 4 mm worden, en is zeer herkenbaar aan de bleke \u2018band\u2019 op het vierde achterlijfsegment.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De categorie <em>Symphypleona<\/em> is mijn favoriete bende. We vinden er 6 families: <em>Bourletiellidae<\/em>, <em>Dicyrtomidae<\/em>, <em>Katiannidae<\/em>, <em>Sminthuridae<\/em>, <em>Sminthurididae<\/em> en (de obscure) <em>Arrhopalitidae<\/em>. Als er een prijs voor koddigheid mag worden uitgereikt, dan verdienen deze \u2018bolletjes\u2019 voor mijn part de hoofdprijs. Het predicaat \u2018<em>cute<\/em>\u2019 is hier op zijn plaats. Stel je voor dat ze het formaat van pakweg een cavia hadden, zouden jonge kinderen ze dan niet prefereren boven andere \u2018<em>pets<\/em>\u2019?<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/9-dicyrtomina_ornata.jpg\" alt=\"Dicyrtomina ornata \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-711\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/9-dicyrtomina_ornata.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/9-dicyrtomina_ornata-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Dicyrtomina ornata \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Bij de <em>Bourletiellidae<\/em> heb ik <em>Deuterosminthurus pallipes <\/em><strong>(8)<\/strong> een aantal keer kunnen fotograferen. Ze zijn herkenbaar aan de 3 kleine puntjes op de zijkant van het achterlijf. Je vindt deze (meestal) gele diertjes ook in de zomermaanden laag op planten, tenminste als je goed kijkt. Want de mannetjes zijn ongeveer 1 mm, de vrouwtjes wat langwerpiger (1,6 mm).<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/10-dicyrtomina_saundersi.jpg\" alt=\"D. saundersi \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-712\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/10-dicyrtomina_saundersi.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/10-dicyrtomina_saundersi-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">D. saundersi \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De meest courante familie is waarschijnlijk die van de <em>Dicyrtomidae<\/em>. Twee hoofdsoorten: <em>Dicyrtomina ornata<\/em> <strong>(9) <\/strong>en <em>D. saundersi <\/em><strong>(10)<\/strong>. Ze zijn erg gelijkend; het verschil zit in de kleur van de antennes: bij <em>D. ornata<\/em> gelijk, bij <em>D. saundersi<\/em> donkerder vanaf sectie 2.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Onder <em>Katiannidae<\/em> vallen onder meer de algemene <em>Sminthurinus aureus <\/em><strong>(11)<\/strong> en <em>S. elegans<\/em>. <em>S. aureus<\/em> is meestal geel\/oranje, maar komt ook soms in donkere vorm voor. Niet makkelijk te determineren dus. Volgens vele bronnen zijn de twee bleke vlekken tussen de ogen een kenmerk. <em>S. elegans<\/em> heeft 4 donkere banden op het achterlijf.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/11-sminthurinus_aureus.jpg\" alt=\"Sminthurinus aureus \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-713\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/11-sminthurinus_aureus.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/11-sminthurinus_aureus-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Sminthurinus aureus \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De <em>Sminthuridae<\/em> zijn bij ons maar met 1 soort algemeen vertegenwoordigd: <em>Allacma fusca <\/em><strong>(12)<\/strong>. Volgens <em>Symphypleona<\/em>-normen is dat een reus, maar liefst tot 3,5 mm groot! Deze soort is dan ook \u00e9\u00e9n van de meest gefotografeerde (tenminste toch bij (ultra)macro-fotografen). Je kan hier ook duidelijk de <em>ocelli<\/em> onderscheiden.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image size-large\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"750\" height=\"500\" src=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/12-allacma_fusca.jpg\" alt=\"Allacma fusca \u00a9 Johan Raes\" class=\"wp-image-714\" srcset=\"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/12-allacma_fusca.jpg 750w, https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2026\/07\/12-allacma_fusca-480x320.jpg 480w\" sizes=\"(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 750px, 100vw\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\">Allacma fusca \u00a9 Johan Raes<\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor wie meer gedetailleerde info wil, is er onder meer de website collembola.org. Het is zelfs een landgenoot, Frans Janssens, die wereldexpert is. Zo, al zin in een zoektocht? Toegegeven, mijn timing had beter gekund, vooral in herfst en winter zijn ze namelijk makkelijker te vinden. Maar met een loep in de hand vind je nu ook wel wat. Volgende keer zetten we de boel op stelten.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voor alle duidelijkheid: springstaarten (Collembola) worden niet (meer) tot de insecten gerekend. Ze behoren tot de klasse van de Enthognatha, een klasse binnen de geleedpotigen (Arthropoda) die losstaat van de klasse van de insecten. Dat lijkt wat vreemd, want springstaarten hebben wel degelijk 6 poten (=Hexapoda), net als insecten (ze hebben wel nooit vleugels). Maar [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":703,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_et_pb_use_builder":"","_et_pb_old_content":"","_et_gb_content_width":"","footnotes":""},"categories":[36,15],"tags":[],"coauthors":[42],"class_list":["post-690","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-biodiversiteit","category-fauna"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/690","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=690"}],"version-history":[{"count":9,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/690\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":791,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/690\/revisions\/791"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/media\/703"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=690"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=690"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=690"},{"taxonomy":"author","embeddable":true,"href":"https:\/\/npvap.be\/meander\/wp-json\/wp\/v2\/coauthors?post=690"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}